Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Beeldende kunst

Foto's Sooreh Hera in Gouda missen kracht

In MuseumgoudA opende zaterdag de tentoonstelling ‘Beeldenstorm 1566-2008’. De omstreden foto’s van Sooreh Hera zijn er te zien.

Was hier nou zoveel om te doen? Schuchter hangen de foto’s van Sooreh Hera, die vorig jaar door Wim van Krimpen werden geweerd uit het Gemeentemuseum, in de stijlkamers van MuseumgoudA. Op bescheiden formaat, in gouden lijsten, tussen ebbenhouten dressoirs en gebloemde kamerschermen. Niet uit voorzichtigheid, bezweert directeur Ranti Tjan, maar uit inhoudelijke overwegingen: juist het intieme van de taferelen moest worden benadrukt. Maar zo losgezongen van het kritisch-religieuze statement – Hera liet Arabische homoseksuelen poseren met maskers van de profeet Mohammed en diens schoonzoon Ali – gaat er van de beelden weinig kracht uit. In de huiselijke setting blijven het traditionele, ietwat saaie stillevens.

Wel goed is de aanleiding om de foto’s nu te exposeren: als onderdeel van de expositie Beeldenstorm 1566-2008. MuseumgoudA bezit altaarstukken die de Beeldenstorm hebben overleefd, maar ‘Beeldenstorm’ wordt tegelijk vertaald naar deze tijd: ook actuele kunstvernielingen en censuur worden ertoe gerekend. Van allemaal is de essentie immers het verwijderen van beelden die verwijzen naar een onwelgevallige werkelijkheid.

In MuseumgoudA zijn daarom ook 34 oneminutes te zien; filmpjes van precies één minuut. Achthonderd zouden er worden vertoond voor aanvang van de Olympische Spelen in Peking, en deze 34 kwamen niet door de censuur. Op de opening zaterdagmiddag maakte Jos Houweling, directeur van het Sandberg Instituut, er een quiz van. Tien filmpjes kreeg het publiek te zien; welke mocht, welke niet? De keuze van de Chinese censuur blijkt volkomen onnavolgbaar. Een veel te jong, naakt meisje in een weiland mag, een jongen die met een kapmes de kaart van Congo in het zand tekent, niet. Het illustreert de willekeur van censuur en de wendbaarheid van redenen om te censureren.

Een opstelling van een aantal hedendaagse ‘beeldenstormers’ – van de Talibaan die in 2001 de Boeddha’s van Bamiyan verwoestten tot de katholieken die zich in 2003 tegen de expositie Caution: Religion in het Andrei Sakharov museum in Moskou keerden – relativeert daarnaast de opvatting dat alleen moslims zich nog opwinden over kwetsende beelden.

Enigszins buiten het thema valt de confronterende fotoserie Before After van Wouter Jansen, waarop geestelijk gehandicapten voor en na een bezoek aan de tandarts te zien zijn. Rauwe, indringende portretten zijn het, van pijnlijk kwetsbare mensen. Ranti Tjan wilde deze ook tonen, zegt hij, omdat geestelijke handicaps in grote delen van de wereld taboe zijn en op deze expositie juist „geen enkel beeld mag worden uitgesloten”. Mede door de opstelling – levensgroot, tegen kale, witte wanden – maken de foto’s veel indruk. Hera wilde bewust zelf niet zo’n modernistische presentatie, aldus Tjan. Jammer, want nu blijft het gissen of haar foto’s in een soortgelijke setting eenzelfde impact zouden hebben gehad.