Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Economie

Hoeveel wake up calls heb je nou nog nodig?

De kredietcrisis is niet alleen een crisis, maar biedt ook een kans.

Nu kunnen we het besef herstellen dat het in het leven niet alleen om geld gaat.

Hoeveel wake up calls heb je nou nog nodig? De crisis doet mensen eindelijk inzien dat het geloof in de vrije markt de beschaving kapot maakt Illustratie Daisy Erades kredietcrisis
Hoeveel wake up calls heb je nou nog nodig? De crisis doet mensen eindelijk inzien dat het geloof in de vrije markt de beschaving kapot maakt Illustratie Daisy Erades kredietcrisis Erades, Daisy

Een crisisstemming suggereert dat het voor de crisis goed ging en nu niet meer. Het woord crisis stemt somber, alsof er iets verloren gaat. Deze zogenaamde crisis verleidt mensen te denken over een grote neergang, het einde van een periode van voorspoed, en zelfs het einde van de beschaving. Maar we kunnen ook de kans zien op een herstel van de beschaving.

Wat de bedreiging van de beschaving was, is nu wel duidelijk. Het was de speculatieve hausse in de financiële wereld, het ongebreidelde kapitalisme, met aandeelhouders die op korte termijnwinst uit waren en bankiers die zichzelf bergen geld toe-eigenden. De politici hadden slechts toe te kijken, want tegen de macht van de financiële wereld konden ze niet op. Niemand wist meer wat de risico’s waren.

Een verdere bedreiging werd het absolute geloof in de vrije markt. Alles moest de markt op. Ook overheden begonnen dat te geloven. De prikkels van de markt gingen boven alles. Daarom moest er naar prestatie worden beloond. Daarom begon men het normaal te vinden dat bankiers, vastgoedmensen en voetballers exorbitante ‘beloningen’ inden.

In 2001 wilde het manifest ‘Stop de Uitverkoop van de Beschaving’ van onder meer Wouter van Dieren, Jan Marijnissen en ondergetekende, waarschuwen dat het geloof in de vrije markt een bedreiging was voor de beschaving. De oproep kwam niet aan. Waarom zou het ook? Het geld rolde, er werd goed verdiend, dus dit was zeuren in de marge.

In de afgelopen drie weken is de stemming volledig omgeslagen, althans zo lijkt het. Met wie ik ook spreek, van de gewone man in de straat tot de topadvocaat, de verontwaardiging spat er vanaf. Men is kwaad op de bankiers en hun handlangers die ons vertrouwen hebben beschaamd, en ondertussen, mede met behulp van de overheid, met de buit ervandoor gaan.

Ik vraag me af hoeveel schaamte achter die verontwaardiging schuil gaat. Schamen al die mensen zich er misschien voor dat ze mee zijn gegaan in de mentaliteit van ‘meer, meer, meer’? Dat ook zij bewonderend hebben opgekeken tegen de grote geldverdieners, of zelf hebben geprofiteerd van de hausse zonder al te veel zelfkritiek? .

De schaamte, meer nog dan de verontwaardiging, geeft hoop op een herstel van de beschaving. De schaamte maakt duidelijk hoe verkeerd het ging, hoe verkeerd het was om het lot van de samenleving over te laten aan mensen die bezig zijn met macht, geld en status. Deze zogenaamde crisis werkt als een wake up call. Daar kan geen manifest tegenop.

Mensen met politieke verantwoordelijkheid zijn binnen een paar weken tot inkeer gekomen. In de week voor de eerste deal van de overheid met Fortis had ik nog een discussie met Wouter Bos over de stommiteit van de uitverkoop van de ABN Amro. Want dat was toch ‘onze’ bank. Toen nog waste hij zijn handen in onschuld. Toen was het ondenkbaar dat hij iets groots zou ondernemen om het tij te keren.

Het besef is er nu dat ongebreideld kapitalisme een slecht idee is. Het is tijd voor een herwaardering van Keynes, de Britse econoom die ten tijde van de vorige grote financiële crisis in de jaren dertig al pleitte voor nationalisering van banken om speculatie tegen te gaan. Voor vrijemarkteconomen kon de overheid niet klein genoeg zijn. Bos is nu de nieuwe Keynesiaan die weet dat de economie een stevige overheid nodig heeft.

Maar met die stevige overheid zijn we er niet. Net als de markt, opereert de overheid in de samenleving en is afhankelijk van wat mensen in die samenleving belangrijk vinden. Het gaat erom dat mensen met verantwoordelijke posities het besef herwinnen van het grotere belang dat ze dienen. Het zou moeten gaan over verantwoordelijkheid en dienstbaarheid. En over matigheid en rechtvaardigheid als deugden. Neem de matigheid. Het is een klassieke deugd die cruciaal is om hebzucht, machtswellust en andere menselijke driften in toom te houden. Die deugden werken alleen wanneer mensen andere mensen daarop aanspreken.

Daarom is het belangrijk dat we de schaamte bij onszelf en de ander in de ogen kijken, en elkaar nu aanspreken op wat echt belangrijk is, waar het om gaat in het leven en in de samenleving. Als het niet gaat om veel geld te verdienen, waar gaat het dan wel om?

Ik vermoed dat we in de onderlinge gesprekken snel uitkomen op het belang van wat wij gemeenschappelijk hebben, op het gemeenschappelijke belang dus. De vraag die een ieder voor zichzelf kan stellen is: wat is mijn bijdrage aan welk gemeenschappelijk belang? Het is een teken van beschaving wanneer burgers handelen in de wetenschap dat ze een groter belang dienen, dat ze niet alleen voor zichzelf bezig zijn, maar bij willen dragen aan een groter geheel.

Kortom, het goede van deze afstraffing is dat de helden van kort geleden, de grote geldverdieners, van hun voetstuk zijn gevallen. Hopelijk blijkt dit een tijd te zijn van een herstel van het besef dat het om iets anders moet gaan dan korte termijngewin, en besluiten bijvoorbeeld jongelingen eens iets anders te studeren dan financiën en management.

Arjo Klamer is decaan van Academia Vitae en hoogleraar culturele economie aan de Erasmus Universiteit