Zalen vol fictieve kunsthistorie

Moskou heeft een nieuw ‘Centrum voor eigentijdse Cultuur’. Het is gevestigd in de oude Bachmetjevski busgarage – een monument van het modernisme uit de jaren twintig.

Ilja Kabakov, ‘In de hoek’, 3 x 4 meter CL027CO
Ilja Kabakov, ‘In de hoek’, 3 x 4 meter CL027CO

Sinds een week heeft Moskou een nieuw expositiecentrum, waar het Stedelijk Museum in Amsterdam stinkend jaloers op kan zijn. Hoe dat mogelijk is? Met geld van een oligarch natuurlijk.

In dit geval is dat Roman Abramovitsj, die voor zijn 26-jarige vriendin Dasja Zjoekova de verbouwing financierde van de befaamde Bachmetjevski Bus Garage, een architectonisch meesterwerk van Konstantin Melnikov uit 1926-1927.

De garage met een vloeroppervlak van 8.500 vierkante meter en een voorgevel die aan een Griekse zuilencolonnade doet denken is zelf een tempel van het Modernisme. Alleen het uiterlijk is dus al een diamant. En de recente verbouwing heeft alle vlakken van die diamant gepolijst; het Centrum voor Eigentijdse Cultuur Moskou ‘Garage’ is dankzij die fijnafwerking een ideale expositieruimte.

Bovendien is de openingstentoonstelling Alternatieve kunstgeschiedenis, 2005 van het Russische kunstenaarsechtpaar Ilja en Emilia Kabakov een wervend mirakel. Niet in het minst doordat dit slechts de tweede keer is dat de kunstenaars sinds hun emigratie naar de Verenigde Staten weer in Rusland exposeren. Het lokt je ook naar het Poesjkin Museum en de tentoonstellingsruimte Vinzavod, waar de Kabakovs een aantal van hun fameuze installaties exposeren.

In de Garage is voor hen een gesloten galerie van drieëntwintig zalen gebouwd met werk van drie door de Kabakovs verzonnen kunstenaars. Alle drie maken min of meer hetzelfde werk met de ‘idylle van de Sovjet-Unie’ als thema.

Een van de drie fictieve kunstenaars heet Kabakov. Hij zou een leerling zijn van ene Charles Rosenthal (1898-1933), een Oekraïner die na de revolutie van 1917 naar Parijs vluchtte en daar om het leven kwam bij een auto-ongeluk. In datzelfde sterfjaar werd Kabakov geboren. Op de zaalwand waaraan zijn biografie hangt, kun je lezen dat hij door Rosenthal is geïnspireerd.

De fictieve Kabakov vond weer een navolger in de jonge Oekraïner Igor Spivak (1970-), die als gevolg van zijn succes sinds 1991 niets meer heeft geschilderd omdat hij aan de drank zou zijn.

Het werk van de drie fictieve kunstenaars, dat een mengeling is van impressionisme en socialistisch realisme, weerspiegelt drie periodes uit de moderne Russische geschiedenis. Zo laat Rosenthal zich inspireren door het optimisme van de Sovjetutopie, terwijl de schilderijen van zijn ‘leerling’ Kabakov weliswaar dezelfde thematiek en stijl hebben, maar somber zijn gestemd. Op zijn beurt wentelt Spivak zich in een nostalgisch verlangen naar die ‘romantische’ Sovjet-Unie, waarin alles zo overzichtelijk en eenvoudig was. Spivaks doeken van dappere arbeiders en boeren zijn alle met rode verf geschilderd, waarmee het Sovjetpatriottisme wordt benadrukt. Sommige zijn, net als bij Rosenthal en Kabakov, nog niet ingekleurd en laten slechts de getekende lijnen zien, waartussen nog verf aangebracht moet worden.

Rosenthal laat in zijn Zomerlandschap (1916) een impressionistisch boslandschap zien, dat deels uit wit canvas bestaat. Ook veel andere doeken bestaan grotendeels uit een vage tekening in het wit. Slechts de randen zijn beschilderd. Het hoogtepunt is In de hoek (1919), een enorm schilderij van drie bij vier meter, dat voornamelijk bestaat uit een wit doek waarop in de rechter onderhoek twee servetten, bestek, een schaal, een kom en twee stukken brood zijn geplakt.

Langzaam kruipen de invloeden van Malevitsj en het suprematisme het werk van Rosenthal binnen. Zijn taferelen uit het zoete Sovjetleven, zoals dat van een vertrekkende trein met pioniers, worden doorsneden met van Kandinsky geleende symbolen. Alsof hij wil aantonen dat een schilderij slechts een plaatje is en niets met de werkelijkheid heeft te maken. Zoals op Het afgescheurde landschap (1931), waarop van een schilderij van een Wolgastomer het rechterbovendeel van het tafereel van het canvas is gescheurd.

In de zalen met werken van de gefingeerde Kabakov worden Rosenthals invloeden alom duidelijk. Het zijn dezelfde opgewekte taferelen van smachtende pioniers, een metrohalte, een parade op het Rode Plein, de appel-oogst. Alleen worden ze door donkere vlakken begrensd en zijn ze daardoor minder optimistisch van uitstraling – alsof alle hoop op een betere toekomst is verdampt.

Als je deze fictieve galerie uitloopt, beland je in de hal van het busstation, waar de installatie Het Rode Paviljoen (1993) van de Kabakovs staat. Dat werk bestaat uit een huisje dat voorzien is van een Jacobsladder naar het Sovjetparadijs. Buiten ligt puin. Binnen kun je het paradijs aanschouwen. Wat is het er allemaal fijn. Het lijkt het Rusland van Poetin wel.

Center for Contemporary Culture, Ulitsa Obraztsova, metro Mendelejevskaja. Na 19/10 sluit het voor een verdere verbouwing die tot in februari duurt. Poesjkin Museum t/m 19/10, di-zo 10-19u.