In het looprad van het noodlot

De laatste jaren was Erwin Mortier niet echt productief.

Nu begrijp je waarom. Godenslaap gaat over zodanig schrijven dat je de wereld het nakijken geeft.

Franse soldaten in een loopgraaf in 1914. ‘Godenslaap’ van Erwin Mortier vertelt het levensverhaal van Helena en heeft WO I als zwaartepunt. Foto Hollandse Hoogte Soldats francais dans les tranchees en septembre 1914 : un observe a la jumelle tandis que d'autres se preparent a tirer --- French soldiers in trenches, september 1914Foto: Rue des Archives/TAL / Hollandse Hoogte
Franse soldaten in een loopgraaf in 1914. ‘Godenslaap’ van Erwin Mortier vertelt het levensverhaal van Helena en heeft WO I als zwaartepunt. Foto Hollandse Hoogte Soldats francais dans les tranchees en septembre 1914 : un observe a la jumelle tandis que d'autres se preparent a tirer --- French soldiers in trenches, september 1914Foto: Rue des Archives/TAL / Hollandse Hoogte Rue des Archives / Hollandse Hoogte

‘Erwin Mortier (1965) is kunsthistoricus, verbonden aan het Gentse Museum Dr. Guislain’. Aldus de flap van Marcel (1999), het debuut waarmee Mortier zich in één klap schaarde onder de elite van de Nederlandstalige literatuur. Een korte roman die in 2000 werd gevolgd door een tweede, een dichtbundel, essaybundel en nóg een roman. Museum Dr. Guislain was in een vloek en een zucht verdwenen in een ver verleden. Zo bleek Erwin Mortier niet het soort schrijver te zijn dat bij zijn debuut aan het begin van een lange literaire ontwikkeling stond; hij was eigenlijk meteen al áf.

Mortier, schrijver van de volgende generatie, sprak op de begrafenissen van Reve en Claus. Door zijn vanzelfsprekende aanwezigheid viel amper op dat hij na die uiterst productieve eerste jaren niet zo veel meer publiceerde: de enige fictie die nog van hem verscheen was de novelle Alle dagen samen. Toevallig was die vertraging niet, want tót zijn debuut was Mortier ‘een thuisschrijver’: iemand die leeft met de pen in de hand, maar niet publiceert.

Zo’n zelfde thuisschrijver vertelt haar levensverhaal in Godenslaap. Deze Helena Demont heeft in tegenstelling tot haar schepper nooit de stap naar het publieke auteurschap gemaakt. Literatuur hoort anoniem te zijn, vindt ze: ‘Dat de schrijver er ten behoeve van de lezer zijn naam op zette, leek me bijna even absurd als aangerand worden door iemand die je eerst beleefd zijn visitekaartje overhandigt.’ Uit haar metaforiek blijkt weinig aanleg voor lieflijkheid: ‘Elk woord [...] klauwt op uit het vel als de hand van een drenkeling’, de kolommen van woordenboeken noemt ze ‘ammunitie voor de hagelschoten die ik losliet op de wereld’.

Inderdaad, vriendelijk is deze bijna 100-jarige vrouw niet. Ze heeft het agressieve lamento van de onafhankelijke vrouw die hulpbehoevend is geworden. Ze betoont zich rancuneus ten opzichte van haar dode moeder en in één moeite door woedend op haar dode dochter: ‘Kinderen die voor hun ouders sterven noem ik inhalig. Ik was razend toen mijn dochter stierf, van haat en van ellende’.

Het levensverhaal van Helena begint na deze poëticale uiteenzettingen en heeft WO I als zwaartepunt. Die maakt Mortiers heldin mee wanneer ze de zomer doorbrengt bij de Noord-Franse familie van haar moeder. Hier wordt ze van meisje tot vrouw. Via een Engelse soldaat leert ze de liefde en de wereld kennen.

Mortier beschrijft het begin van la Grande Guerre lyrisch. Als de vertelster de eerste troepen door een telescoop voorbij ziet marcheren, staat er: ‘Het was alsof de oorlog in de eerste plaats uit een geheimzinnige substantie bestond, een soort specerij die zich mengde met het licht en alles intenser maakte, want ik weet nog dat ik tegen mijn oom zei, zonder op te kijken uit de lens, dat het zo mooi was wat ik zag.’ Zo mooi. Het is wrang om te lezen, maar het is een getrouwe afspiegeling van het enthousiasme waarmee Europa zich in de oorlog stortte. En het is vooral die verleidelijke kant van de oorlog die Mortier in Godenslaap op fenomenale wijze over het voetlicht brengt.

Dat hangt samen met de situatie van zijn vertelster. Helena raakt zoals haar hele generatie ernstig beschadigd door de oorlog, maar die heeft haar óók de liefde van haar leven bezorgd. Voor haar is het de periode waarin ze de grootste avonturen beleefde. Nieuwe inzichten over de oorlog heeft dat standpunt niet te bieden. Godenslaap is geen ideeënroman. Maar Mortier slaagt er in deze roman in die bekende gegevens te vangen in de ene na de andere passage die je bijblijft. Door de stijl, maar ook door de blik waarmee hij kijkt.

Verrassend is de acute weerzin waarmee beschreven wordt hoe de natuur de stenen en ruïnes weer in bezit neemt ná de veldslag. In Godenslaap bloeit het landschap in de zomerzon ‘met een uitbundigheid die in de ogen schetterde als een kleur geworden affront’. Het blijkt een opmaat voor anderhalve pagina met van weerzin doordesemdenatuurlyriek. Soms volgt Mortier de sjablonen van de wrede-oorlogsfictie, die niet helemaal vrij is van effectbejag.

Maar Mortier schrijft zo goed dat je geneigd bent al het andere als bijzaak te beschouwen. Toch zit ook een deel van de betekenis van Godenslaap in de compositie. Want een paar keer in haar verhaal lijkt Helena bij de vrede aangekomen te zijn, waarna het relaas toch weer richting oorlog draait – zoals het leven van alle overlevenden.

Daarmee komen we bij het thema van het boek: de verhouding tussen de grote geschiedenis en de kleine mens. In een passage op driekwart van de roman heet het: ‘We zijn muizen die in het looprad van het noodlot trappelen en we kunnen het noodlot aan of niet. Geen sonnet heeft ooit de koers van de geschiedenis verlegd. De wereld is de wereld’.

Dat is een waarheid als een koe, maar uiteindelijk is de roman van Mortier één lange aanvechting van de stelling dat de wereld de wereld is. In de eerste plaats natuurlijk doordat elke losse zin van Mortier aangeeft wat de kracht van de verbeelding is. En cruciaal voor de betekenis van Godenslaap is de persoonlijkheid van de verteller. Helena belijdt met de mond wel een zekere bescheidenheid, maar intussen heeft ze maar één missie: de wereld in laatste instantie, in háár laatste instantie met woorden naar haar hand zetten. Sterker: de bestaande wereld het nakijken geven. Dat doet ze in taal, en, om bij de beeldspraak uit het begin van de roman te blijven, met de woorden als ‘ammunitie voor de hagelschoten die ik losliet op de wereld’. Die wereld moet maar even bukken.

En wanneer je dat beseft, weet je ook waarom Mortier in het begin zo uitgebreid heeft stilgestaan bij haar overtuiging dat een schrijver in anonimiteit moet werken. Daarmee maakt hij twee dingen duidelijk: dat we Helena en haar militante verbeelding moeten zien als universeel. En, vooral, dat het niet uitmaakt waar in de wereld een schrijver zich bevindt, omdat de ware strijd in de taal wordt gevoerd. En in dit geval glansrijk gewonnen.

Bekijk de website van Mortier op: www.erwinmortier.be

Erwin Mortier: Godenslaap. De Bezige Bij, 406 blz. € 19,90