Spaarverwarring

De kredietcrisis jaagt spaarders op. We verkassen eerst van gierige spaarbanken naar rekeningen met de hoogste rente. Vervolgens slaat de twijfel toe: is die gulle bank wel solide? Wat krijg ik terug als mijn bank ten onder gaat?

Dat hangt ervan af, luidt het onbevredigende antwoord. Natuurlijk, we hebben de depositogarantieregeling. Op grond hiervan krijg je de eerste 20 mille van je spaar- en betaalrekening per bank per persoon vergoed; van je tweede 20 mille krijg je 90 procent terug, mits de regeling geldt voor jouw spaarproduct en jouw bank.

Daarnaast stelt de Faillissementswet regels en ben je gebonden aan bankvoorwaarden. Die dingen kunnen elkaar allemaal tegenspreken. Stel je hebt bij bank A 100.000 euro spaargeld én een hypotheek van 200.000 euro. Gaat A op de fles dan wil de depositoregeling je spaargeld en schuld verrekenen, waardoor een hypotheek van 100.000 euro en een spaarsaldo van nul resteert. Dat komt best goed uit, want anders had je van je ton spaargeld maar 38.000 euro gegarandeerd teruggekregen. De rest moest je uit de failliete boedel zien te slepen.

Je hypotheekvoorwaarden kunnen verrekening echter verbieden of zelfs bepalen dat je de hele schuld moet terugbetalen. Ook kan je hypotheek ongemerkt aan een andere bank zijn doorverkocht – het beruchte securitiseren – wat verrekening onmogelijk maakt. Gaat het om een spaarhypotheek, dan valt je gespaarde kapitaal sowieso niet onder de depositogarantieregeling. Want helaas, je bezit een verzekering in plaats van een saldo. Het kan zelfs zijn dat je polis bij een faillissement vervalt. Al die dingen maken spaarcompensatie een juridisch doolhof waarin juristen, belangenorganisaties, de overheid en rechters de uitweg moeten wijzen.

Als je spaargeld en hypotheek wel worden verrekend, heeft dat mogelijk ook nog kostbare gevolgen. Moet je over de verplichte aflossing boeterente betalen? Verlies je (deels) recht op hypotheekrenteaftrek? En mag je het afgeloste deel ooit nog fiscaal vriendelijk bijlenen? De gedupeerden van de in 2005 gefailleerde bank Van der Hoop behielden hun oude fiscale rechten, maar niets is zeker.

Hoeveel je bij een deconfiture van je spaarbank terugkrijgt, hangt verder af van je totale hoeveelheid spaargeld per bankconcern, het type vergunning van je bank, je soort tegoed, de waarde van de failliete boedel van de bank, misschien zelfs van de economische toestand in ons land.

De depositogarantieregeling geldt niet per spaarbank, maar per financieel concern. Spaar je bij SNS Regio Bank én Reaal, dan geldt de uitkering van maximaal 38.000 euro maar één keer, want die aanbieders behoren tot dezelfde groep (zie sparen.pagina.nl). Fortis en ABN Amro zijn juist aparte banken (tot eind 2009). Verder geldt de volledige garantie alleen voor banken met een Nederlandse bankvergunning (zie www.dnb.nl). Die ontbreekt bij spaarbanken als Icesave en Argenta. Een deel van je spaargarantie moet je dan claimen bij de IJslandse of Belgische centrale bank.

De garantieregeling geldt voorts slechts voor echte spaarsaldo’s, en dus niet voor bijvoorbeeld het DSB Bank achtergesteld deposito. Dat is geen spaarrekening, maar een achtergestelde lening. De rente is hoog, maar als de tent bankroet gaat, ben je waarschijnlijk je hele inleg kwijt.

Wie optimaal van de garantieregeling wil profiteren, moet kleine lettertjes lezen, spaar- en betaalrekeningen spreiden over meer bankconcerns, oppassen voor onechte spaarproducten en banken zonder Nederlandse bankvergunning. Maar dan nog biedt de depositogarantieregeling slechts soelaas als er incidenteel een bankje op de fles gaat. De banken voldoen namelijk samen de schade. Zouden diverse (grote) instellingen tegelijk het loodje leggen, dan valt die strop van (vele) tientallen miljarden euro’s nauwelijks te betalen.

Lees meer van Erica Verdegaal op nrc.nl/erica