Spijkers en rokken

De tweeling Spijkers en Spijkers is wereldwijd bekend. Zelf blijven ze het liefst op de achtergrond.

Truus en Riet Spijkers Foto Anne Reinke
Truus en Riet Spijkers Foto Anne Reinke Reinke, Anne

Samen met Viktor & Rolf zijn Spijkers en Spijkers de enige Nederlandse modeontwerpers die de afgelopen jaren regelmatig in de internationale glossy’s staan. Vorige week showden Spijkers en Spijkers hun nieuwe collectie op de Londense modeweek.

Het was de zevende keer dat de Arnhemse tweeling Truus en Riet Spijkers hun kleding op Britse bodem toonden. Hun vrouwelijke – maar nooit plat sexy of zoetsappige – ontwerpen worden wereldwijd verkocht. Ruim een jaar geleden lanceerden ze SiS, een tweede, goedkopere lijn.

Bij Spijkers en Spijkers staat de jurk altijd centraal. „De rest, tops, rokjes, jassen, zijn afgeleid daarvan”, zeggen Truus en Riet, net terug uit Londen. Het liefst gaan ze meteen weer nieuwe jurken tekenen. „Jurken die we zelf écht willen hebben”, zegt Riet. Mannen ontwerpen volgens haar meestal voor een ideale vrouw, creëren illusies. Truus: „Wij plaatsen niet zomaar ergens een ruche omdat het leuk staat.” Riet: „Het gaat ons om de kracht van vrouwen. We kunnen ze dat niet direct geven, maar we kunnen wel zorgen dat vrouwen zich krachtig voelen. In een goeie jurk, met goeie schoenen erbij, voel je je beter.”

Tot voor kort ontwierpen Spijkers en Spijkers hun grafisch belijnde jurken volgens het principe form follows function, een stelregel uit de art deco van de jaren twintig. Details waren altijd functioneel – een sluiting was tevens versiering. Vorig jaar veranderden ze van uitgangspunt. „We zagen veel ontwerpers opeens bezig met dingen die wij al eerder hadden gedaan.” De Spijkers wilden verder. Als reactie bedachten ze: fun follows function, het adagium van het Italiaanse ontwerperscollectief Memphis dat in de jaren tachtig beroemd werd met kleurige meubels met grillige vormen en vrolijke decoraties. In de laatste twee Spijkers collecties voeren frivole ruches de boventoon.

Truus en Riet Spijkers (1970) groeiden op in het gehucht Bruchterveld in Overijssel. Als tweeling waren ze een locale attractie. Gekleed in new wave outfits – „de zwarte raven noemden ze ons” – hadden ze veel bekijks. Als ze uitgingen – in Coevorden – moest er elke keer wat nieuws komen. Riet: „Ik zette op mijn twaalfde al een colbert in elkaar.” Truus had minder geduld: „Ik was meer van het rauswerk.”

Hun jeugdige werkwijze vertoont parallellen met hun huidige taakverdeling. Riet is van de details, maakt patronen en overlegt met het personeel. Truus beheert het zakelijke deel, stuurt medewerkers buiten het bedrijf aan en zorgt dat stoffen binnenkomen. Het ontwerpen doen ze samen.

Van huis uit werd hun creativiteit niet gestimuleerd. In het dorp woonde een kunstenares, vertelt Riet. „Als kind vonden we dat interessant. Leuk, de hele dag tekenen.” De vrouw herkende de artistieke gaven van de tweeling en stilde hun modehonger met oude Vogues. Truus: „In het Coevordense uitgaansleven hoorden we over een kunstacademie in Arnhem. Daar moesten we heen.”

Eind jaren tachtig deden ze toelatingsexamen. Alleen Truus was welkom. „Het was een drama”, zegt de tweeling, met nog steeds merkbare woede. Riet werd bij de AKI in Enschede wel aangenomen. Alleen in de weekends waren ze samen.

Sinds 1996 veroverden ze de modewereld zonder ooit zelf op de voorgrond te treden. „Ach, het is zo makkelijk om met je hoofd in een blad te komen,” zegt Truus. Als sterren hun kleding dragen – vaak zangeressen, van Lilly Allen, Róisín Murphy tot Trijntje Oosterhuis – vinden ze dat niet meer dan ‘leuk’. Ze hopen dan wel dat die vrouwen er zelf voor kiezen, en niet iets toegestoken krijgen van een stylist of persbureau. Laatst zagen ze zangeres Wende Snijders op televisie in een van hun jurken. „Ze had hem waarschijnlijk zélf gekozen.”

Een imago als modetweeling zullen ze niet snel uitbuiten. „Terwijl wij de echte tweeling zijn, niet Viktor en Rolf”, zegt Riet lachend. Al moet ze het bebrilde modeduo nageven dat ze een briljante act opvoeren. Ze bewonderen Viktor & Rolf, maar vinden dat het eigenlijk meer kunst dan mode is. „Lang niet alles dat ze tonen op de catwalk wordt geproduceerd, laat staan dat het op straat terecht komt. Wat je bij ons ziet kun je kopen. Dat dwingt ons feeling te hebben met kleding, met klanten.’

Hun succes ontgaat ook politiek Den Haag niet. Onlangs werden ze uitgenodigd voor een diner met minister Ronald Plasterk van Cultuur, enkele museumdirecteuren en kunstenaars als Marlene Dumas, Joep van Lieshout en vormgever Marcel Wanders. Gesproken werd over een nieuw kunst- en cultuurbeleid en het huidige subsidiestelsel. „Vraag niet wat je land voor jou kan doen, maar wat jij voor je land kan doen”, zei de minister in het Engels.

Dat citaat van de Amerikaanse president Kennedy viel bij de ontwerpsters, die het de afgelopen jaren financieel op eigen kracht rooiden, nogal ongelukkig. „Wij hebben gezegd dat we juist een bonus verdienen”, zegt Riet. „Talent, dat het zelf heeft gemaakt, moet worden beloond. Op het gebied van vormgeving creëren wij internationaal exposure voor Nederland.” Ze vinden het jammer dat subsidies vaak gaan naar creatieve underdogs waar de markt geen belangstelling voor heeft.

Deelname aan de Amsterdam International Fashion Week achten ze uitgesloten. Showen in Nederland kost alleen maar geld. Verkopen vinden ze belangijker dan het beetje pr dat de modeweek oplevert. Bovendien, waarom zouden ze de luxe en professionaliteit die ze in Londen gewend zijn, opgeven? Daar werken ze samen met een schoenenfabrikant die in alle gewenste kleuren en modellen schoenen voor hun show maakt. Op de modellencasting voor hun laatste show meldden zich 300 modellen. Al weet Truus ook wel dat de beste mannequins vaak zijn gereserveerd voor de grootste merken. Riet bromt iets over modegezeur. Ja, soms hangt het modegedoe ze weleens de keel uit, maar gelukkig nooit bij allebei op hetzelfde moment.

Dat ze net zijn opgenomen in een boek met de beste 100 nieuwe ontwerpers geeft ook wel een lekker gevoel, moet de tweeling toegeven. Alleen om dat ‘nieuwe’ moeten ze een beetje lachen.

Spijkers en Spijkers show: zomer 2009 is te zien via Youtube. Boek: 100 New Fashion Designers. By Hywel Davies. Uitgever: Laurence King.