Opmars van populisten in Oostenrijk

De Oostenrijkers hadden genoeg van het „aanhoudende gekissebis” van SPÖ en ÖVP.

Dat is de belangrijkste reden voor de opmars van de rechts-populisten.

Zo veel stemmen als ze zondag in Oostenrijk kregen, kregen rechts-radicale partijen nooit eerder in het naoorlogse Europa. Ruim 29 procent van de Oostenrijkse kiezers bracht zijn stem uit op de FPÖ en BZÖ, die campagne voerden tegen immigratie en tegen de Europese Unie.

Samen bezetten deze rechts-populistische partijen, in het nieuwe parlement 56 van de in totaal 183 zetels – een winst van 28 zetels. Daarmee overtreffen ze het resultaat van Jörg Haider in 1999, toen nog de leider van de FPÖ, die zijn eentje de Oostenrijkse politieke verhoudingen op zijn kop zette en het pad effende naar regeringsdeelname.

De in april 2005 van de FPÖ afgesplitste BZÖ kwam onder aanvoering van diezelfde Haider nu op 21 zetels. „Het dwaallicht is er weer”, commentarieert de Zwitserse krant Neue Zürcher Zeitung gisteren naar aanleiding van zijn terugkeer op het nationale toneel.

Waarom hebben de Oostenrijkers weer zo massaal op de rechts-populistische partijen gestemd? „Boze kiezers stemmen op boze partijen”, schreef dagblad Standard. Veel experts denken dat kiezers niet zozeer extremer worden, maar dat de uitslag eerder voortkomt uit ontevredenheid met de grote coalitie.

De sociaal-democratische SPÖ en de conservatieve ÖVP hebben Oostenrijk, met een korte onderbreking, geregeerd sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat deze gevestigde partijen nu zo’n knauw hebben gekregen, komt volgens experts doordat populistische thema’s als anti-immigratie aanslaan, maar vooral door de brede frustratie onder kiezers over het „aanhoudende gekissebis” binnen de grote coalitie. Ze hebben „tegen de klippen op getwist”, constateerden bestuurders van de SPÖ en de ÖVP eensgezind.

De winnaars reageerden voorzichtig en gelaten. Zelfs FPÖ-lijsttrekker Heinz-Christian Strache, die in de campagne geen blad voor de mond nam, lachte verlegen toen hij zich desgevraagd kandidaat stelde voor het kanselierschap. Het was ook hem duidelijk zijn dat zijn kans op het kanselierschap nihil is.

Jörg Haider hing even de staatsman uit. „Niemand wil meer rood-zwart (SPÖ en ÖVP)”, analyseerde hij. „Nu moet er iets nieuws gebeuren in Oostenrijk.” Zijn BZÖ, die nog geen jaar geleden op grote posters opriep om de Oostenrijkse steden „ te zuiveren” van oude bedelaarsters, is nu voorstander van een „verstandige, niet-agressieve politiek”.

De verstandhouding tussen beide winnaars kenmerkte zich tijdens de campagne door vijandigheid. Strache nam Haider regelmatig op de hak als „hielenlikker en loopjongen” van de ÖVP – een verwijzing naar de twee regeringscoalities die ÖVP en FPÖ tussen 1999 en 2006 vormden en die uiteindelijk tot het schisma in het rechts-radicale kamp leidden.

Van verschillende kanten werd na hun succes van gisteren gesuggereerd dat Strache en Haider de handen nu wel ineen zullen slaan om de tweede partij van Oostenrijk te vormen. Maar dat werd zowel door FPÖ als BZÖ met kracht weersproken.

Het vormen van een coalitie zal waarschijnlijk een lang en gecompliceerd proces worden. SPÖ-leider Werner Faymann zal als aanvoerder van de grootste partij als eerste van bondspresident Heinz Fischer de opdracht krijgen de mogelijkheden van een meerderheidsregering te onderzoeken. Daarvoor heeft hij steun van minimaal 92 parlementsleden nodig.

Maar in de verkiezingsstrijd heeft Faymann samenwerking met de rechts-radicale partijen uitgesloten. Een nieuwe grote coalitie is de meest voor de hand liggende optie, maar dat willen de Oostenrijkers niet. Over een nieuwe grote coalitie zei Faymann alleen te willen praten als de conservatieven hun partijleider Wilhelm Molterer vervangen. Hij was immers degene die dit voorjaar electorale kansen rook en het initiatief nam om de regering van SPÖ-kanselier Alfred Gusenbauer op te blazen.

Waarschijnlijk zal eerst een ander scenario worden onderzocht. „Wilhelm Molterer moet partijleider blijven”, beklemtoonde ÖVP-secretaris Hannes Missethon na het debacle. Zijn partijgenoot Hermann Schützenhöfer wees er op dat er „een grote conservatieve meerderheid” bestaat bij een coalitie van zijn partij met de beide rechts-populistische winnaars.