Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Politiek

En hij heet Ahmed

Hij is in 1961 geboren in Beni Sidel in Marokko en is dus net als 47 procent van zijn toekomstige stadgenoten een allochtoon. Want, aangenomen dat het kabinet de voordracht honoreert waartoe de gemeenteraad in meerderheid heeft besloten, wordt Ahmed Aboutaleb (PvdA) de nieuwe burgemeester van Rotterdam. Hij wordt de eerste burgemeester van de tweede stad van Nederland met een dubbele nationaliteit. Dat blijkt voor de op een na grootste fractie in de raad, Leefbaar Rotterdam (14 van de 45 zetels), een probleem te zijn, net als voor de PVV in de Tweede Kamer. En, gezien de boze reacties in die kringen, niet zo’n klein probleem ook.

Het is afkeurenswaardig dat de nieuwe burgemeester op voorhand door de grootste oppositiefractie in Rotterdam niet op zijn persoonlijke kwaliteiten en mogelijkheden wordt beoordeeld, maar op zijn afkomst en op zijn religieuze overtuiging. Een dubbele nationaliteit is in zo’n functie slechts een probleem voor wie dat ervan maakt. Zeker als bedacht wordt dat bij gemeenteraadsverkiezingen het kiesrecht, zowel het actieve als het passieve, onder voorwaarden ook voor buitenlanders geldt. Het ‘probleem’ wordt nog relatiever voor wie bedenkt dat Rotterdam een stad is met 174 nationaliteiten.

Leefbaar Rotterdam zal zich erbij moeten neerleggen dat het democratisch proces zijn werk heeft gedaan. De raad zelf heeft eerder besloten de bevolking niet per referendum bij de keuze voor een nieuwe burgemeester te betrekken, zij het met de kleinst mogelijke meerderheid (23-22), en heeft nu een voorkeur getoond voor de sociaal-democraat Aboutaleb.

Waarmee evenmin op voorhand is gezegd dat hij de ideale opvolger is van VVD’er Opstelten als burgemeester. Al heeft de (meerderheid van de) gemeenteraad hoge verwachtingen van hem, blijkens een openbare verklaring. De raad ziet in hem „een man met de gave van het woord, een innemende persoonlijkheid en iemand die lef heeft getoond en zal tonen”. Daarmee biedt Aboutaleb „grote meerwaarde” in „de fase waarin Rotterdam zich nu bevindt”.

Maar strikt genomen is zijn ervaring in het openbaar bestuur niet groot: drie jaar wethouder in Amsterdam, twee jaar staatssecretaris. Inderdaad wist hij vooral als wethouder het juiste woord op het juiste moment uit te spreken en toonde hij zich na de moord op columnist Theo van Gogh een moedige man. Hij zal er vast niet voor terugdeinzen het ‘straattuig’, van welke kleur dan ook, stevig aan te pakken. En begrijpen dat het daar niet bij kan blijven. Zijn eigen afkomst en succesvolle integratie kunnen dan eerder een voordeel dan een nadeel zijn.

Aboutaleb wacht een lastige klus in de stad met de meeste achterstandsbuurten van Nederland. Als burgemeester van alle Rotterdammers moet hij ook trachten de bindende figuur voor de boze achterban van Leefbaar Rotterdam te worden. En het gezicht zijn, in binnen- en buitenland, van Europa’s grootste havenstad. De burgemeester wordt voor zes jaar benoemd. Van Aboutaleb mag worden verwacht dat hij deze termijn volledig zal gebruiken en zal bewijzen dat de raad van Rotterdam een juiste keuze heeft gemaakt.