Verrot China

Er is het China van de Olympische Spelen. En er is het China van het melkschandaal. „Corruptie is misschien wel de grootste bedreiging voor de economische ontwikkeling van China.”

Vrouwen wachten met hun baby bij een consultatiebureau in Fuyang Foto AFP Women wait for consultations, with babies in their arms, in a hospital in Fuyang in central China's Anhui province Thursday, Sept. 18, 2008. Chinese police arrested 12 more people Thursday as a fourth death was reported in a scandal involving tainted milk powder that has sickened more than 6,200 babies. (AP Photo) ** CHINA OUT **
Vrouwen wachten met hun baby bij een consultatiebureau in Fuyang Foto AFP Women wait for consultations, with babies in their arms, in a hospital in Fuyang in central China's Anhui province Thursday, Sept. 18, 2008. Chinese police arrested 12 more people Thursday as a fourth death was reported in a scandal involving tainted milk powder that has sickened more than 6,200 babies. (AP Photo) ** CHINA OUT ** Associated Press

Grootvader weet zeker dat zijn vijf maanden oude kleinzoon ziek is geworden van de vervuilde melk. „Iedere keer als hij een plasje doet heeft hij pijn en zijn urine is donkergeel, bijna bruin”, legt Li Zanshan (53) uit als hij met zijn oogappel het Shanghai Kinderziekenhuis verlaat. De overbelaste staf heeft vandaag geen tijd voor de kleine keizer van de familie Li. Morgen moeten zij en tientallen anderen terugkomen.

Vraag meneer Li, een accountant bij het vervoersbedrijf UPS in Shanghai-Pudong, naar zijn mening over de draaiende en liegende zuivelgigant Sanlu en de traag reagerende Chinese overheid en hij sist: „Jiti fubai”, collectieve corruptie

Fubai, verrotte toestanden, dat is de meest gebruikte term in de wachtkamers van dit grote ziekenhuis. Li vertelt op de parkeerplaats dat hij bijna moest huilen van woede toen hij in de krant en op een website las dat de melk, yoghurt en ijsjes voor de Olympische atleten, de Chinese astronauten en hoge nationale en regionale partijleiders wel aan rigoureuze inspecties waren onderworpen. „We vergiftigen onszelf, onze kinderen, maar we zorgen er wel voor dat onze gasten, onze astronauten en onze leiders veilig zijn”, hoont hij en vertrekt in zijn blauwe Honda.

„Systematische corruptie, een totaal inefficiënte overheid, zowel op nationaal als regionaal niveau en het ontbreken van een vrije pers leiden onvermijdelijk tot dit soort tragische incidenten”, concludeert dr. Minxin Pei van het Amerikaanse Carnegie Endowment for International Peace in Peking. Minxin werkt doorgaans in Washington maar is voor een vervolg op zijn in 2007 gepubliceerde onderzoek Corruption threatens China’s future in het land.

Minxin schat de jaarlijkse kosten van corruptie in China op 86 miljard euro, ongeveer 2 procent van het bruto nationaal product.

In amper drie weken ziet hij zijn analyses over corruptie onderbouwd met de melkcrisis en drie mijnrampen – in Shanxi en Henan – waarbij zeker 300 en mogelijk meer dan 1.000 tot 2.000 mijnwerkers en omwonenden omkwamen. „Als lokale overheden en bedrijven elkaar dekken en elkaar tegen betaling beschermen, dan ontstaan er levensgevaarlijke toestanden. Corruptie is dodelijk en op termijn misschien wel de grootste bedreiging voor de economische ontwikkeling van China”, stelt Minxin.

Het melkschandaal met het Sanlu-concern is nu al een klassiek voorbeeld van politieke corruptie en staat volgens Chinese experts die werkzaam zijn bij internationale levensmiddelenbedrijven in Hongkong, model voor de gang van zaken in de hele voedselketen in China. De bedrijfsleiding wist al in december 2007 dat de aangeleverde melk door de boeren eerst was aangelengd met water en vervolgens met het chemische melamine om het proteïnegehalte te verhogen. Klagende ouders werden eerst afgescheept en bedreigd. De aanhouders werden vervolgens afgekocht.

Sanlu is een staatsbedrijf en dient de instructies van de politieke leiding in de stad Shijiangzhuang en de provincie Hebei te volgen. De politieke bazen verboden het bedrijf om in actie te komen. Provinciale en nationale kranten en tv-stations werden gedwongen te zwijgen. Reporters kregen ook zwijggeld betaald. De Chinese staatstelevisie negeerde klagende ouders omdat Sanlu voor 200 miljoen euro per jaar adverteert. Bedrijfsleiders noch de burgemeester, zijn plaatsvervanger en de partijsecretarissen van bedrijf en stad vonden het nodig alarm te slaan.

Angst voor gezichtsverlies en prestige. Angst voor verlies aan banen, steekpenningen, belastinginkomsten. Angst voor minder groei en promotiekansen hield het netwerk van directeuren en politieke bazen in de greep. Niemand bleek scrupules te hebben of te beseffen dat zwijgen in de tijd van internet ook in China op den duur een doodlopende weg is. Integendeel, een van de grootste Chinese portals, Baidu.com, dat gemodelleerd is naar Google.com, werd met een half miljoen euro verleid alle blogs van boze ouders te elimineren.

Inmiddels zijn alle regionale hoofdrolspelers ontslagen en vecht de gouverneur van de provincie Hebei voor zijn baan. Ook hij zou hebben meegewerkt aan het toedekken. Sanlu is door de consumenten al afgeschreven, maar probeert de schuld af te schuiven op de boeren en de melkfabrieken.

Verslaggever Jian Guangzhou (34) van het Shanghaise Dongfan Zaobao (Oostelijk Ochtendblad) is de held van miljoenen verontruste ouders omdat hij als eerste journalist Sanlu identificeerde als een van de 22 bronnen van vervuilde melk. Hij schreef dat het bijna vijftig jaar oude Sanlu-concern in de noordelijke provincie Hebei een sleutelrol speelt in het Chinese melkschandaal met tot nu toe 53.000 en mogelijk 100.000 slachtoffertjes. Alle ontkenningen ten spijt.

Guangzhou grijnst: „Welkom in het normale China!” Op de vragende blik reageert hij: „Er is het China van de Olympische Spelen, het China van de astronauten die in de ruimte wandelen. Dat is het abnormale China. Ik ben daar heel trots op. Maar er is ook het normale China. En in het normale China zijn veel problemen met het milieu, met de kwaliteit van ons voedsel en met gewetenloze bazen en domme lokale bestuurders. Gelukkig hebben de nationale autoriteiten heel goed en snel gereageerd.”

Dat laatste is maar de vraag en lijkt veel op een politiek correcte opmerking. Het bedrijf mag bekritiseerd worden. De inmiddels afgezette regionale autoriteiten zijn ook een legitiem jachtwild geworden. Maar de journalist die de leiding in Peking in het vizier neemt, loopt aanzienlijke risico’s.

Reporter Jian Guangzhou mag dan de held zijn, echt trots op zijn werk is hij niet. Daar heeft hij ook geen redenen voor. Vlak voor hij naar Hebei vertrekt voor verder onderzoek, vertelt hij dat hij pas in augustus in actie mocht komen en vervolgens uit vrees voor de consequenties nog twee weken heeft gewacht met het noemen van de bedrijfsnaam. Hij wilde een „Chinese merknaam” niet kapot maken.

„Toen ik journalistiek studeerde, leerden wij van onze professoren dat de westerse media in handen waren van tycoons”, vertelt Jian. „Ik was teleurgesteld te horen dat de vrije media in Amerika dus helemaal niet zo vrij waren. Maar het is bij ons niet veel beter. Ook wij worden gecontroleerd door de grote ondernemingen. We moeten voldoen aan de rendementseisen van de markt. Tegelijkertijd moeten wij ook nog rekening houden met allerlei restricties van de overheid. Als wij in de media geen geweten hebben, wat zal er dan met de samenleving gebeuren. Als er geen wachter op de brug staat, waar koerst het schip dan op af.”

Zeker zo gefrustreerd is Fu Jianfeng, hoofdredacteur van Nanfang Dushibao in Guangzhou (Kanton). Zijn krant werd al in juli overspoeld met telefoontjes en e-mails van ouders met zieke baby’s. Maar de Olympische Spelen waren in aantocht. „We kregen daarom opdracht de harmonie te bewaken. Iedereen in de Chinese media weet wat dat betekent. Ik mocht dus geen reporters op de zaak zetten. Terwijl ik wist dat er zich een volksgezondheidsramp voltrok. Ik voelde en voel mij bijzonder schuldig en verslagen”, schrijft Fu op zijn weblog. Detail: de hoofdredacteur waarschuwde wel al zijn vrienden met baby’s geen Sanlu-poeder te gebruiken.

In tegenstelling tot de noordelijke en oostelijke media die de autoriteiten in Peking noodgedwongen sparen, stelt deze zuidelijke krant wel vragen over de verantwoordelijkheid van de regering en andere topfunctionarissen in Peking. De minister van Levensmiddelencontrole Li Changjiang is inmiddels ontslagen.

Volgens een andere hoofdredacteur, Qiu Liben van Yazhou Zhoukan (Aziatisch Weekblad), in Hongkong, is dat een loos gebaar. Dit weekblad is in China verboden en ook de website is vanuit het vasteland niet toegankelijk. „De melkpoederfabrikanten, de politieke bazen en hun superieuren in Peking denken dat zij de hele wereld kunnen bedonderen. Maar zij hebben buiten de macht van het internet gerekend. De zaak is aan het licht gekomen omdat ouders, maar ook verpleegsters en doktoren niet langer wilden of konden zwijgen. Het hele systeem van staatsbedrijven en politieke bazen is bankroet en iedereen in China weet dat”, zegt Qiu in een telefoongesprek.

Hij vestigt de aandacht op de drie mijnrampen die deze maand hebben plaatsgevonden. „Mijnrampen zijn grote tragedies waarover in de internationale pers heel summier wordt bericht”, zegt Qiu, die in de VS journalistiek heeft gestudeerd. „Dat is niet terecht. Wij denken dat er alleen al bij de mijnramp in Shanxi geen 256 mensen zijn omgekomen, maar meer dan 1.000 en misschien wel 2.000.”

Het beeld dat oprijst uit de berichtgeving over de ramp bij de Taishan-mijn in de provincie Shanxi van undercoververslaggevers van Yazhou Zhoukan en anonieme bloggers is tragisch en tekenend.

Het officiële verhaal, verspreid door het staatspersbureau Xinhua, wil dat als gevolg van zware regenval een dam van een overvol opslagreservoir met ertsafval bezweek en een modderlawine veroorzaakte. Die lawine overspoelde een lager gelegen markt, waar officieel 260 mensen omkwamen.

In werkelijkheid betrof het een illegale ijzerertsmijn van een criminele zakenman met uitstekende connecties met de districtshoofden en het provinciale gouvernement. De mijnwerkers en bewoners van de omliggende dorpen zijn migrantenarbeiders uit andere provincies. De vroegere staatsmijn had geen exploitatievergunning, was niet geïnspecteerd op veiligheid, maar was toch in bedrijf met medeweten van de politieke bazen in de provincie. De zakenman, een vroegere chauffeur van de staatsmijn, had de lokale en regionale partijsecretarissen en de media in zijn zak. Wie hem in de weg stond, werd of omgekocht of afgeranseld.

De anonieme verslaggeefster van Yazhou Zhoukan schrijft in een e-mail: „Er was geen zware regenval, de mijn was illegaal, maar in bedrijf met medeweten van de politici. Alle dorpelingen en reddingswerkers zeggen dat er 1.000 en mogelijk meer slachtoffers zijn gevallen. Het identificeren van de doden is moeilijk, omdat zij niet waren geregistreerd en er bevinden zich nog veel vermisten onder de modder. Het verhaal van het persbureau Xinhua en de Chinese staatstelevisie dat ook is overgenomen door de internationale media, is een aaneenschakeling van leugens.”

Het gelijk van deze journaliste wordt onderstreept door het ontslag van de provinciegouverneur Meng Xuenong, de vicegouverneur en zes andere, lagere partijfunctionarissen. Meng was tijdens de SARS-crisis burgemeester van Peking en werd afgezet vanwege al te opvallend falen. Het gouverneurschap van het arme Shanxi vormde zijn comeback die hij te danken had aan vriend en vertrouweling president Hu Jintao zelf. Die persoonlijke relatie maakt de ramp in Shanxi extra politiek gevoelig.

Afgezette gouverneurs, burgemeesters en partijsecretarissen kunnen, tenminste als zij niet uit de partij zijn gezet, na verloop van tijd weer opduiken in andere functies. Dat is geen punt. Zo werkt het systeem. Dat weet iedere Chinese burger.

Uit een enquête van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen die niet in de Chinese, maar wel in de Hongkongse media is gepubliceerd, blijkt dat 70 procent van de bevolking denkt dat partijfunctionarissen en ambtenaren „het meest hebben geprofiteerd” van de economische ontwikkeling van China.

Het enige wat de leider van de studie, professor Mao Shoulong van de Remin Universiteit, wil zeggen is „dat het natuurlijk nooit goed is dat de bevolking denkt dat politici, bestuurders en ambtenaren het eerst rijk zijn geworden”.

Alle sectoren van de economie waarin de overheid een grote rol speelt, zijn volgens Minxin zeer corruptiegevoelig. „Heel veel staatsbedrijven en departementsbegrotingen worden geplunderd. De staatsbanken zijn zeer kwetsbaar”, zegt Minxin.

Geen dag gaat voorbij of in de nationale of regionale media worden frauderende burgemeesters, ziekenhuisdirecteuren, planningscommissarissen, regionale bankmanagers met particuliere offshorerekeningen aan de kaak gesteld. Nadat de censuur daarvoor toestemming heeft gegeven. Welke politieke afwegingen daarbij worden gemaakt, is voor een buitenstaander niet te doorgronden.

Voor functionarissen en bestuurders is het particuliere bedrijfsleven een overvloedige bron van illegale inkomsten. Het verstrekken van overheidsopdrachten, het afgeven van vergunningen en het regelen van afspraken vormen even zoveel kansen om zakenlieden af te persen. Het systeem van mai guan mai guan – het kopen en verkopen van afspraken met belangrijke partijbestuurders en topambtenaren – is zeer lucratief. Onlangs bleek in een noordelijke provincie dat een gouverneur en zijn staf met het verkopen van afspraaktijd aan zakenlieden ruim een miljoen euro had „verdiend”.

Minxin heeft berekend dat partijfunctionarissen en ambtenaren tussen 1996 en 2006 voor ruim 200 miljard euro de verschillende overheidsbegrotingen hebben geplunderd. In deze periode werden tussen de 130.000 en 190.000 partijfunctionarissen per jaar zoals dat in partijjargon heet „gedisciplineerd”. Doorgaans is de sanctie niet meer dan een officiële berisping of een tijdelijke demotie Executies, zoals vorig jaar van het hoofd de medicijneninspectie, zijn zeldzaam. Net zoals lange gevangenisstraffen, zoals van de vorige burgemeester van Shanghai.

Minxin Pei: „Corruptie in China is een business met hoge opbrengsten en zeer lage risico’s. We horen veel over wetten tegen corruptie, over de bittere noodzaak corruptie te bestrijden, maar dat is allemaal bedrieglijke schijn.’’

President en partijleider Hu Jintao maakt er jaar na jaar geen geheim van dat hij corruptie beschouwt als een van de ernstigste bedreigingen voor de alleenheerschappij van de Communistische Partij van China. Maar niets wijst erop dat Hu en zijn generatie leiders van plan zijn de rol van de staat in de economie te verkleinen en de waakhonden van de media ruimte te geven. Al zijn speeches, decreten en wetten ten spijt.

Net als iedere Chinese burger weet hij precies hoe melkschandalen en mijnrampen kunnen ontstaan. Hij is ook een lokale bestuurder en provinciale gouverneur geweest. Of hij zich in die tijd verrijkt heeft is onbekend, maar hij kent het systeem door en door. Hij is medeverantwoordelijk omdat hij de benoemingen van gouverneurs heeft goedgekeurd

Door enkele (vice)gouverneurs en hoge partijfunctionarissen te ontslaan moet de indruk gewekt worden dat de hoogste leiders aan de kant van de bevolking staan en de regionale leiders het eigenlijke probleem vormen.

Minxin Pei: „Niets is minder waar, het is een systeemkwestie. Ik zie het onvermogen corruptie uit te roeien inmiddels als een systematisch risico. Het raakt de kwaliteit van de Chinese ontwikkeling, want hierdoor wordt het vermogen om grote problemen op het gebied van milieu, de betrouwbaarheid van Chinese producten, de diefstal van intellectuele eigendommen en het financiële systeem op te lossen alleen maar zwakker. Ingebakken corruptie maakt China ook als internationale partner ongeloofwaardig. Ik ben er overigens zeker van dat de huidige leiders zich zeer bewust zijn van deze politieke risico’s.”

China probeert de internationale risico’s en de schade aan het label ‘Made in China’ af te dekken met hervormingen van de keuringsdiensten en veel sussende woorden. Er wordt ook steeds nauwer samengewerkt met internationale opsporing- en inlichtingendiensten, want corrupte bestuurders in de financiële sector zouden meewerken aan grote witwasoperaties en de financiering van organisaties als de Palestijnse Hamas.

Daarbij speelt ook een rol dat in de afgelopen drie jaar bijna 1.000 corrupte Chinese bestuurders naar het buitenland (met name de VS) zijn gevlucht en Peking deze heren en enkele dames wil vervolgen en opsluiten.

Maar corruptie, melkschandalen en mijnrampen leiden in China niet tot omwentelingen en ingrijpende veranderingen. „Zolang de economie blijft groeien in een zeer hoog tempo zal dat niet gebeuren”, zegt Minxin Pei. „De middenklasse is ongerust, maar heeft daar geen belang bij. Die groei verdoezelt veel, maar er komt een moment dat die groei afzwakt of stagneert. En dan weet ik niet of de Chinese bevolking die nu al vaak te hoop loopt tegen corruptie, het nog langer accepteert.”