Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Amsterdam kan niet zonder Noord-Zuidlijn

De budgetoverschrijdingen en de verzakkingen bij de Noord-Zuidlijn zetten een domper op het project. Toch moet het doorgang vinden, stellen Job Cohen en Tjeerd Herrema.

Herman Philipse en Nick Boerma pleiten voor heroverweging van de aanleg van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam (Opiniepagina, 14 oktober). Dat vraagt om een weerwoord.

Amsterdam is een monumentale stad met een lange geschiedenis. Een geschiedenis die momenten van durf en lef kent. Zo bouwden onze voorvaderen een prachtige grachtengordel op drassige bodem. Ze deden dat, ja lach er maar om, op palen. En nu, een paar eeuwen, verder genieten we daar nog dagelijks van. Amsterdam is ook een zakenstad, het financiële centrum van ons land. In de Amsterdamse regio wordt een substantieel deel van het inkomen van ons land verdiend. Ook hier is door stad en ondernemers initiatief en lef getoond. De recente ontwikkelingen aan de Zuid-as laten zien dat die ontwikkeling doorloopt.

Amsterdam heeft niet alleen de meeste inwoners (750.000) maar ook de meeste bezoekers van ons land. Dagelijks doen meer dan 250.000 bezoekers de stad aan om te werken of te recreëren. Amsterdam behoort tot de top van de Europese steden en wil dat ook blijven. Daarvoor is een goede bereikbaarheid een absolute vereiste.

Er is lang gesproken over de ontwikkeling van een metrostelsel. Eind jaren 70 ging de Oostlijn open. Daaraan ging de nodige onrust vooraf, maar ieder weldenkend mens zal achteraf zeggen dat het een verstandig besluit is geweest. Dagelijks maken 150.000 personen gebruik van deze verbinding met de oostkant van de stad en Amstelveen.

De stelling dat er in Amsterdam geen draagvlak is voor de Noord-Zuidlijn is onjuist. Zelfs na de recente tegenvallers vindt de overgrote meerderheid dat we door moeten gaan met de aanleg. Slechts 13 procent van de bevolking denkt aan stoppen, zo bleek uit een onderzoek op 12 september door het bureau Onderzoek en Statistiek. Wie deze stad kent, weet dat deze noord-zuidverbinding cruciaal is. Stel je voor dat je straks in een kwartier vanuit creatief Noord op de Zuidas kunt zijn. De verbinding tussen het bruisende stadshart en de eindhalte van de HSL op station Zuid duurt straks nog maar enkele minuten.

En wat te denken van de aansluitingen op de ov-verbindingen aan de noord- en zuidkant van de stad. Weten Philipse en Boerma wel hoe de bereikbaarheid van Amsterdam de laatste jaren is verslechterd? Wanneer we mensen echt uit de auto willen krijgen, zullen we hen een optimale ov-verbinding moeten aanbieden en dat is meer dan een verlenging van de tram. Bovengronds wordt het steeds drukker. Allemaal reden om ondergronds te gaan om tot snelle en hoogwaardige verbindingen te komen. Een ontwikkeling die je in alle grote steden in Europa ziet.

Het gemeentebestuur van Amsterdam realiseert zich terdege dat de financiële tegenvallers en recente verzakkingen een flinke domper zetten op het project. Maar wanneer wij de kosten van het project – en dan hebben we het niet alleen over de financiële kant van de zaak, maar ook over de risico’s – afwegen tegen de baten, dan vinden wij dat we door deze moeilijke periode heen moeten. Als gezegd: met inachtneming van de risico’s die wij zo goed mogelijk proberen te tackelen. Daarom betrekken wij de beste deskundigen uit de hele wereld bij het project om zo verantwoord mogelijk te handelen in het besef dat er ook in het vervolg nog meer tegenslagen kunnen volgen.

Wij zullen, meer nog dan in het verleden, de bevolking vertellen wat er gebeurt en welke risico’s er zijn. En wij zullen bewoners die last en schade ondervinden, zo goed en open mogelijk tegemoet treden.

Want de baten, dat zijn in de toekomst 200.000 passagiers per dag die zo op een snelle en duurzame manier zich naar en binnen Amsterdam kunnen verplaatsen. Dat legt onder Amsterdam een stevig en noodzakelijk fundament.

Job Cohen is burgemeester van Amsterdam. Tjeerd Herrema is wethouder Verkeer en vervoer.