kwesties@nrc.nl

Hindermacht is het gevolg van slechte communicatie tussen bestuurders en burgers. Dit vinden de meeste lezers die reageerden op de vraag wat hun ervaringen zijn met juridische procedures tegen overheidsbesluiten. ‘Wees open.’
(Illustratie Olivia Ettema)
(Illustratie Olivia Ettema) Ettema, Olivia

Juist wel in onze buurt

In de zaterdagbijlage van 20 september stond een bijdrage van Christien Visser. Het onderwerp van het artikel is dat bewoners van ‘villawijken’ geen ruimte zouden bieden aan “mensen met een vlekje”. Wat in het artikel volgt is een opsomming van voorbeelden te Arnhem waar bewoners zich verzetten tegen de komst c.q. nieuwbouw ten behoeve van mensen met een handicap of sociale indicatie. Ook wordt een aantal bestuurders geciteerd die zich bekreunen over het gebrek aan volgzaamheid van hun onderdanen. De toon is iets van: “ze begrijpen ons niet en ze doen niet wat wij willen”. Ik heb geen oordeel over de situatie te Arnhem, maar des te meer van de situatie te Oosterbeek, een ander voorbeeld in het artikel.

De rode draad in de bijdrage van Visser is bestuurders die een doel hebben maar zelf niet de moeite nemen om rechtstreeks met hun bewoners in overleg te treden en te investeren in relaties en hun vertrouwen te winnen. Bewoners of vertegenwoordigers van zorginstellingen mogen in de buurt van beoogde vestiging de kooltjes uit het vuur halen. De dialoog en oprecht contact door politiek verantwoordelijken met wijkbewoners ontbreekt, zo begrijp ik uit het artikel. Wat rest is een verharding van standpunten en een vlucht in procedures door bewoners die geen andere oplossing zien. In het Arnhemse en Oosterbeekse loopt dat via de rechter.

De oplossing ligt naar mijn mening in een oprechte gedachtewisseling vóórdat bestuurders een standpunt innemen. Verstandig besturen is in mijn ogen meer dan dat. Dat betekent een oprechte belangenafweging en niet een “hoorzitting” voor de vaak.

En hoe zit het dan in Oosterbeek? Daar weten bewoners al decennia goed samen te leven met tientallen psychiatrische patiënten, letterlijk ‘in hun backyard’. De populatie patiënten is via organische groei, tolerantie van de buurt en gedogen door de gemeente tot stand gekomen. Helaas wordt door een verdubbeling van de groep patiënten temidden van deze woonwijk (van 24 naar 36 en 48 personen) het vertrouwen van burgers zeer op de proef gesteld. Het beeld van een betrouwbare overheid vervaagt. De menselijke maat wordt uit het oog verloren. En politiek verantwoordelijken verschuilen zich achter de advocaten en bestuurders van de zorginstellingen. Bewoners met lege handen achterlatend.

Rob Benschop Inwoner van Oosterbeek

Kinderhaters

Hindermacht, dat is dus het woord voor het verzet van burgers tegen een overheid die hun woonomgeving bedreigt. Ik kende het woord niet, maar de situatie wel. Tien jaar geleden wilde een schoolbestuur tegenover mijn huis een school bouwen, die zo groot was dat hij de rooilijnen overschreed, er geen ruimte voor een speelplaats was zodat de kinderen op het dak moesten spelen, de buren geen zon meer in hun tuin kregen en de straat vier keer per dag verstopt raakte met de SUV’s van de ouders. De gemeente stond achter dit bouwplan en één fractie heeft mij later bekend dat ze het had goedgekeurd zonder het te hebben bekeken. De omwonenden zijn naar de bestuursrechter gegaan. Die liet de gemeente haar huiswerk twee keer overmaken. Intussen lag de bouw jaren stil, wat veel (gemeenschaps)geld kostte. Het schoolbestuur zette de omwonenden in de pers weg als kinderhaters, en de wethouder loog in onze gesprekken en in de raad zo grof dat de burgemeester mij later toegaf dat ik onbehoorlijk was behandeld. Uiteindelijk maakten de ouders er een eind aan door van het bestuur te eisen dat het de bouwplannen zo zou aanpassen dat de omwonenden ermee konden leven. Wij hebben toegegeven, maar onze vrees werd bewaarheid, en van de omwonenden die toen hun hindermacht hebben uitgeoefend, woont niemand meer in die buurt. Mijn vertrouwen in de lokale democratie is voor altijd aangetast.

C.H. Slechte

Burgerparticipatie

Als burgerraadslid in een Rotterdamse deelgemeente krijg ik regelmatig te maken met burgerprotesten in diverse vormen, waaronder het indienen van zienswijzen, inspraak bij vergaderingen, lobby en informatievoorziening. De betrokkenheid van de bewoner bij zijn buurt en leefomgeving is in eerste instantie alleen maar te waarderen, net als de capaciteit om hier op eloquente en professionele wijze iets mee te doen.

Daar staat tegenover dat deze burgerparticipatie regelmatig leidt tot onnodige spanningen tussen bestuur en bewoner. Juist door de bewoners niet zelf actief op adequate wijze te betrekken bij besluitvorming, wordt het zogenaamde NIMBY-gedrag (Niet in onze buurt) aangewakkerd. Hoe beter de participatie en communicatie van het begin van het besluitvormingstraject wordt vormgegeven, hoe minder verstorend het NIMBY-gedrag zal worden ervaren.

Daar komt nog bij dat niet alle bewoners in onze deelgemeente op dezelfde professionele en assertieve wijze kunnen participeren in de besluitvorming. Bij een te passieve overheid zullen alleen de meest capabele bewoners (in de mooiste buurten) hun leefomgeving kunnen beschermen. Het is dus taak van het bestuur iedereen bij het bestuur te betrekken en zich niet te laten leiden door de assertiviteit en capaciteiten van bepaalde groepen alleen.

Jeroen Mimpen

Vechtpartij

Helaas heeft Rotterdam als beleid dat de ‘dingen die niemand naast de deur wil hebben’ worden verspreid over alle deelgemeentes. Dit leidt tot grote problemen, omdat een landelijke buitenwijk als tuinstad Schiebroek of het mooie Hillegersberg voorzieningen krijgen of dreigen te krijgen die niet passen in de wijk. De wijken kunnen het niet aan en worden gedwongen problemen op te lossen die buiten de wijk zijn ontstaan.

Een voorziening voor verslaafden in Schiebroek kwam er uiteindelijk wel, maar gelukkig pas nadat de buurt zich had ingezet voor een streng convenant. In Hillegersberg kwam een voorziening voor verslaafde daklozen pal naast een gewone woonwijk. De eerste dag was er al een vechtpartij. Een school met asociale jongeren die uit de stad komen, zorgt vrijwel dagelijks voor ontoelaatbare overlast.

Op de politiek hoeven we niet te rekenen: Rotterdam is (ondanks VVD-burgemeester Opstelten) links en links heeft nu eenmaal moeite met het feit dat we niet allemaal hetzelfde zijn.

De overheid steekt veel moeite in verloederde wijken, maar wie opkomt voor zijn wijk om verloedering te voorkómen, kan op weinig sympathie rekenen. Het is onze plicht de wijk netjes te houden, en het is ons recht in een fijne wijk te wonen. Daarom moeten we alle mogelijke middelen aangrijpen om het leven in onze wijk aangenaam te maken.

Ook voor de verslaafden, daklozen etcetera zelf is het beter dat ze niet in een woonwijk wonen. Want wie gedijt goed in een wijk waar hij niet welkom is? Zijn deze mensen, die zich in een heel andere levensfase bevinden dan het gemiddelde gezin in een woonwijk, niet veel beter af in een omgeving met gelijkgestemden? Zijn ze niet beter af in een omgeving waar ze alle begrip en hulp krijgen die ze nodig hebben om weer een leven te kunnen leiden dat ‘normaal’ wordt genoemd?

Geef iedereen zijn eigen ruimte en laat iedereen met gelijkgestemden wonen. Dan heeft niemand last van niemand. Maar verslaafden, daklozen en gewone gezinnen met kinderen door elkaar, dat werkt gewoon niet. Zolang de politiek dat niet inziet, zullen wij alle middelen aangrijpen om de wijk leefbaar te houden.

Vincent Brongers

Insprekers

Ik ben als ambtenaar/ planoloog 35 jaar in dienst geweest van verschillende overheden. In de jaren zestig heb ik de geboorte meegemaakt van het fenomeen inspraak. In die jaren heeft het goed gefunctioneerd, mensen vulden aan en men had het gevoel dat de inspraak nuttig was en bijdroeg tot een beter besluit. Tot het moment, dat in 1982 er een economische crisis uitbrak en de gemeenten zeer veel moesten bezuinigen. Toen had het niet veel zin om in te spreken op projecten die toch niet door konden gaan wegens gebrek aan geld. Er werd door de insprekers boos gereageerd. Het gaf de ambtenaren en bestuurders een machteloos gevoel. In de jaren negentig ging het economisch erg goed in Nederland en werden heel veel projecten ontwikkeld. Daarnaast werd het vol in Nederland, zo vol, dat je niets meer kon ontwikkelen zonder met heel veel partners te maken te krijgen. Er kwam een bestuurlijk niveau bij, dat steeds meer invloed ging uitoefenen op de besluitvorming, de EG richtlijnen. Dat noemden we bestuurlijke drukte.

De verschillende belangen van mensen komen nu meer en meer met elkaar in botsing. Er is een kleine groep insprekers ontstaan, die er hun werk van maken om alle voorgestelde projecten zo lang mogelijk tegen te werken. Ik vind het met de hindermacht van de insprekers in het algemeen wel meevallen. Mijn advies aan de bestuurders is; wees open en eerlijk en neem je verantwoordelijkheid. Ook als de boodschap niet aangenaam is. Beloof niet iets, wat je niet waar kan maken.

Catharina Verveer