Multitaskend leren, net zoals thuis

Het traditionele krijtje en schoolbord zijn nog niet uitgestorven, maar veel scholen trachten de lessen nieuw leven in te blazen. Bijvoorbeeld met internet. „Kennis creëer je zelf.”

Leerlingen van College De Heemlanden in Houten zijn zelfstandig aan het werk op de computer tijdens hun keuzewerktijden. Foto Maarten Hartman Nederland, Houten, 26-9-2008 Open Leercentrum op College de Heemlanden in Houten. Leerlingen werken zelfstandig. KWT, keuze werk tijden. Sommige leerlingen noemen dit ophok uren. Foto Maarten Hartman
Leerlingen van College De Heemlanden in Houten zijn zelfstandig aan het werk op de computer tijdens hun keuzewerktijden. Foto Maarten Hartman Nederland, Houten, 26-9-2008 Open Leercentrum op College de Heemlanden in Houten. Leerlingen werken zelfstandig. KWT, keuze werk tijden. Sommige leerlingen noemen dit ophok uren. Foto Maarten Hartman Hartman, Maarten

Bij de ingang van het ‘open leercentrum’ op College De Heemlanden in Houten staat een tourniquet. Telkens als iemand het draaihek passeert, verspringt er een nummertje op een scherm aan het plafond. De studiezaal is deze middag halfvol, met 64 leerlingen en leraren op een maximumcapaciteit van 125 personen.

Maayke Benningen (16) en Elise Verhoef (17) zijn twee van die 64 mensen. Ze zitten naast elkaar achter computers en werken aan een opdracht voor Engels. Ze moeten op internet informatie zoeken over een statenloze vluchteling die gevangen zat in een vliegveldterminal. „De leraar gaat ervan uit dat wij wel weten hoe Google werkt”, lacht Elise. Netwerksite Hyves en chatprogramma MSN zijn niet bereikbaar tijdens de les. Wel kunnen de leerlingen bij Hotmail, omdat ze soms wat naar zichzelf moeten mailen.

Het klassieke ‘schoolbord met krijtje’ is nog niet uitgestorven op Nederlandse scholen, al is het bord tegenwoordig meestal wit en het krijtje vervangen door een stift. Er zijn ook scholen, zoals College De Heemlanden, die de meeste lessen heel anders hebben opgezet.

„Leerlingen multitasken”, zegt waarnemend rector Aat Kasbergen van de school in de Utrechtse forensengemeente. Dat was een belangrijke reden om het onderwijsconcept te hervormen. Het is de bedoeling dat het open leercentrum het „rendement” verhoogt, doordat leerlingen gemotiveerder zijn om te leren. Bijkomend voordeel, zegt Kasbergen, is dat het nieuwe concept „meer individueel is toegesneden” op de leerling. Een leraar hoeft immers geen rekening meer te houden met het gemiddelde niveau in een klaslokaal, maar kan leerlingen op hun eigen niveau bijstaan.

Maayke is „blij met de nieuwe situatie”, zegt ze. Vier jaar geleden, toen ze een brugklasser was, had ze nog gewone lessen met een gewone leraar in een gewone klas. Dat soort lessen heeft ze nog steeds weleens – zo kan ze zich inschrijven voor extra uren voor vakken waar ze niet goed in is. Maar de „afwisseling” tussen die lessen en werken in de grote studiezaal bevalt haar zeer. „Dit lijkt meer op hoe ik thuis leer.”

In de les bij Maria Bakker, lerares Nederlands op het Stanislascollege in Delft, gaat het er heel anders aan toe. Leerlingen zitten twee aan twee in de bankjes. Hun schoolboek ligt gekaft voor hen op tafel. De juf stelt vragen, de leerlingen steken een vinger de lucht in. Aan het eind van de les krijgen ze huiswerk op.

De leraar als coach is „voorlopig niet aan de orde” op het Stanislascollege, zegt directeur Piet van Adrichem van de locatie Reinier de Graafpad. „We werken met een traditioneel concept. Alle sturing gaat hier uit van de leraar. Ik vind dat die traditie ook veel waardevols heeft. Dat ouwe katholieke koester ik wel.”

Toch is Van Adrichem het „zonder enig voorbehoud” eens met de stelling van trendwatcher Tchong, dat de schoolwereld te ver verwijderd is van de leefwereld van jongeren. Zijn zoon, vertelt de locatiedirecteur, maakte jaren geleden al zijn huiswerk met MSN opengeklikt, de telefoon aan zijn oren en muziekzender TMF op de achtergrond. „Daarvan maakt het onderwijs te weinig gebruik. Wij hebben wel een leraar Duits die filmpjes op YouTube heeft gezet met Duitse woordjes op een discodreun. Dat werkt, maar het blijft opleuken van het oude leren.”

De idee van een leraar die kennis via een trechter in het hoofd van leerlingen laat glijden, zegt Van Adrichem, is achterhaald. „Kennis creëer je zelf. Dat betekent niet dat je leerlingen aan hun lot moet overlaten. Een leraar moet kunnen ingaan op allerhande vragen en de leerling als uitgangspunt nemen. Dat is vaak moeilijker dan je verhaal afdraaien voor een hele klas.”

Van Adrichem kwam twee jaar geleden van een school die bezig was het ‘natuurlijk leren’ door te voeren. Dat concept werkte met ‘thuishonken’ in plaats van klaslokalen. De leerlingen werkten „aan hun eigen leer- en ontwikkellijnen”, zegt Van Adrichem. „Soms kwamen ze erachter dat ze les nodig hadden om een opdracht te kunnen uitvoeren. Zo wilde een jongen een aquarium inrichten. Hij ontdekte dat je eerst de inhoud moest kunnen berekenen voordat je weet hoeveel plantjes erin moeten.”

Het „wetenschappelijke inzicht dat je leerlingen hun eigen kennis moet laten creëren” is nog niet binnengekomen op het Stanislascollege. Van Adrichem: „Ik ben voorstander van nieuw onderwijs, maar de leraren moeten het doen.” Waar het nieuwe leren mislukt, zegt de locatiedirecteur, ligt dat vaak aan de leraar.

Er is „meer verantwoordelijkheid voor het eigen leren” op komst, zegt Van Adrichem. „Huiswerk zou de eigen verantwoordelijkheid van leerlingen moeten zijn. Misschien moeten we zeggen: laat ze de toets maar slecht maken, dan zien ze wat er gebeurt als ze hun huiswerk niet maken. Maar sommige leraren vinden het risico te groot dat ze dan blijven zitten. De discussie woedt.”

Ook op het traditionele Stanislascollege zijn computers niet meer weg te denken. De Delftse school besteedt veel aandacht aan mediawijsheid. MSN kan worden gebruikt om „met Poolse leeftijdgenootjes te chatten”. Verder wil de locatiedirecteur het „weinig verheffende” chatprogramma „zo veel mogelijk buiten de school houden”. Ook de mobieltjes moeten uit.

Dat is op College De Heemlanden niet anders. Een wiskundeleraar op de Houtense school is het niet eens met trendwatcher Tchong. „School is nu eenmaal anders dan het leven. Het is niet goed om de hele dag in de schoolbanken te zitten. Maar dat was het in de jaren vijftig ook al niet.”