'Veel allochtone leerlingen krijgen een te laag advies'

‘Meisjes fietsen niet in Marokko’ Foto Leo van Velzen Haarlem, 05-09-08. Soumia Marchouh. KPMG . Foto Leo van Velzen NrcHb.
‘Meisjes fietsen niet in Marokko’ Foto Leo van Velzen Haarlem, 05-09-08. Soumia Marchouh. KPMG . Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

‘Veel mensen vinden het bijzonder wat ik gepresteerd heb, maar ik vond mezelf vooral oud toen ik eindelijk afgestudeerd was, 29. Als je wat van je leven wilt maken, moet je zelf verantwoordelijkheid nemen, vind ik. Lang niet alle allochtone jongeren doen dat. Ergens kan ik de aanhangers van Rita Verdonk begrijpen die zich ergeren aan mensen die van een uitkering leven terwijl ze misschien best zouden kunnen werken. Ik woon in een buurt met veel buitenlanders. Als ik om tien voor zeven van huis ga, zijn de gordijnen van de meeste huizen nog dicht. Dat bevestigt toch weer het beeld. Het is waar dat Marokkaanse jongeren, vooral jongens, soms worden gediscrimineerd. Ik heb het met mijn eigen ogen gezien. Maar tegen die jongens zeg ik: ga niet in een hoekje zitten janken! Oké, misschien moet je als allochtoon beter je best doen, harder werken, méér sollicitatiebrieven schrijven, maar dat moet dan maar.

Mijn leven is pas begonnen hier in Nederland. Toen ik op mijn veertiende uit Marokko naar Haarlem verhuisde, kon ik niet lezen en schrijven. Ik had nog nooit op school gezeten. Uit die tijd in Marokko herinner ik me heel weinig. Het was gezellig thuis, met mama, oma en mijn twee oudere zussen. Buurvrouwen. Papa die op bezoek komt, een keer in het jaar. We woonden in een klein dorp in de Rif, het is daar heel normaal als kinderen niet naar school gaan. Bij sommigen is het gebrek aan geld, bij ons was de reden dat de school te ver weg was, meer dan een uur lopen. Een keer in de week kregen we koranles in de moskee. Daar moesten we heilige teksten uit ons hoofd leren.

We hadden gehoord dat het altijd slecht weer was in Nederland, maar het was heel zonnig die dag in maart dat we aankwamen, mijn moeder, vier zussen, mijn kleine broertje en ik. Mijn vader, een klassieke gastarbeider, woonde al twintig jaar hier. We kenden hem alleen van de vakanties. Ik ging naar een schakelklas om de taal te leren, en te leren lezen en rekenen, met een tolk erbij. Halverwege het jaar kwam ik met longontsteking in het ziekenhuis terecht. De lerares kwam me opzoeken en bracht Alice in Wonderland voor me mee. Het was het eerste boek dat ik zelf kon lezen.

Na een jaar mocht ik naar de mavo. Het scheen nogal uitzonderlijk te zijn dat ik in een jaar de basisschoolstof had ingehaald en ook nog eens een vreemde taal had geleerd; zelf zag ik dat helemaal niet zo. De mavo ging niet van een leien dakje, vooral wiskunde vond ik moeilijk, en er was niet veel hulp van school. Een keer per week een huiswerkuurtje, dat was alles. Toch slaagde ik binnen vier jaar, en met redelijke cijfers. Ik was erg teleurgesteld dat ik niet door mocht naar de havo. De leraren raadden het af, omdat ik nog maar zo kort in Nederland was en volgens hen een te grote achterstand had. Mijn ouders hadden veel vertrouwen in de school, dus zij namen dat advies over. Zelf dacht ik ook dat ze wel gelijk zouden hebben.

Het werd meao, een middelbare beroepsopleiding. Ik vond er niets aan, deed mijn best niet meer, ging spijbelen. Later is met mijn broertje precies hetzelfde gebeurd. Het is bijna fout met hem gegaan. Nu gaat het goed gelukkig, hij zit nu op het hbo. En mijn zusje had aan het eind van de havo-vwo brugklas heel goede cijfers maar kreeg toch een havo-advies. Toen heb ik boos opgebeld naar de school. Die gaf als argument dat mijn zusje meer moeite moest doen dan de andere leerlingen. Nou en?! Ze is alsnog naar het vwo gegaan en studeert nu rechten aan de universiteit. Veel allochtone leerlingen krijgen een te laag advies. Soms bereiken ze met een omweg toch hun doel, maar soms raken ze gefrustreerd en haken af. Dat ik mijn meao uiteindelijk toch heb afgemaakt, heb ik vooral te danken aan een goede vriendin, een Nederlandse. Ze wist dat ik rechten wilde studeren om advocaat te kunnen worden. Familie, leraren, iedereen lachte me uit, maar zij zei: ‘Maak je droom waar’.

Toen ik nog in Marokko woonde, had ik een neef met een fiets. Dat wilde ik ook graag, fietsen. Maar tegen mij werd gezegd: ‘ach joh, je bent een meisje’. Meisjes fietsen niet in Marokko. Het is een van de eerste dingen die ik hier heb geleerd. Ik was me al heel jong bewust van de kansen die je hebt in Nederland, en die wilde ik benutten. Serieus genomen worden, me niet dom voelen, dat wilde ik. Me ontwikkelen en laten zien dat er als vrouw nog iets anders mogelijk is dan getrouwd zijn met je neef uit Marokko en huisvrouw zijn. Ik wilde vooruit. Zodat mij nooit zou overkomen wat een collega overkwam, in de winkel waar ik werkte. Misprijzend zei een klant tegen haar, toen ze moeizaam een zware mand verplaatste: ‘Had je maar een vak moeten leren’.

Ik zat in bus 73 op weg van de stad naar huis. Ik had mijn meao-diploma op zak en zou gaan werken. Mijn ouders vonden het mooi geweest, ik had volgens hen nu wel lang genoeg op school gezeten. Ineens zag ik het, een bord waar op stond ‘twee jaar vwo in één’. Het was een privé-instituut. Ik ben de bus uitgestapt en naar binnen gegaan. ‘Ik wil niet dat u me wegstuurt voor ik mijn verhaal heb gedaan’, zei ik. Bij wijze van toelatingstest lieten ze me de eindexamenopgaven havo maken van Nederlands, economie en geschiedenis. Daar slaagde ik voor. Toen had ik een financieel probleem: het lesgeld was zo’n negenduizend euro. Ik heb de directeur gebeld en gevraagd of ik in maandelijkse termijnen mocht betalen. Dat was goed. Een jaar lang heb ik geen privéleven gehad, ik had drie baantjes – in een winkel, als schoonmaakster en als babysit – en werkte hard voor school. Maar aan het eind van dat jaar had ik wel mijn vwo. Ik kon eindelijk rechten gaan studeren.

Ik ben mijn ouders heel dankbaar voor alles. Dat ze naar Nederland zijn gegaan, dat ze ons streng hebben opgevoed, op een goede manier. Om half negen, na GTST, ging de televisie uit en moest ik naar bed, zelfs toen ik al achttien was. Want de volgende dag was er weer school. Ze letten er ook altijd op of wij ons huiswerk maakten. Ze hebben ons discipline bijgebracht. Dat ze me niet steunden toen ik vwo wilde gaan doen, was uit pure onwetendheid. Ze hebben zelf nooit op school gezeten. Maar toen zag ik dat allemaal niet, ik was alleen maar boos op ze. Ik ben op mezelf gaan wonen en heb een paar jaar geen contact met ze gehad. Ergens is dat mijn geluk geweest, want het gaf me een extra stimulans om door te gaan en goede resultaten te behalen.

Eenmaal op de Vrije Universiteit was ik brak. Ik kon niet meer. Ik ging feesten, de student uithangen. Na een jaar besloot ik naar het hbo te gaan. Voor het eerst deed ik een stapje terug, in plaats van almaar vooruit, vooruit. Vorig jaar ben ik afgestudeerd in Management, Economie en Recht. Mijn man heeft me altijd gesteund, ook al heeft hij zelf niet gestudeerd. Hij is op zijn achttiende uit Marokko naar Nederland gekomen en heeft een baan als magazijnmedewerker. We hebben elkaar zeven jaar geleden in Amsterdam ontmoet, en zijn uit liefde met elkaar getrouwd. Hij is heel trots op mij dat ik dit allemaal gedaan heb. Nu ben ik nog starter, maar over een tijdje ga ik meer verdienen dan hij. Ook daar heeft hij helemaal geen moeite mee. ‘Dan krijgen we het allebei beter’, zegt hij.

Bij het bedrijf waar ik stage had gelopen, Meijburg & Co – onderdeel van KPMG – kon ik een baan krijgen als assistent-belastingadviseur. Ze namen me aan ondanks het feit dat ik inmiddels zwanger was, dat vond ik een groot compliment. Dankzij mijn dochtertje – ze is nu zeven maanden – is er rust over me gekomen. Eigenlijk had ik na mijn hbo nog een masteropleiding willen doen, maar het is goed zo.’

Brigit Kooijman