Beiaardspelen is een vak met een cao, geen folkloristischehobby

Prima dat er weer eens aandacht wordt geschonken aan de typisch Nederlandse kunst van het beiaardspelen (Achterpagina, 24 september).

De beiaardspelende ex-burgemeester in Vianen uit het artikel neemt echter wel de plaats in van een beroepsbeiaardier. Na het (vrijwillige) ontslag van de vorige stadsbeiaardier, bijna twintig jaar geleden, heeft deze gemeente nooit meer een nieuwe aangesteld, ondanks het verzoek van verschillende jonge professionals om in aanmerking te mogen komen voor deze functie.

Een stadsbeiaardier heeft een toren als werkplek die altijd eigendom is van de stedelijke overheid. Dit in tegenstelling tot het kerkgebouw, dat behoort tot de gelovigen. Daarom is de stadsbeiaardier een ambtenaar vallend onder een cao, terwijl zijn collega de organist in dienst is van de Here (die zoals bekend pas later betaalt). Hoe onderhoudend de beiaardier van Vianen ook mag spelen, de beschrijving van zijn werk tendeert naar folkloristische hobby. Beiaardspelen is echter eenvak en de functiebeschrijving is opgesteld in overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.Daar behoort niet alleen het spelen van stukken toe, maar ook het arrangeren en improviseren, de automatische beiaardmuziek, de zomerconcerten, het stimuleren van de aandacht voor het instrument, kortom het levend houden van de stedelijke, lokale beiaardcultuur.

Misschien kan er aandacht worden besteed aan een echt probleem: het gebrek aan doorstroming binnen de beiaardwereld.