Paul McCartney houdt ?historisch? concert luchtig

Ex-Beatle Paul McCartney negeerde bedreigingen en gaf donderdag een drie uur durend concert in Tel Aviv. Overdag bezocht hij de geboortekerk in Bethlehem.

Hij kwam „een boodschap van liefde en vrede brengen”, zei Paul McCartney tijdens zijn concert in Tel Aviv, afgelopen donderdag. Waar die boodschap precies verborgen zat, dat werd de 40.000 toeschouwers niet helemaal duidelijk. Hooguit in Give peace a chance, dat hij het publiek langdurig liet meezingen.

In politieke statements had Paul McCartney geen zin, in toespelingen op het beladen verleden evenmin. Hij hield het luchtigjes bij een medleyavond van vertrouwde nummers.

Het was ook niet de muziek die het concert van de voormalige bassist en zanger van The Beatles volgens de Israëlische media ‘historisch’ maakte. Het ging hierom: het zit weer goed tussen Israël en Paul McCartney. „Israël houdt van je, Paul”, was te lezen op een spandoek in het Hayarkon Park. De toeschouwers, onder wie veel ouderen en kleine kinderen, zongen vrolijk mee met Yesterday, Let it be, Back in the USSR en vele andere Beatle-hits. Alsof McCartney wilde goedmaken wat er 43 jaar geleden was misgegaan.

Dit is er, volgens onderzoek van de Israëlische historicus Alon Gan, gebeurd: in 1965, toen de hysterie rondom The Beatles al wereldwijd was toegeslagen, verbood een Israëlische staatscommissie een gepland optreden in Israël. The Beatles zouden volgens de commissie, een groep politici en ambtenaren, „een negatieve invloed op de jeugd van de natie hebben.”

Na protesten van de organisatie van het concert volgde een geheim onderzoek naar de vraag wat die invloed in de rest van de wereld precies was. Ambassadeurs gingen aan het werk en bestudeerden het effect van de muziek op de jeugd. In een geheime resolutie werd vastgesteld dat het ging om „massahysterie onder jongeren”, en dat de band overigens toch „geen artistieke waarde” had. The Beatles gingen in de ban in het preutse Israël, dat de voorhoede wilde opbouwen volgens joodse en zionistische waarden. Daarin was geen plaats voor rock ‘n’ roll.

Begin dit jaar bood de Israëlische ambassadeur in Londen, Ron Prosor, officieel zijn excuses aan in een brief aan de familie van de inmiddels overleden John Lennon. Het was, schreef Prosor, „een enorme gemiste kans” om The Beatles het concert van 1965 te misgunnen. Tijd om die historische vergissing ongedaan te maken.

De aankondiging van Paul McCartney om in Tel Aviv te komen spelen, zorgde voor een verlate Beatlemania in Israël. Kranten en televisieprogramma’s raakten niet uitgepraat over de details van het bezoek van de artiest. Hoe duur zijn de gehuurde hotelkamers? (380.000 shekel, ongeveer 60.000 euro) Gaat hij de Oude Stad van Jeruzalem bezoeken? (nee) Waarom niet? (geen tijd) Vindt hij dat er vrede moet komen met de Palestijnen? (ja) Gaat hij nog naar de Palestijnse gebieden? (ja, naar Bethlehem).

Over het Israëlisch-Palestijnse conflict en andere gevoeligheden hield McCartney zich op de vlakte. Enkele Palestijnse groeperingen vonden dat hij niet naar Israël had mogen komen. Een Libanese islamitische geestelijke dreigde impiciet met een aanslag. Maar Paul McCartney trok zich er niets van aan en uitte zich luchtig over de boycot van 1965. „We hebben er toen geen moment van wakker gelegen.”