Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Cultuur

De duizelingwekkende tekeningen van Cornelissen

galerie

Robbie Cornelissen. Tot en met 9 november bij Galerie Maurits van de Laar Den Haag. ****

Begin 2003 ging ik voor een radio-interview op atelierbezoek bij de Utrechtse tekenaar Robbie Cornelissen (1954). Hij was toen al zo’n zes jaar bezig met een serie tekeningen die hij Het Reservaat noemde. Beter gezegd: hij noemde de tekeningen die hij maakte al zes jaar Het Reservaat. „Ik heb het gevoel dat al mijn tekeningen een soort vervolgverhaal zijn”, zei hij. „Met elkaar vertellen ze het verhaal en als je één tekening ziet, zie je maar een klein stukje van de wereld die ik wil weergeven.”

Cornelissens Reservaat bestaat onder meer uit fictieve ruimtes: fabriekshallen, een bibliotheek, een soort arena of circuspiste en ook een stel onbestemde kamers. Allemaal zijn ze heel precies in potlood getekend op vellen papier die soms vierkante meters bestrijken. Door de combinatie van monnikenwerk, formaat en zuigend perspectief hebben de tekeningen een duizelingwekkend effect. De ruimtes zijn gemeubileerd met spullen die er uitgesproken en functioneel uitzien, maar waar ze toe dienen blijft onduidelijk. In de fabrieken worden blikkerige machines door veel pijpleidingen met elkaar verbonden. Decorstukken uit oude sciencefictionfilms. De boekenkasten in de bibliotheek zijn gevuld met patronen van potloodlijntjes die je als de ruggen van boeken zou kunnen lezen. Je kunt spelen dat het boeken zijn. Het Reservaat is een speelgoedwereld, zei Cornelissen. Een mentale ruimte, een droom, de fantasie van een kind. „Je zit op school, je aandacht dwaalt af van de les en langzamerhand trek je je terug uit de werkelijkheid.”

Nu, ruim vijf jaar later, toont Galerie Maurits van de Laar tien nieuwe tekeningen van Cornelissen. Of hij de term zelf nog gebruikt weet ik niet, maar het is duidelijk dat de tekenaar zijn Reservaat nog steeds aan het uitbreiden is. Met vertrekken die aan hotellobby’s doen denken, een kamer waarin een grote meteoor gevangen wordt gehouden (ongeveer zoals de in een kamer geklemde reuzenappel van Magritte), een renbaan, een soort negentiende-eeuwse winkelpassage en een ruimte die de oude bibliotheek van het Rijksmuseum in herinnering brengt. In die bibliotheek staat een maquette van een stad met wolkenkrabbers in een strak stratenplan.

Zo’n zelfde stad is, van bovenaf, te zien in de grootste tekening op de tentoonstelling, Paradise Lost. Rechts op de voorgrond staan de kantoorflats, links liggen vierkanten leeg terrein. Verderop loopt een muur over de volle breedte door het beeld en daarachter hangt een wolkendek. De wolken blijven braaf binnen de perken. Een regenboog van straaldraad springt over ze heen tot voorbij een tweede muur, waarachter een vulkanisch landschap ligt. De horizon wordt door donkere wolken en vulkaanrook aan het zicht onttrokken, maar onder die wolken gaat het land in lichte lijnen verder. Er ligt daar vast nog een heel gebied dat Robbie Cornelissen in potlood kan ontginnen.

Gijsbert van der Wal