Landen verdeeld over haalbaarheid hulpprogramma

Regeringsleiders hebben deze week opnieuw steun betuigd aan een drastische vermindering van honger en armoede. Maar is dat nog haalbaar met de financiële crisis? „We liegen.”

Hoewel het officiële programma gewoon werd afgewerkt, deze week op de bijeenkomst van staatshoofden, regeringsleiders en ministers bij de Verenigde Naties in New York, domineerde een heimelijk thema de top.

Het was een pijnlijke vraag, die zeer uiteenlopende antwoorden kreeg: kunnen we de verplichtingen die we eerder zijn aangegaan, om de armoede in de wereld uit te bannen en ziektes als malaria te bestrijden, nog wel nakomen nu zich zo’n enorme financiële crisis aan het voltrekken is? En die vraag leidde meteen tot de volgende: heeft het wel zin om nu nieuwe beloftes te doen?

De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Bernard Kouchner, draaide er niet omheen. De Verenigde Naties hadden de jaarlijkse opening van de Algemene Vergadering aangegrepen om de balans op te maken van het ambitieuze programma voor arme landen waarover de lidstaten het in 2000 eens werden.

Deze week zou een extra aansporing moeten opleveren om werk te maken van deze zogenoemde Millenniumdoelen, acht concrete doelstellingen zoals het vóór 2015 halveren van het aantal mensen dat in armoede leeft, zorgen dat ieder kind basisonderwijs krijgt en terugbrengen van kindersterfte met tweederde. Uitvoering van enkele doelen ligt op schema, maar vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara laten de resultaten nog veel te wensen over.

Juist omdat al deze plannen geld kosten, en politiek kapitaal om ze uit te voeren, leek een extra oproep van de VN en de lidstaten aan elkaar om meer werk te maken van de plannen, geen overbodige luxe. Maar die oproep voor meer hulp, zei Kouchner gisteren onomwonden, had gezien de financiële crisis niet op een slechter moment kunnen komen.

Veel landen deden in New York weliswaar mooie beloftes om flink wat extra geld in de Millenniumdoelen te steken, maar de Franse minister noemde dat onrealistisch en voorspelde meteen al dat veel regeringen hun toezeggingen niet zullen nakomen. „We liegen. Het is een beetje oneerlijk om midden in zo’n crisis over ontwikkelingshulp en de Millenniumdoelen te spreken.” De enige realistische manier om nog aan extra fondsen te komen, aldus Kouchner, is door een beroep te doen op het bedrijfsleven.

Hoewel Frankrijk het roulerend voorzitterschap van de Europese Unie bekleedt, bleek al snel dat Kouchner niet namens de andere lidstaten sprak. De Britse premier Gordon Brown hield een bevlogen betoog met een volledig tegengestelde strekking.

„Sommigen zeggen dat we in deze financieel woelige tijden onze ambities moeten opschorten, dat we de droom om de Millenniumdoelen te bereiken moeten uitstellen. Maar dit zou het slechtste moment zijn om op onze schreden terug te keren”, aldus Brown. „Onze geloofwaardigheid wordt op de proef gesteld.”

Het is erop of eronder voor de armoedebestrijding, zei de Britse minister voor Afrika, Azië en de VN, Mark Malloch Brown, in de wandelgangen. „We proberen nu de afspraken veilig te stellen die we sinds 2000 hebben gemaakt.” Als hoofd van de ontwikkelingsorganisatie van de VN (UNDP) en later tweede man van de volkerenorganisatie onder Kofi Annan, was Malloch Brown nauw betrokken bij de ontwikkeling en de uitvoering van de Millenniumdoelen.

„Het beseft dringt nu door dat de tijd van gemakkelijk optimisme echt wel voorbij is. Alle regeringen zitten straks met grote gaten in hun begroting. Maar vergeleken bij de bedragen die nu genoemd worden om de Amerikaanse economie te redden, gaat het bij de Millenniumdoelen om bescheiden investeringen. Het zal een hele uitdaging zijn om onze afspraken overeind te houden, maar het is niet onmogelijk.”

De secretaris-generaal van VN, Ban Ki-moon, zei na afloop dat hij toezeggingen had gekregen voor 16 miljard dollar extra voor de Millenniumdoelen – „een uitdrukking van de grote betrokkenheid van de wereld, die extra opmerkelijk is tegen de achtergrond van de financiële crisis”.

Die toezegging van 16 miljard was overigens niet alleen afkomstig van zogenoemde donorlanden, maar ook van particuliere fondsen. Ban Ki-moon benadrukte dat de VN en de lidstaten de hulp van het bedrijfsleven, liefdadige instellingen en hulporganisaties niet kunnen missen bij het streven de Millenniumdoelen voor 2015 te bereiken.

Microsoft-oprichter Bill Gates sprak in New York niet alleen zijn steun en waardering uit voor het hulpprogramma, namens de Bill and Melinda Gates Foundation zegde hij bovendien 168 miljoen dollar toe voor onderzoek naar een malariavaccin. In totaal werd drie miljard dollar toegezegd voor bestrijding van malaria, 4,5 miljard om het streven te helpen dat in 2015 alle kinderen naar school kunnen, 1 miljard om de sterfte van kinderen en moeders in het kraambed tegen te gaan en 1 miljard (van Noorwegen) voor bestrijding van ontbossing in de Amazone.

Bij de VN zegt men blij te zijn met alle toezeggingen, maar men maakt zich geen illusies. De G8, de groep van zeven rijkste industrielanden plus Rusland, beloofde in 2005 al om tot 2010 25 miljard dollar extra uit te trekken voor Afrika – maar daarvan is volgens de VN tot nog toe slechts 4 miljard daadwerkelijk overgemaakt.

Hier en daar viel bij hulporganisaties de klacht te horen dat er in New York te veel over geld gesproken werd en te weinig over de manier waarop dat geld besteed wordt en hoe de effecten gemeten kunnen worden. Daarvoor hebben ook de ontvangende landen een grote verantwoordelijkheid.