Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Kredietcrisis ook merkbaar bij veilingen

De veilingen van moderne kunst in Londen blijven achter bij de verwachtingen. Bij Sotheby’s en Christie’s is de helft niet verkocht. De indruk heerst dat de kredietcrisis de hausse op de kunstmarkt heeft beëindigd.

De veilingen vielen samen met de grote Frieze Art Fair in Londen die gisteren eindigde. Bij Christie’s werden 26 van de 47 stukken verkocht voor een totaal bedrag van 47 miljoen euro. Vooraf was op ten minste 85 miljoen gerekend. Twee dagen eerder verkocht Sotheby’s op een vergelijkbare veiling voor 32 miljoen, 13 miljoen minder dan de laagste verwachting.

Toch zeiden beide veilinghuizen dat de resultaten positief waren. „Acht van de tien beste werken zijn gekocht door particulieren verzamelaars”, zei Pilar Ordovas, hoofd naoorlogse en eigentijdse kunst bij Christie’s. „Gezien de economische terugval van de laatste weken waarbij andere markten zijn stilgevallen, gaat er op de kunstmarkt nog veel geld om en zijn kopers actief, al is het wel op een ander niveau.”

De resultaten in Londen werpen alvast een schaduw op de veilingen begin november in New York. De hausse op de kunstmarkt wordt gevoed door een groeiende groep kopers uit nieuwe economieën in Oost-Europa, het Midden-Oosten en Azië. Experts waarschuwen dat de scherpe val in de waarde van aandelen en vastgoed niet zonder gevolgen zal blijven.

Topwerk bij Christie’s was een schilderij van de Italiaan Luciano Fontana (1899-1968) dat werd afgehamerd op 13 miljoen euro. Het werd zonder tegenbiedingen uit de zaal verkocht aan iemand die vooraf schriftelijk had geboden. Een onvoltooid portret door Lucian Freud uit 1952 van zijn vriend Francis Bacon bracht 8 miljoen euro op, iets boven de lage schatting. Sotheby’s topper was Warhols serie van tien schedels: 5,6 miljoen.

Sotheby’s bood ook twee werken aan uit de Peter Stuyvesant Collectie die sigarettenfabrikant BAT laat veilen omdat de fabriek in Zevenaar in december sluit en kunst niet meer past bij de huidige doelstellingen. Een interieur van Matthias Weischer uit 2002 bracht 495.000 euro op, iets onder de hoogste schatting. Een werk van Bulatow bleef onverkocht. Dat gold ook voor diverse werken van topkunstenaars. „Dit zijn oude prijzen die nog aangepast moeten worden”, zei de New Yorkse handelaar Alberto Mugrabi daarover.

In Londen werd ook design geveild. Metalen stoelobjecten van Arad en Newson brachten hoge bedragen op. Een fauteuil van het Nederlandse Studio Job deed 81.000 euro. (Bloomberg, Reuters)