Muren van flessen

Op de elfde architectuurbiënnale in Venetië wemelt het van de duurzame ontwerpen.

Bank en brug van jerrycans en hout op het Biënnaleterrein in Venetië Foto’s Maurice Boyer Biennale Architettura Venetie Zitjes en brug van plastic jerrycans Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 12-09-2008
Bank en brug van jerrycans en hout op het Biënnaleterrein in Venetië Foto’s Maurice Boyer Biennale Architettura Venetie Zitjes en brug van plastic jerrycans Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 12-09-2008 Boyer, Maurice

Vergeet het thema van de elfde architectuurbiënnale in Venetie: Out There. Architecture Beyond Building. Vergeet het getheoretiseer over architectuur zonder gebouwen. De biënnale van 2008 zal de geschiedenis ingaan als de biënnale van de ‘duurzaamheid’. Was duurzaamheid op de tiende architectuurbiënnale twee jaar geleden nog een marginaal verschijnsel, nu is de milieubewuste omgang met de wereld om ons heen, met dank aan Al Gore’s kruistocht tegen de klimaatverandering, een onderwerp dat veel vormgevers en architecten in Venetië blijkt bezig te houden.

Overal op het biënnale-terrein in de Giardini duikt duurzaamheid in een of andere gedaante op. Op de twee hoofdtentoonstellingen van de biënnale, in het Italiaanse paviljoen en in het Arsenale, wemelt het van de duurzame plannen, variërend van ontwerpen voor steden met een minimum aan CO2-productie tot gebouwen die zijn gemaakt van afgekeurde autoramen.

Op het terrein zelf staan tussen de paviljoens van de verschillende landen her en der bankjes, die bestaan uit plastic jerrycans en eenvoudige houten planken. Vlakbij het Nederlandse paviljoen zijn ook een paar bruggetjes aarin jerrycans een belangrijke rol spelen. Daar zijn ook een paar fauteuils neergezet, gemaakt van oude autobanden. Niet ver daar vandaan staat een hele speeltuin, weer hoofdzakelijk gemaakt van jerrycans. Buiten het biënnale-terrein, op de kade aan het water, is een balkvormig gebouw gebouwd, gemaakt van houten pallets.

Ook in de afzonderlijke landenpaviljoens duikt duurzaamheid steeds op. De biënnale-inzending van Denemarken heet zelfs ‘ecotopedia’. Vooruitlopend op de conferentie over klimaatverandering die de Verenigde Naties in 2009 in Kopenhagen houdt, vragen de Denen „architecten, planologen, deskundigen, politici en burgers” uit de hele wereld om suggesties en plannen voor milieuvriendelijke steden. Dat is hard nodig, want de 21ste eeuw is nu al de eeuw waarin voor het eerst in de menselijke geschiedenis de meerderheid van de wereldbevolking in steden leeft. Van concreet duurzaam ontwerpen is in het Deense paviljoen nog weinig te zien. Het is een soort redactielokaal waar alle reacties op de vraag worden ontvangen en gerubriceerd.

Het Duitse paviljoen is wel helemaal volgestouwd met concrete plannen voor duurzame dingen, al zijn ze vaak nog toekomstmuziek. Zoals een dunne folie met zonnecellen van het bedrijf Solarnext die nog in ontwikkeling is. Of de Loremo sportwagen, die in 2010 op de markt moet komen, en slechts 2 liter brandstof per 100 km verbruikt. Maar er staan ook een paar reëel bestaande duurzame dingen. Van plastic flessen is bijvoorbeeld een muur gebouwd. Het gaat hier om de ‘united bottle’, een door Instant Architects ontworpen variatie op de bekende PET-waterfles. Door een sleuf en een uitstulping kunnen de united bottles, gevuld met bijvoorbeeld zand, als bouwmateriaal worden gebruikt. De OS 2 Designgroup heeft het meubilair in het Duitse paviljoen ontworpen, fauteuils en tafels gemaakt van oud meubilair met kussens van stukken weggegooide kleding. Zelfs in het Nederlandse paviljoen, met een presentatie die bestaat uit beeldschermen met talking heads die palaveren over de toekomst van de architectuur, is duurzaamheid in praktische vorm doorgedrongen. De stoelen zijn hier plastic opbergkratjes met een vilten lap, de tafels zijn, alweer, gemaakt van houten pallets.