Meer moslim dan Marokkaan

Jonge Marokkaanse Nederlanders beschouwen zichzelf in de eerst plaats als moslim en in de tweede plaats als Nederlander. Marokko raakt steeds verder weg. Dirk Vlasblom

In Slotervaart is begin deze maand de Poldermoskee geopend. Er waren veel jonge gelovigen. (Foto Rob Huibers) Nederland, Amsterdam, 05-09-2008. Foto: Rob Huibers. In Slotervaart werd de Poldermoskee feestelijk geopend. Er waren opvallend veel jonge gelovigen, zoals hier in de gebedsruimte van de moskee. De voertaal in de moskee is Nederlands, er is geen binding met een bepaalde nationaliteit of afkomst, mannen en vrouwen bidden in een ruimte.
In Slotervaart is begin deze maand de Poldermoskee geopend. Er waren veel jonge gelovigen. (Foto Rob Huibers) Nederland, Amsterdam, 05-09-2008. Foto: Rob Huibers. In Slotervaart werd de Poldermoskee feestelijk geopend. Er waren opvallend veel jonge gelovigen, zoals hier in de gebedsruimte van de moskee. De voertaal in de moskee is Nederlands, er is geen binding met een bepaalde nationaliteit of afkomst, mannen en vrouwen bidden in een ruimte. Huibers, Rob

In de leeftijd van 14 tot 20 jaar bepalen jongeren geleidelijk wie ze zijn, waar ze bij horen. Ze verkennen verschillende mogelijkheden en gaan bindingen aan die bepalend zijn voor hun zelfbeeld. Met ouders, met vrienden, met een sociale groep of met een levensbeschouwing. Daarbij maken ze keuzen en componeren ze als het ware hun eigen identiteit.

Voor Nederlandse jongeren van Marokkaanse afkomst is deze zoektocht lastiger dan voor autochtone leeftijdgenoten. Zij moeten twee werelden verkennen, die van hun ouders en de Nederlandse, en daar bindingen aangaan. Susan Ketner studeerde godsdienstwetenschap in Groningen en hoopt daar volgende week te promoveren op het proefschrift Marokkaanse wortels, Nederlandse grond – Exploratie, bindingen en identiteitsstrategieën van jongeren van Marokkaanse afkomst. Zij interviewde tachtig Marokkaanse scholieren – dertig jongens en vijftig meiden – en kwam tot een verrassende conclusie. De meesten zien zichzelf in de eerste plaats als moslim, vervolgens als Nederlander en dan pas als Marokkaan.

WITTE KLASSEN

Ketner wierf deelnemers aan haar onderzoek via scholen, Marokkaanse verenigingen en websites. De jongeren kwamen uit middelgrote gemeenten: Ede, Gouda, Apeldoorn, Leeuwarden en Groningen. Ze zaten niet in ‘zwarte’, hooguit in gemengde en meestal in overwegend ‘witte’ klassen. “Ik heb bewust gezocht buiten de Randstad”, vertelt Ketner, “want daar wordt al veel onderzoek gedaan. Ik heb ook niet gezocht naar radicale of probleemjongeren. Omdat in mijn onderzoek alleen scholieren zitten, kwam ik geen vroegtijdige schoolverlaters tegen. Als ik eenmaal contact kreeg, via een docent of buurtwerker, waren de reacties van de meeste jongeren positief. ‘Er wordt zoveel over ons gezegd’, hoorde ik vaak, ‘ik wil graag zelf vertellen hoe het is om Marokkaan te zijn in Nederland’.” Vooral meiden waren openhartig, zegt Ketner: “Die zeiden: ‘goh, ik vertel nu veel meer dan ik tegen mijn vriendinnen doe’.’’

De ondervraagde jongeren hebben respect voor hun ouders, maar gaan wel degelijk in discussie en onderhandelen ook met hen. Ketner: “Ouders die niet in Nederland op school hebben gezeten, kunnen hun kinderen niet helpen met huiswerk. Die jongeren zeggen wel dat pa en ma het beste met hen voor hebben, maar moeten alles zelf uitzoeken.” Tachtig procent van de jongeren schreef spontaan op dat ze een goede schoolopleiding heel belangrijk vinden en dat ze het hierover eens zijn met hun ouders.

De jongeren putten uit zowel de Marokkaanse als de Nederlandse cultuur. Driekwart vindt dat vanzelfsprekend. Uit het Marokkaanse repertoire halen ze vooral eten, feesten en de taal. Ze gaan naar Marokko op vakantie, maar hun houding is tweeslachtig: ‘mooi land, lekker weer, leuk om de familie te zien, maar ik ben daar ook een buitenlander en na een tijdje ga ik mijn huis en vrienden missen’. Als vrienden kiezen ze aanvankelijk Marokkanen, omdat ze die minder hoeven uit te leggen, maar rond school ontstaan gemengde vriendengroepen. Ze luisteren naar dezelfde muziek als autochtone leeftijdgenoten en worden lid van dezelfde sportclubs.

EDE EN GOUDA

Discriminatie is geen thema waarop ze de nadruk leggen, zegt Ketner. “Er is wel een onbestemde angst dat ze straks geen baan vinden omdat ze een Arabische naam hebben of een hoofddoek dragen. Verder klagen jongeren uit Ede en Gouda, steden die in het nieuws zijn vanwege probleemjongeren: ‘één straat en die verpest het voor ons allemaal’.” Eenvijfde van de ondervraagden spant zich in om deze negatieve beeldvorming te doorbreken, door op school debatten te organiseren, door vrijwilligerswerk te doen en door niet-Marokkanen geduldig uitleg te geven over, bijvoorbeeld, de ramadan.

Als hen wordt gevraagd ‘wat ben je?’ omschrijven de meeste jongeren zichzelf in de eerste plaats als moslim, vervolgens als Nederlander en dan pas als Marokkaan. Ook uit andere antwoorden blijkt dat het geloof hun veel meer houvast biedt dan hun afkomst. De islam verbindt hen met een wereld die groter is dan het Marokko van hun ouders, groter ook dan Nederland. En met ‘de islam’ bedoelen ze hun eigen interpretatie. Ketner: “Die verzinnen ze niet zelf. Ze gaan actief op zoek naar informatie over hoe je een goede moslim kunt zijn in een niet-islamitisch land. Daarbij gaan ze niet alleen te rade bij hun ouders of bij de imam, maar ook in religieuze literatuur en op het internet. Een meisje hield haar ouders voor: ‘De vrouw van de profeet was ook een werkende vrouw, waarom zou ik dan geen baantje mogen nemen bij de Hema’?”

Volgens Ketner kiezen de jongeren zelf welke geloofsregels ze navolgen. ‘Als ik zin heb in een biertje, dan neem ik dat’, zegt een jongen in haar boek, ‘dat is iets tussen mij en God’. En als vijfmaal bidden lastig is vanwege school, halen ze het ’s avonds in. Ongeveer de helft van de meisjes draagt geen hoofddoek, omdat ‘ik daar nog niet aan toe ben’ of omdat ‘nergens staat dat we die moeten dragen’. Over de omgang tussen jongens en meisjes denken ze anders dan hun ouders. Seks voor het huwelijk is uit den boze, maar verkering kan best, want ‘dat betekent nog niet dat je ontmaagd wordt’. Vasten doen ze bijna allemaal, deels vanwege de gezelligheid van samen de vasten verbreken. Hoe hoger de opleiding, hoe sterker de nadruk op persoonlijke keuzen in de geloofsbeleving. Maar één jongere noemde zichzelf geen moslim, omdat hij zich nergens meer aan hield. Welgeteld één.