Noorda toont haar jeugd vol euritmie

Tentoonstelling Ruchama Noorda - Statisch Vooruitgangsmonument. De Lakenhal in Scheltema, Leiden. 27 september 2008 t/m 4 januari 2009

Het ruikt naar beton en zeep, er hangt een bordje: ‘morele boekhouding’. Het voormalige portiershokje van de 19de eeuwse dekenfabriek Scheltema is het eerste vertrek waar je kennismaakt met het Statisch Vooruitgangsmonument van Ruchama Noorda (1979). Er liggen boeken uit Noorda's privéverzameling: meer dan de helft van de boeken is van Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofie. Dat is niet voor niets: Noorda werd antroposofisch opgevoed en bezocht de Vrije School.

De tentoonstelling vult vier ruimten: het portiershok, een woonkamer, een heiligdom en tenslotte een fictief kantoor. Al deze losse ruimten vormen één geheel: de blauwdruk van Noorda’s hersenen, alsof de bezoeker door kamers in haar hoofd wandelt.

Noorda’s zoektocht vindt zijn vorm in objecten, teksten, keramiek, tekeningen, typografie en film. Ze is geïnteresseerd in sociale en revolutionaire bewegingen uit het begin van de 20ste eeuw. De expositie oogt streng. Strakke vormen, geleend van De Stijl, worden afgewisseld met vitrinekasten. Ingelijste teksten zijn Dada-achtig vormgegeven: letters dansen op het papier, zoals het woord ‘welvaart’, waarvan de ‘t’ loslaat.

Voor dit Gesamtkunstwerk koos Noorda voorwerpen uit de collectie van Scheltema. Drie stoelen (Huszar, Schuitema en Gispen), keramische vazen en een tekening van Hendrik Valk. De stoelen komen terug in de huiskamer. Ze staan gegroepeerd rond een tapijt en aan de wand hangt een foto: ‘Welvaart, Verbroedering en Beschaving’, waarop de jonge kunstenares te zien is in een heroïsche houding, gekleed in een sportbadpak op een verroeste landbouwmachine. In een vitrine heeft Noorda haar eigen kinderspeelgoed tentoongesteld: ADO-speelgoed. ADO staat voor Arbeid Door Onvolwaardigen, het speelgoed werd vervaardigd in een sanatorium, als arbeidstherapie. Later werd de afkorting omgevormd tot het meer politiek correcte Apart, Doelmatig en Onverwoestbaar.

In de derde kamer hangt de tekening ‘Rouw’ van Hendrik Valk (1921) in een monument met teksten van Noorda: ‘Progress’, ‘Profit’. Op de tekening staan vier gestileerde figuren, net ouders met hun kinderen. In een vitrinekast ligt een tijdschrift open met foto’s van ‘de groote gymnastiekfeesten’ (Eigen Haard, 1908) en een euritmiestaaf van gehamerd koper.

Euritmie is een expressieve danskunst die begin vorige eeuw ontstond in Duitsland en Zwitserland in de kringen rond Rudolf Steiner. Het lijkt op klassiek ballet, maar is vrijer. Door antroposofen wordt euritmie ook ingezet bij therapeutische processen. Op vrije scholen is het opgenomen in het onderwijsprogramma.

Deze danskunst keert terug in een videofilm van Noorda: de Aziatische danseres Kaya Kitani danst bij de kluizen van de Nederlandse Handelsmaatschappij en in het Olympisch Stadion. Soepele bewegingen, soms met doorzichtige lappen. Het is een moderne uitvoering van obscure euritmiefilms die begin vorige eeuw werden gemaakt. De film roept dubbele gevoelens op, net als de hele expositie: de schoonheid en precisie van bewegingen, meubels en idealen is ook koud en leeg.

In de laatste ruimte, het fictieve kantoor, staan keramische voorwerpen, die ons tegemoet glanzen. Zijn het autobanden, die daar op hun standaarden staan, of grafkransen? Op een lichtbox staat een tekst uit de New York Times: hoe de auto-industrie zich ontwikkelt tot oorlogsindustrie.

De wereld van Ruchama Noorda overtuigt. Ze werpt vragen op over haar opvoeding en bijbehorende ideologieën door middel van teksten en archiefmateriaal, zonder een eenduidig antwoord. Noorda toont de schaduw die de sfeer uit het verleden werpt over vandaag.