'Ik ga nu in een historische omgeving werken'

Gisteren werd bekend dat organisator Gwy Mandelinck van het poëziefestival Watou naar Brugge vertrekt. „De stad hongert naar poëzie.”

„Sinds Brugge in 2002 Culturele Hoofdstad was, is er een sterke drang naar vernieuwing in de kunsten,” zegt dichter en oprichter Gwy Mandelinck (71) van Poëziezomers Watou. „Ik ga hedendaagse dichtkunst naar de stad brengen.” Dit jaar maakte Mandelinck de 28ste editie van Poëziezomers Watou. Het is zijn laatste.

Voorzitter van het Concertgebouw van Brugge, baron Hugo Van Damme, deed Mandelinck het aanbod om in de historisch rijke stad een vergelijkbaar beeldende kunst- en poëziefestival op te zetten. Van Damme: „Er zijn in Brugge zoveel voorzieningen voor kunst, alleen de poëzie is ondergewaardeerd. Gwy Mandelinck wordt de nieuwe inspirator. In het najaar van 2009 kunnen we al het eerste resultaat verwachten.”

Elk jaar weer was het voor Poëziezomers lastig financiële middelen rond te krijgen. Subsidiegevers lieten de organisatie in het ongewisse, ondanks de 15.000 bezoekers die het festival in 2008 trok. „De stad Brugge behartigt de financiële zaken”, belooft Van Damme, zodat Mandelinck zich op de poëzie kan concentreren.

Het belang van Watou als poëziedorp mag niet worden onderschat. Op 17 augustus 1980 organiseerden Mandelinck en zijn vrouw Agnes Hondekijn er een Artiestenmarkt. Dichters en beeldende kunstenaars kregen de vrijheid om in verlaten boerenstallen en schuren hun werk openbaar te maken. Sinds dit eerste festival is ‘Watou’ een begrip in de artistieke wereld. Voor Mandelinck is het dorp een ‘creatief paradijs’, waar hij op unieke wijze poëzie en beeldende kunst samenbrengt; de laatste jaren aangevuld met fotografie en installaties. Voor Watou is de toekomst ongewis. Het concept van Poëziezomers staat op Mandelincks naam. In het voorjaar presenteert hij zijn nieuwe poëziebundel Schemerzones (De Arbeiderspers) in Brugge.

„In Watou werkte ik in een agrarische context, nu ga ik werken in een historische omgeving”, laat Mandelinck weten. „Het is de geboortestad van twee grote dichters, Guido Gezelle en Hugo Claus. Het hart van het Brugse Watou wordt het Guido Gezelle Museum. Ik ga proberen met moderne gedichten het verleden nieuw leven te geven.”

Mandelinck benadrukt dat er nog gesprekken zijn met de hoofdconservator van de musea, met de burgemeester en schepen van cultuur, maar „iedereen is erg enthousiast”. Jaarlijks trekt Brugge 800.000 bezoekers. En Watou? Mandelinck: „Het dorp zwijgt. Ik heb welgeteld van één dorpeling een kaartje ontvangen met gelukwensen.”