Madonna del Ghisallo is er voor alle renners

Dit weekeinde zijn in het Italiaanse Varese de WK wielrennen. Nergens blijkt de Italiaanse liefde voor de wielersport meer dan in het kapelletje en museum van Madonna del Ghisallo.

Jong en oud, iedereen op de klim naar Madonna del Ghisallo herkent de goed gesoigneerde maar onmiskenbaar oudere renner die naast de camper van Battaglin Cicli een extra jackje aantrekt. „Gianni Motta”, fluistert een vrouw tegen haar man. Ja, uiteraard wil ook zij op de foto met de inmiddels 65-jarige winnaar van de Giro van 1966. „Dat ik dit nog mag meemaken, op deze heilige plaats.”

Vijftig kilometer verderop, in Varese, zijn de Italianen voor de elfde keer gastheer van de wereldkampioenschappen wielrennen op de weg. Vorig jaar draaide de titelstrijd in het Duitse Stuttgart uit op een dieptepunt in de WK-historie. De Italiaan Paolo Bettini, de latere kampioen, en de Spanjaard Alejandro Valverde moesten op het laatste moment via de rechter hun deelname afdwingen. Ex-renners als Eddy Merckx en Gianni Bugno waren niet welkom als toeschouwer wegens oude dopeaffaires. „De Duitsers maakten er een potje van”, zegt Gianni Motta. „In Italië is zoiets ondenkbaar. Hier worden renners vereerd.”

Overal rond het pleintje glimmen racefietsen in de zon. Niet één staat op slot. „Hier waakt de Madonna”, lacht pastoor Don Luigi Farina en hij wijst op de prachtige met miniatuursteentjes gemaakte afbeelding boven de entree van zijn kapelletje. „Zonder gekheid, iedereen in Italië weet dat Madonna del Ghisallo het heilige der heiligen is. Zij waakt over de wielrenners op alle wegen van de wereld.”

Voor de kerk staan beelden van Gino Bartali en Fausto Coppi, campionissimi van weleer. Een adembenemend uitzicht over het Como-meer, het plaatsje Bellagio en in de verte de Alpen. En aan de zijkant van het plein een prachtig wielermuseum.

Bij het binnengaan van de kerk wijst Motta op de fietsen aan de muur. Tussen die van Merckx, Gimondi en Moser hangt de zijne, uit 1966. Inclusief roze trui. „Even een foto maken”, fluistert de oud-kampioen. Verder bijzondere truien van Mario Cipollini, de in de Tour van 1995 verongelukte Fabio Casartelli, de vorig jaar plotseling overleden Zuid-Afrikaan Ryan Cox, maar ook van bij dopingaffaires betrokken renners als Marco Pantani en Richard Virenque. „Wij maken geen onderscheid”, zegt Don Farina. „Alles wat mensen ons schenken is welkom.”

Trots wijst de pastoor op een kaars middenin zijn kerk. „Paus Pius XII heeft deze kaars op 14 oktober 1948 in Rome aangestoken en daarna is hij hierheen gebracht. Madonna del Ghisallo werd daarmee officieel beschermheilige van alle wielrenners.” Als bewijs toont hij krantenknipsels met Paus Pius XII en latere pausbezoeken van Paulus VI en Johannes Paulus II aan het wielerheiligdom. „Op deze foto sta ik naast Il Papa.”

Vanmorgen wordt de voorzitter van wielerclub UCT Marostica geëerd. „We zijn in drie dagen met onze club hierheen gefietst”, vertelt Motta. De kerk stroomt vol als op het altaar een schilderij wordt overhandigd. De pastoor sluit af met een gebed. „Laat ons bidden voor de renners op de WK in Varese, voor alle wielrenners ter wereld.” Er volgen drie Ave Maria’s.

„In Italië gaat de wielersport nooit kapot”, zegt Motta bij het verlaten van de kerk. Ook niet na de zoveelste dopeaffaires rond Emanuele Sella (Giro) en Riccardo Ricco (Tour)? „Zij zijn stom geweest. Maar het kan de liefde voor de sport niet aantasten. Dat zie je in de kerk, bij de WK, in het museum.”

Binnen komt de bezoeker als in een lange afdaling langs alle 17 Italiaanse wereldtitels. Van Alfredo Binda in 1927 op het allereerste WK tot Paolo Bettini vorig jaar. Volop fietsen ook. De Legnano van Bartali uit de Tour van 1948. Nummer 31 op het kaderplaatje, twee bidonhouders aan het stuur, handels aan de rechterachtervork voor de versnellingen (één tandwiel voor, vier achter) en als extra snufje een in het frame verwerkte remkabel. De werelduurrecordfiets van Coppi uit 1942 (45.798 meter), schitterend in eenvoud. De futuristische ‘zwanehals’ met ‘ossenkop’-stuur waarop Moser in 1984 tot 51.151 meter kwam.

Dan de galerie van 24 + 24 Grandi, luikjes met daarachter foto, palmares en biografie van de allergrootsten. Enige Nederlander: Joop Zoetemelk. „Ik vind dat Bettini er nog bij moet”, zegt Gianni Motta. „Zoals hij in 2006 na de dood van zijn broer de Ronde van Lombardije won, dat was groots. Hij is morgen in Varese zonder twijfel de sterkste, alleen wint de sterkste vaak niet.” Een kaarsje opsteken in de kerk dan maar.

Voor meer informatie: www.museodelghisallo.it