Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Genetica

Mannen stammen meestal af van jagers

Van de huidige Nederlandse mannen stamt 80 procent af van de eerste jagers-verzamelaars die in de laatste IJstijd (ca 25.000 jaar geleden) in Europa leefden. De overige 20 procent is een nazaat van boeren die pas zevenduizend jaar geleden vanuit het Midden-Oosten Europa koloniseerden.

Dat concludeert Peter de Knijff, hoogleraar humane genetica in Leiden, op basis van een studie naar het Y-chromosoom van ruim tweeduizend mannen uit heel Nederland.

De Knijff presenteerde de resultaten dit weekeinde in Leiden op een bijeenkomst in het kader van het Genographic Project, een samenwerkingsverband van IBM en National Geographic dat wereldwijd de migratieroutes van de mens in kaart brengt. Het Y-chromosoom is bij uitstek geschikt om afstamming te onderzoeken, omdat het direct van vader op zoon wordt overgedragen.

Uit het onderzoek blijkt dat de binnentrekkende boeren indertijd in Nederland nauwelijks voet aan de grond hebben gekregen. Duitse mannen stammen veel meer af van de boerenkolonisten, maar in Nederland werden de oorspronkelijke jagers en verzamelaars kennelijk niet ‘vervangen’ door boeren van buiten. Hier leerden de jagers zelf landbouw en veeteelt. In de IJstijd werd onder meer op mammoets gejaagd.

Het maakt verder in gedrag of lichaamsbouw niks uit of een man van jagers afstamt of van boeren, aldus De Knijff. „Karaktereigenschappen komen voort uit gewone stukken DNA, die je wél van vader én moeder krijgt. Die stukken worden bij elke overerving door elkaar gehusseld.”