Moeders zonder kind

Vrouwen die hun buitenlandse man achterna zijn gegaan en bij een echtscheiding willen terugkeren, zijn vrijwel altijd hun kinderen kwijt. „Toen ik in de auto wegreed, hoorde ik nog zijn gegil.”

Esther Neumann met foto’s van haar zoon Daniel Foto Leo van Velzen Rotterdam, 23-06-08. Esther Neumann. Foto Leo van Velzen NrcHb
Esther Neumann met foto’s van haar zoon Daniel Foto Leo van Velzen Rotterdam, 23-06-08. Esther Neumann. Foto Leo van Velzen NrcHb Velzen, Leo van

Drie maanden geleden moest Esther Neumann haar zoon Daniel van zestien maanden afstaan aan zijn Amerikaanse vader. Neumann, die na een stukgelopen huwelijk met haar kind was teruggekeerd naar haar familie in Nederland, wordt beticht van kinderontvoering en durft de VS niet in. Ze kan worden opgepakt.

„De laatste uren die ik had met Daniel waren zo onwerkelijk”, vertelt Neumann in de woning van haar tweelingbroer en schoonzus, bij wie ze verblijft. „Ik pakte zijn tas in met zijn speelgoed en zijn kleertjes, maakte foto’s. Het was mooi weer, ik zat met Daniel op het gras. Hij viel op mijn schoot in slaap. Toen hij wakker werd, hebben we nog wat gespeeld. In de auto waren we allemaal doodstil, Daniel hield me stevig vast. Op de stoeprand voor het hotel van zijn vader heb ik Daniel voor de allerlaatste keer borstvoeding gegeven.”

Toen was er het moment dat ze haar zoon moest afgeven. „Dat kon ik niet”, vertelt ze. „Hoe kun je nou je kind afgeven? Daniel klom in mij, sloeg zijn armpjes om mijn nek, klampte zich aan me vast. De vader stond er met zijn moeder schaapachtig bij te lachen. Hij had nog nooit een luier verschoond.” Uiteindelijk heeft Esthers neef haar weggetrokken. „Toen ik in de auto wegreed, hoorde ik nog zijn gegil”, vertelt ze. Die nacht schreeuwde ze telkens in paniek om haar zoon, vertelt Neumann: „Het was een vreselijke nacht. De volgende ochtend hoopte ik dat hij voor het raam zou staan, hij kon net zwaaien. In plaats daarvan had ik stuwing tot aan mijn sleutelbeen door de borstvoeding die ineens ophield.”

Nederlandse vrouwen die na een stukgelopen huwelijk in het buitenland willen scheiden, kunnen vrijwel nooit met hun kinderen terugkeren naar hun moederland. Doen ze dat toch, dan worden ze aangemerkt als kinderontvoerder en worden de kinderen desnoods door de politie bij hen weggehaald en teruggeleid. Dat is het geval sinds in 1980 het Haags Kinderontvoeringsverdrag van kracht werd, dat inmiddels door zeventig landen is geratificeerd.

Hoewel het verdrag tot stand kwam in de veronderstelling dat de ontvoerders in de regel de vaders waren, gaat het in tweederde van alle inkomende en uitgaande ‘ontvoeringszaken’ om de verzorgende ouder, vrijwel altijd de moeder. In 2007 behandelde de Centrale Autoriteit van het ministerie van Justitie – dat uitvoering geeft aan het Haagse verdrag – 38 zaken van ontvoeringen van kinderen naar Nederland, tegen 34 zaken een jaar eerder.

Het uitgangspunt van het verdrag is dat de rechter in het laatste verblijfsland – in Neumanns geval de VS – het ouderlijk gezag moet toekennen. Sommige vrouwen kiezen eieren voor hun geld en keren terug om erger te voorkomen. Maar elk jaar is er een aantal vrouwen dat niet kan of wil terugkeren. „Deze vrouwen hebben geen poot om op te staan”, vertelt Els Prins, directeur van het Centrum voor Internationale Kinderontvoering (IKO). „Ze waren meestal de verzorgende ouder en in een vreemd land afhankelijk van hun echtgenoot. Bij een echtscheiding hebben ze daar geen inkomen, geen huis en geen netwerk. In hun moederland kunnen ze op familie en vrienden terugvallen. Logisch dat ze terugkeren. Kinderen ervaren dat ook niet als een ontvoering, zo is uit Engels onderzoek gebleken. Wél als ze door de niet-verzorgende ouder worden meegenomen.”

Toch zijn deze vrouwen vrijwel altijd hun kinderen kwijt. Rechters in Nederland maken zelden of nooit gebruik van de zogenoemde weigeringsgrond, die luidt dat er sprake moet zijn van „aangetoond, concreet, aanzienlijk en acuut gevaar bij terugkeer”. Persrechter Nomes van de rechtbank in Middelburg, waar de zaak van Neumann diende, legt uit dat er van de uitzonderingsbepaling zelden gebruik wordt gemaakt omdat de Hoge Raad dat in het verleden vrijwel altijd terugdraaide. Daar moet de lagere rechter zich in volgende zaken dan naar richten. Op persoonlijke titel voegt Nomes eraan toe dat het niettemin gaat om „persoonlijke drama’s”.

„Het Haags Kinderontvoeringsverdrag is niet toegesneden op de huidige praktijk”, vindt hoogleraar jeugdrecht Mariëlle Bruning van de Universiteit van Leiden, tevens verbonden aan Defence for Children International. „De uitzonderingsgronden zouden ruimer toegepast moeten kunnen worden bij ontvoering door de verzorgende ouder. Er is te weinig ruimte voor een goede afweging van de belangen van het kind.”

Bruning was betrokken bij de zaak van het Nederlands-Italiaanse meisje Noa. Haar Nederlandse moeder, die in Italië in een blijf-van-mijn-lijfhuis verbleef voordat ze met haar kind naar Nederland vluchtte, heeft drieënhalf jaar later haar kind moeten afstaan aan de Italiaanse vader. De politie reed haar klem en haalde het meisje uit de auto. De moeder mag haar nu achtjarige dochter een keer in de maand twee uur onder toezicht zien. Noa heeft drie maanden vakantie, maar mag dan niet naar Nederland, zo heeft de Italiaanse rechter bepaald.

Tweede Kamerlid Fred Teeven (VVD) hekelt de „bureaucratische houding van de Centrale Autoriteit in Nederland wanneer de niet-verzorgende ouder het wapen inzet om het kind terug te eisen”. Overigens komt hij ook verzorgende vaders tegen die dit lot treft. Canada en de Verenigde Staten passen het verdrag naar zijn zeggen soepeler toe. „De minister kan een aanwijzing geven in het belang van het kind wanneer het evident onaanvaardbaar is om het terug te sturen. Maar de minister doet niets. Anderhalf jaar geleden heeft hij hiernaar een onderzoek toegezegd. Dat is nog steeds niet afgerond, heel irritant.”

CDA-Kamerlid Coskun Çörüz vindt dat in het Haags Kinderontvoeringsverdrag „de positie van de verzorgende ouder, in het belang van het kind, onvoldoende is geborgd”. „Verdragen zijn er om burgers te helpen. Wanneer ze contraproductief zijn, moet je een verdrag aanpassen. Hier zou dat moeten, nu 28 jaar na de invoering ervan blijkt dat het vaak niet de vader is die een Nederlands kind naar het buitenland ontvoert, maar dikwijls de verzorgende moeder die het kind mee terugneemt naar haar ouders. De situatie is veranderd.” Çörüz vindt dat verzorgende ouders in een kort geding een snelle uitspraak over het ouderlijk gezag van een rechter moeten kunnen eisen, om de overbruggingsperiode te bekorten. En dat Nederlandse ambassades meer voorlichting en hulp moeten bieden aan Nederlanders in het buitenland die voor een echtscheiding staan waar kinderen in het spel zijn.

Nelleke Sigtermans kan inmiddels terugkijken op een zaak waarin zij tien jaar geleden als ontvoerder van haar twee kinderen werd aangemerkt. Ook zij trouwde met een Amerikaan, en kwam in 1998 terug nadat het huwelijk was stukgelopen. Ze had hier de steun van haar ouders en de mogelijkheid om weer in het onderwijs te werken, en wilde zich in Nederland vestigen. Ze was destijds niet op de hoogte van het Haags Kinderontvoeringsverdrag, vertelt ze, haar advocaat ook niet. Maar haar ex-echtgenoot deed er met succes een beroep op. Sigtermans vond net als Neumann de Nederlandse Centrale Autoriteit tegenover zich, die in deze gevallen optreedt als directe belangenbehartiger van de aanklagende (buitenlandse) echtgenoot. „Je voelt je door je eigen land in de steek gelaten”, vertelt ze. „De Centrale Autoriteit zag mij als de slechte kinderontvoerder en mijn man als het zielige slachtoffer.”

Nadat Sigtermans negen maanden in Nederland had verbleven, stonden op Moederdag onverwachts acht agenten voor de deur om haar kinderen – de oudste was drie, de jongste nog geen jaar – te halen. „Een heel emotionele zwarte bladzijde in mijn bestaan”, vertelt ze. „Ik vier Moederdag nooit meer. Ik werd als een grote crimineel behandeld, moest mijn baby afgeven en mijn dochtertje van drie vertellen dat ze met vreemde mensen mee moest en goed op haar broertje moest passen. Ze werden naar een pleeggezin gebracht tot hun vader ze zou komen halen. Ik kon niet meer praten, was in shock.”

Sigtermans reisde meteen haar kinderen achterna, maar werd in de VS door de politie het huis van haar ex-man uitgezet. Achter haar rug bleek haar echtgenoot de echtscheiding te hebben laten voltrekken. Ook had hij de volledige voogdij gekregen. Hoewel er frequent contact was, had hij tegen de Amerikaanse rechter gezegd dat Sigtermans en de kinderen onvindbaar waren. Het huis en de inboedel werden eveneens aan hem toegewezen. Sigtermans had geen rechten, geen spullen en geen geld, moest wel alimentatie betalen en mocht maandenlang haar kinderen niet zien. Ze verbleef bij kennissen, werd aanvankelijk onderhouden door haar ouders en vond later twee baantjes om in haar levensonderhoud te voorzien. Haar ouders verkochten hun huis om de advocaatkosten te betalen – uiteindelijk 150.000 gulden. „De advocaat kreeg niets voor elkaar, bleek niet op de hoogte van internationaal recht”, vertelt Sigtermans. Uiteindelijk bewerkstelligde een vrouwelijke advocaat dat de rechter de echtscheiding terugdraaide omdat de man aantoonbaar had gelogen, en kreeg Sigtermans gedeeld ouderlijk gezag. Ze woont noodgedwongen nog steeds in de VS. Haar zoon had jarenlang veel last van verlatingsangst. Haar dochter speelt haar ouders tegen elkaar uit.

Naar omstandigheden heeft ze nog geluk gehad, vertelt Sigtermans. Een Nederlandse vriendin in een soortgelijke situatie heeft geen gedeeltelijk ouderlijk gezag gekregen. Ook zij woont noodgedwongen in de VS, maar ziet haar kinderen maar een weekend in de twee weken, durft niet terug uit angst dat ze als ‘kinderontvoerder’ de VS nooit meer in komt en leeft op het bestaansminimum.

Dat is ook het schrikbeeld van Esther Neumann. Zij is arts, maar zou in de VS ongeschoold werk moeten doen – haar diploma is daar niet geldig. Tijdens haar huwelijk leefde ze daar sterk geïsoleerd en ze heeft er niemand op wie ze kan terugvallen. Neumann: „Het goedkoopste eenkamerflatje in New York kost meer dan duizend dollar per maand. Financieel kan ik daar onmogelijk een eigen leven opbouwen.”

Els Prins van het Centrum IKO vindt dat rechters meer werk moeten maken van het recht op safe return: het veilig kunnen terugkeren naar het laatste verblijfsland. Prins: „Rechters kunnen best eisen dat er vóór de teruggeleiding faciliteiten voor de moeder moeten zijn zodat ze ook werkelijk terug kán keren. Een huis en een inkomen. Je kunt moeilijk van ze verwachten dat ze weer bij hun ex-man gaan inwonen nadat het huwelijk is stukgelopen.”

Prins vindt bovendien dat er door de Centrale Autoriteit vaker mediation ingezet moet worden. „Daarmee wordt in de helft van de gevallen overeenstemming tussen de ouders bereikt”, vertelt ze. „Vaak hopen vaders het huwelijk te redden door hun kind terug te eisen. Je moet met elkaar om tafel om dit soort motieven boven tafel te krijgen.” Noch bij Neumann, noch bij Sigtermans is dat gebeurd. En doordat de Nederlandse Centrale Autoriteit alle reis-, verblijfs- en proceskosten betaalt voor de buitenlandse ouder, bestaat er voor hem geen enkele drempel om de procedure aan te spannen.

Pieter Vermeulen is als maatschappelijk werker verbonden aan een psychiatrische instelling en begeleidt veel ouders met ernstige echtscheidingsproblemen, zoals kinderontvoering. Hij ziet, zegt hij, bij de verlaten partij veel persoonlijkheidsstoornissen, zoals het borderlinesyndroom. Vermeulen: „Dat beneemt het zicht op de normaliteit van de dingen. Het zijn narcistisch gekrenkte mensen die het nodig hebben om door niets en niemand verlaten te worden, vooral niet door hun partner. Er is geen wederkerigheid in zo’n relatie. De komst van een kind kan het probleemgedrag sterk verergeren. Voor de partner is het gedrag van zo’n borderliner bedreigend, zeker emotioneel. Het verklaart waarom zij denken: wegwezen.”

Een deel van het probleem ligt volgens Els Prins van het Centrum IKO bij de positie van de Centrale Autoriteit. Die speelt volgens haar een dubbelrol en dient strijdige belangen. De Autoriteit is onderdeel van het ministerie van Justitie en moet de binnenkomende zaken objectief beoordelen en eventueel mediation inzetten. Maar in Nederland behartigt de Centrale Autoriteit ook de belangen van de aanklagende partij. Prins: „Daar willen we vanaf. In het buitenland wordt daar meestal een advocaat voor aangetrokken, hier doet de Centrale Autoriteit het zelf.”

Hoe ziet het ministerie van Justitie deze dubbelrol? Volgens de woordvoerder vormt die geen probleem: „Het is immers de rechter die beslist of er sprake is van kinderontvoering. De taak van de Autoriteit is teruggeleiding.” De woordvoerder neemt veelvuldig de term ‘ontvoerder’ in de mond. Is dat een reële benaming voor een verzorgende ouder die haar kind meeneemt naar haar moederland? De woordvoerder: „Dat is aan de rechter.”

De ouders van Nelleke Sigtermans zijn in Nederland doorgegaan met procederen, namens hun dochter. Ze hebben de teruggeleiding van hun kleinkinderen als een groot onrecht ervaren. Maar hoewel de Nationale Ombudsman het gedrag van de Centrale Autoriteit had beschreven als ‘onbehoorlijk’, hebben ze een proces voor schadevergoeding van de Staat verloren en zijn ze veroordeeld tot het betalen van 8.000 euro proceskosten, laat Sigtermans moeder per e-mail weten. Haar man lijdt sinds de kwestie aan epilepsie, het gepensioneerde echtpaar zit door alle advocaat- en proceskosten in een klein huis met hoge lasten en kan naar eigen zeggen moeilijk rondkomen.

Esther Neumann ging in hoger beroep maar het werd niet ontvankelijk verklaard. „Als je terugkomt, laat ik de voogdijzaak vallen”, mailde haar ex kort daarna. Neumann: „Hij zag deze hele procedure als een package deal: als hij Daniel terug zou eisen, had hij mij ook terug.” Neumanns ex-man laat telefonisch vanuit de VS weten dat hij vindt dat ouders, ook als de relatie slecht is, bij elkaar moeten blijven om de kinderen. Hij ziet het als een „wonder van God” dat „zij en niet ik” nu gescheiden leeft van het kind, en is ervan overtuigd dat dat komt doordat hij „een goed iemand is”. „Ik en mijn zoon zijn een slachtoffer van haar”, vindt hij. „Zij heeft hem gekidnapt. Ik zoek nu een stiefmoeder voor mijn kind. Ik ga vaak naar de sportschool om contacten op te doen.”

Inmiddels heeft Neumanns ex-man via een Amerikaanse rechter de volledige voogdij over Daniel gekregen. Neumann zelf was niet bij de behandeling van de zaak omdat ze er niet van op de hoogte was. De dagvaarding zou door de schoonmoeder naar haar zijn doorgestuurd en Neumann zou hebben getekend voor ontvangst. Op die handtekening heeft de rechter zich beroepen toen ze niet ter zitting verscheen. Maar in de aangetekende brief zat destijds alleen een kleurboek voor de verjaardag van Daniel, vertelt Neumann. „Maar hoe kan ik bewijzen dat er geen dagvaarding in zat?”

Neumanns ex-man zegt dat Neumann mag komen om haar zoon te zien. Maar de afspraak voor oktober, die dateert van augustus, wil hij bij nader inzien afzeggen omdat die tussen twee joodse feestdagen in blijkt te vallen. Twee eerdere voorstellen wees hij ook van de hand.

Toen Neumann haar ex-man onlangs vroeg wat haar zoon ’s ochtends at, moest hij dat aan zijn moeder vragen. Neumann: „Daniel had een slechte band met zijn oma. Die zorgt nu voor hem. En een illegale, Spaanssprekende nanny. Ik heb de indruk dat hij mij al niet meer herkent. Het heeft geen zin om te blijven hopen: mama komt me halen. Want mama komt niet meer.”