'Niets is zo verdacht als opofferingsgezindheid'

Alle hotels zijn vol in Eupen. Wegens de kermis en omdat de oorlogsroman van Arnon Grunberg er ten doop wordt gehouden. „Ik ben ook niet vrij van wrok en bitterheid.”

Arnon Grunberg bij het stuwmeer in Eupen (België) met op de achtergrond de uitspanning waar vanmiddag zijn nieuwe roman wordt gepresenteerd Foto Vincent Mentzel Schrijver Arnon GRUNBERG (1971) poseert op de Stuwdam op de Vesder (Wesertalsperre) in Eupen met zijn nieuwe roman " Onze Oom". foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C== Eupen,Belgie, 26 september 2008
Arnon Grunberg bij het stuwmeer in Eupen (België) met op de achtergrond de uitspanning waar vanmiddag zijn nieuwe roman wordt gepresenteerd Foto Vincent Mentzel Schrijver Arnon GRUNBERG (1971) poseert op de Stuwdam op de Vesder (Wesertalsperre) in Eupen met zijn nieuwe roman " Onze Oom". foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C== Eupen,Belgie, 26 september 2008 Mentzel, Vincent

Om de schoonheid kan Arnon Grunberg Eupen niet hebben uitverkoren. Wie het stadje in het uiterste oosten van België benadert, moet eerst langs een paar kilometer foeilelijke blokkendozen met meubels, fastfood en autobanden in de aanbieding, slingert dan door de bruingrijze Oberstadt om te eindigen bij het aan een rotonde gelegen Ambassador Hotel, dat wordt geflankeerd door twee kleine parkeerplaatsen die zijn volgezet met kermisattracties. „Alle hotels zijn volgeboekt in Eupen”, zegt de schrijver op de stoep van zijn hotel, „maar dat schijnt ook door de kermis te komen.”

Oók, maar niet alleen. Grunberg strijkt dit weekend met een kleine kolonie mensen neer in het Duitstalige hoekje van België. Voor de presentatie van Grunbergs negende roman zal zaterdag een honderdtal Nederlanders naar Eupen trekken. Behalve pers, branchevertegenwoordigers en bekenden van de auteur, trekt ook een door twee boekhandelaren bijeengebracht lezersgezelschap naar België. De burgemeester van Eupen komt ook. „We maken er een heel weekend van”, zegt Grunberg. „Zondag gaan we naar de eendenrace.” De Entenrennen worden voor de vierde keer gehouden, meldt een affiche op de deur van de slagerij.

Grunberg heeft het stadje enkele jaren geleden voor het eerst bezocht om een lezing te geven, nu is hij er voor de tweede keer. Dat de presentatie van Onze oom (uitgegeven door Lebowski) niet in Nederland plaatsvindt hangt samen met Grunbergs vorig jaar uitgesproken voornemen om zich ‘terug te trekken’ uit het Nederlandse literaire leven. De aard van de terugtrekking is niet helemaal duidelijk: zijn boeken worden ingezonden voor Nederlandse literaire prijzen en deze herfst verblijft de auteur als gastschrijver aan de Universiteit Leiden.

De eigenlijke bijeenkomst zal plaatsvinden buiten Eupen bij een imposante stuwdam, in een uitspanning met de naam ‘Weser Talsperre’. Geschikt voor ‘Hochzeit, Familierfeier, Geburtstag, Taufe’, maar veel van dien aard lijkt er zich recent niet te hebben voltrokken. Een dag voor de boekpresentatie is het er rustig. De stilte contrasteert met het decor van Onze oom, dat speelt in een niet nader aangeduid Zuid-Amerikaans land waar een burgeroorlog heerst. In het boek adopteert een majoor een meisje nadat haar ouders bij een door hem geleide huiszoeking zijn doodgeschoten. De majoor zelf valt later in handen van de rebellen, het meisje zal groot worden als wapenhandelaar.

‘Onze oom’ is de vierde roman bij een andere dan uw gebruikelijke uitgever Nijgh & Van Ditmar. Die romans hebben een internationale setting en zijn vaak harder dan uw andere romans.

„Ik weet niet of dit boek zo hard is. Het speelt in een oorlogsgebied en mensen doen er de dingen die ze nu eenmaal doen in oorlogen. Extreme situaties zorgen voor extreme reacties. Maar ik heb het idee dat ik de personages met veel compassie beschrijf, misschien wel meer dan in mijn andere boeken. De majoor in de roman is waarschijnlijk een oorlogsmisdadiger, maar als ik de scène teruglees waarin hij wordt terechtgesteld, vind ik die elke keer weer aangrijpend. Lina, het meisje, wordt hard door alles wat ze meemaakt, maar dat is een harnas waar ze aan het einde van de roman weer uit wil.”

De roman sluit nauw aan bij de stukken die u de afgelopen jaren voor de krant heeft geschreven, over Guantánamo Bay en embedded bij soldaten in Afghanistan en Irak. Wat heeft u daar geleerd?

„In De asielzoeker heb ik geschreven over het gevoel van triomf dat de hoofdpersoon, voelt als hij iemand een oog uitsteekt. Dat schreef ik toen intuïtief op, en ik heb gezien dat die intuïtie juist was.”

Intussen lijkt de realiteit zich naar uw roman te voegen. Een Nederlands bataljon in Uruzgan is op non-actief gesteld omdat het geweigerd zou hebben een missie uit te voeren. De majoor in uw boek overkomt iets dergelijks.

„In het leger leerde ik dat officieren hun autoriteit steeds weer moeten bevechten. Ik sprak er een die de hele dag pruimtabak kauwde. Niet omdat hij het lekker vond, maar omdat hij op de grond moest spuwen. De majoor in de roman raakt zijn autoriteit kwijt omdat hij het instituut niet doorgrondt waarvan hij deel uitmaakt. Hij heeft een ouderwets eergevoel, zijn held is niet voor niets Napoleon. Dat is niet meer van deze tijd.”

Een luitenant-generaal leest hem de les over het verschil tussen het sentiment en de moraal. Volgens hem moet je geen vijftig mensen willen offeren om er twintig te redden…

„… hoe sneu dat ook is voor die twintig. Het zit er allebei in, het is ambigu. De majoor is een oorlogsmisdadiger, maar zijn lot is vreselijk.”

In uw eerdere werk leek u uw lezers vooral die wat cynische moraal in te willen peperen, nu lijkt u er steeds meer mededogen, meer sentiment ook, in te brengen.

„Maar compassie is nooit belangeloos. Er komt een groep straatkinderen in de roman voor, die hebben onderling een natuurlijke solidariteit. Maar daar profiteren ze allemaal van. Niets is zo verdacht als opofferingsgezindheid.”

Het lijkt u erom te doen alle vormen van zelfbedrog te willen ontmaskeren.

„Ook dat is dubbelzinnig. Degene die dat in de roman het meest nadrukkelijk doet is de leider van de opstandelingen, maar bij hem zie je met hoeveel wrok en bitterheid dat gepaard gaat. Die geef ik graag vorm in een roman. Ik ben zelf niet vrij van wrok en bitterheid, maar die hoef ik niet per se hier aan het Eupener Meer te formuleren.”

Grunberg kijkt naar het dichtgeslagen notitieboekje van de verslaggever. „Waar het uiteindelijk om gaat, denk ik, is hoe alles wordt doorgegeven, van ouder op kind. Je begint niet op nul. En het zijn niet de zonden die worden doorgegeven, maar de wonden. En daar komen dan nog allemaal andere verwondingen bij.”

Voor een bespreking van ‘Onze oom’ zie nrcboeken.nl