De juf is drs

Primeur: ‘academische pabo’. Deze opleiding combineert twee studies in vier jaar. Doel: vwo’ers die anders voor het onderwijs verloren zouden gaan, lokken met een universitaire titel. „We zijn benieuwd of ze het volhouden.”JAPKE-D. BOUMA

Leslokaal in Utrecht - Leiden en Groningen willen ook zo'n 'pabo'. (Foto Maarten van Haaff) Academische Pabo in Utrecht. foto MAARTEN VAN HAAFF
Leslokaal in Utrecht - Leiden en Groningen willen ook zo'n 'pabo'. (Foto Maarten van Haaff) Academische Pabo in Utrecht. foto MAARTEN VAN HAAFF Haaff, Maarten van

Eigenlijk wilde Anneke Wegstapel na het vwo naar de pabo. Dat was in 2004. Als kleuter hielp ze al de juffrouw met lesgeven en thuis speelde ze graag schooltje.

Maar haar omgeving raadde haar de pabo af; te makkelijk. Zonde van je vwo, als je niet naar de universiteit gaat.

En dus studeerde Wegstapel culturele antropologie en ontwikkelingsstudies in Nijmegen. Deed ze onderzoek in Zuid-Afrika naar de invloed van identiteit van zwarte jongeren op hun toekomstverwachtingen. Gaf ze aldaar les op een middelbare school en organiseerde ze excursies voor de jongeren, ging ze met een vriendin kijken op een Nederlandse ‘Iederwijs school’ omdat ze benieuwd was wat daar gebeurde, en deed ze vrijwilligerswerk met jonge kinderen in Guatemala. Maar al die tijd bleef de wens om later voor de klas te staan, kriebelen.

Nu komt dat er misschien toch nog van.

Sinds dit collegejaar zit ze namelijk op de nieuwe academische lerarenopleiding primair onderwijs, in de volksmond ‘academische pabo’. Daar kan ze na vier jaar twee diploma’s halen: een bul voor de universitaire studie onderwijskunde, én een onderwijsbevoegdheid van de pabo.

De opleiding kreeg nog voordat hij begonnen was, een positieve aantekening van de NVAO, de organisatie die in Nederland en Vlaanderen opleidingen accrediteert namens het ministerie.

En dat terwijl de studie toch heel erg voor de hand lag: het curriculum verleidt vwo’ers tot een baan in het onderwijs door ze een universitaire graad te beloven.

Toch is de opleiding er nu pas, zegt faculteitsdirecteur van de Hogeschool Utrecht Dick de Wolff, omdat in Nederland het hoger- en het wetenschappelijk onderwijs als twee totaal verschillende werelden worden gezien. Voordat die samenwerken, moet er heel wat gebeuren.

En dan is in het Nederlandse hoger onderwijs natuurlijk altijd de vraag ‘wie gaat het betalen’ en ‘wie is de baas’, de universiteit of de hogeschool, zegt De Wolff. In Utrecht hadden ze daar geen last van. „Wanneer je het eens bent over de inhoud, bestaat de rest uit regeldingen.”

De opleiding is het idee van Theo Wubbels, vice-decaan van de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht. Hij pleitte al in 1991, tijdens zijn oratie bij de bevestiging tot hoogleraar aan de lerarenopleiding in Utrecht, voor hoger opgeleide docenten op de basisschool. „Maar ik had steeds geen tijd om het idee vorm te geven.”

Die tijd kwam toen Wubbels in 2002 overstapte naar de faculteit Sociale Wetenschappen. Daar vroeg hij een collegezaal met 350 studenten pedagogiek wie belangstelling zou hebben voor een academische pabo. De helft stak de vinger op. Vanaf 2004 kreeg Wubbels de ruimte de opleiding te gaan opzetten.

Wubbels en De Wolff hebben twee opleidingen die samen zeven jaar duren, tot één opleiding gemaakt van vier jaar.

Het is gelukt door alle vrije ruimte uit de curricula te halen. Door ‘dubbelingen’, bijvoorbeeld in pedagogiek en didactiek, te schrappen. En door te selecteren op geschiktheid van de kandidaten. Want het zal, ondanks het afstemmen, toch een heel zware studie blijven. „We zijn benieuwd of ze het volhouden”, zegt Dick de Wolff.

Het nieuwe initiatief heeft een storm aan mediabelangstelling opgeleverd. Eindelijk weer eens een positief initiatief in de door imagoproblemen geteisterde onderwijssector, is de teneur van de artikelen.

Er meldden zich 150 kandidaten, van wie er vijftig op geschiktheid zijn geselecteerd.

De pr heeft zijn werk gedaan. ‘Leiden’ en ‘Groningen’ hebben al interesse getoond een zelfde opleiding te gaan opzetten, zegt Wubbels. Hogeschool Saxion begint komend jaar met een driejarige pabo voor vwo-leerlingen met aansluitend de mogelijkheid een master te volgen aan de Universiteit Twente.

Maar: Is er echt een academische opleiding nodig om jonge kinderen te kunnen lesgeven?

Waarom niet, zegt Wubbels. „Hoe ouder een kind wordt, hoe moeilijker het is eventuele leerachterstanden weg te werken. Dus is het zaak ook voor klassen met jonge kinderen hoger opgeleide leraren te hebben staan. En er zijn meer achterstandsleerlingen dan ooit in het Nederlandse basisonderwijs door de groei van het aantal scholieren van allochtone afkomst.”

Vijftig studenten, dat is nog wel erg weinig. Maar de ambities zijn er niet minder om. Wubbels hoopt dat door de nieuwe opleiding op termijn het basisonderwijs beter wordt. Dat wetenschappelijke inzichten over didactiek, over pedagogiek, over wat werkt in de klas, meer zal worden gedeeld tussen scholen. Dat wetenschappelijke inzichten doordringen tot leraren overal in Nederland. „En ik hoop op een meer onderzoekende houding van leerkrachten.”

Over vier jaar hopen Wubbels en De Wolff dat 150 studenten per jaar kunnen worden aangenomen. Maar dan moet er nog wel extra geld op tafel komen, van het ministerie. „We leggen nu structureel geld op de opleiding toe”, zegt Wubbels.

Anneke Wegstapel is heel positief over de nieuwe opleiding. Ze is al op stage geweest. Ze heeft veel literatuur moeten lezen. Dat vond ze heel interessant. Bijvoorbeeld over de vraag of kinderen weinig of juist veel feiten uit hun hoofd moeten leren. En wat het beste werkt; klassikaal lesgeven of met meer individuele methodes.

Nadeel van de opleiding is dat er maar één jongen op zit. „Ik vind het jammer voor het onderwijs dat er maar zo weinig mannen geïnteresseerd zijn in een baan voor de klas. Het zou toch te gek zijn als schoolkinderen in de toekomst geen mannelijke docenten meer zouden tegenkomen.”

Over vier jaar hoopt Wegstapel voor de klas te staan. Maar uiteindelijk wil ze daarnaast ook schooldirecteur worden. Die ambitie hebben meer van de 50 studenten aan de opleiding, zegt Wubbels.

Is het niet jammer, als de goudhaantjes van de academische pabo straks wellicht allemaal naar het management van scholen verdwijnen?

Ach, zegt Dick de Wolff. „De beste leraren belanden uiteindelijk vaak in het management. Dat is van alle tijden. Hopelijk krijgen we er door deze opleiding nu meer van.”