'Help, ik weet niets'

Maayke Sluman (31), cardioloog in opleiding, organiseert namens de vereniging van vrouwelijke artsen een feestje bij de 75ste verjaardag van de VNVA. „Vrouwen doen het samen.”

Maayke Sluman (31), cardioloog in opleiding ‘Misschien zijn het mijn blonde haren’ Foto Merlin Daleman Nederland, Nieuwegein, 24-09-08 Dokter Sluman? van Sint Antonis ziekenhuis. © Foto Merlin Daleman
Maayke Sluman (31), cardioloog in opleiding ‘Misschien zijn het mijn blonde haren’ Foto Merlin Daleman Nederland, Nieuwegein, 24-09-08 Dokter Sluman? van Sint Antonis ziekenhuis. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Vrijdag 19 september

Zelfs voor een zondagskind als ik is het vandaag een topdag. De Esta, het blad dat de foto’s van de genomineerden van de VAMP-verkiezing (Vrouwelijke Arts Met Passie, Pit of willekeurig ander P-woord) publiceert, komt vandaag uit. Snel naar het ziekenhuiswinkeltje gehaast om hem te kopen. Wow! Wat is dit leuk. De door Hristina Tasheva gemaakte foto’s zijn prachtig en hier nog mooier. Zelfs op de voorpagina wordt er over onze actie gesproken. Ook de Opzij geeft aandacht aan ons en zo hoort het ook. Krijg een mail van mijn grote voorbeeld en oude opleider, waarbij ze me complimenteert met alle ontwikkelingen. Ik glim van trots.

Laatste normale werkdag voor het dienstenblok begint. Geen tijd of puf meer gehad om me zenuwachtig te maken, dus we zullen wel zien. Ben inmiddels ruim vijf jaar arts en meer dan genoeg dienstenblokken verder, maar nu ik net van specialisme ben veranderd begin ik voor mijn gevoel weer helemaal onderaan. Die positie bevalt me niks. De laatste weken zit ik ‘op de echoput’ zoals we dat noemen, waar de hartecho’s gemaakt en beoordeeld worden. Vanmiddag maak ik een echo van een patiënt, waarbij zowel hij als zijn vrouw tijdens het onderzoek in slaap valt. Vredig constateer ik een goed functionerend hart. In de middag zwoeg ik me door een laatste stapel beoordelingen heen tot het tijd is voor de weekendoverdracht. Tussendoor worden de laatste roddels binnen en buiten het ziekenhuis doorgenomen. Medisch Centrum West is er niets bij.

Het VNVA-verenigingsblad ligt in de bus. Ik blader hem door en zie het congresprogramma en de indrukwekkende lijst van vrouwelijke artsen die zijn aangemeld voor de VAMP-verkiezing. Het ziet er goed uit. Toen oppervamp en medecommissielid Katinka ermee kwam een jaar geleden was ik sceptisch, maar het bleek een gouden greep. In no time 92 VAMP’s aangemeld. Wat een succes en wie had dat gedacht. Het overzicht ziet er strak uit. Ik denk stiekem terug aan de nachten werk die daar voor nodig waren. Geweldig om die motivaties te lezen en al die topvrouwen virtueel te ontmoeten, maar wat een klus was dat. Straks wordt tijdens het congres de winnaar gekozen. ’s Avonds uit eten om mijn verjaardag en de successen van de afgelopen week te vieren. Quality time met de zussen. Succes is verzekerd.

Zaterdag

Vandaag de eerste ‘lange dienst’. Terwijl we de hele week met velen zijn, ben ik nu de hele dag de enige dokter van een van de drukste afdelingen van dit St. Antoniusziekenhuis in Nieuwegein. Lucky me. De spanning die dat geeft is een flinterdunne scheidingslijn tussen een enorme kick en buikpijn. Adrenaline. Ik voel me weer als in het begin. De piepers branden in mijn zak. Als het reanimatiesein maar niet gaat. Het gebeurt wel.

’s Ochtends loop ik visite op de hartbewaking en ik straal van oor tot oor. Na al die weken ‘opgesloten in de put’ is het patiëntencontact genieten. Dit is het mooiste van ons vak. Ik heb voor de verandering de tijd, dus ik beluister, bekijk, beklop en instrueer naar hartenlust. „Mag ik nog iets heel belangrijks vragen”, vraagt de jonge patiënt die gisteren met een ernstige hartziekte is opgenomen. Natuurlijk. „Wanneer zie ik je weer?” Ik vat het op als ongepaste flirt en antwoord wat geërgerd dat ik de volgende dag weer visite zal lopen. Als de verpleging later om een recept vraagt voor een kalmeringsmiddel voor deze patiënt die gewoon angstig blijkt, schaam ik me. Hier ben ik geen leuk meisje. Hier ben ik De Dokter.

Zondag

Of mijn klinische blik heeft mij tijdelijk in de steek gelaten, of we hebben vandaag een leven gered. In ieder geval zit de oude dame, voor wie ik ’s middags de familie met spoed in huis liet komen, ’s avonds aan een bakje vla en lacht ze mij bemoedigend toe. Het is verder onverwacht rustig, als vlak voor het einde van de dienst de meldkamer van de ambulancedienst belt. Het gaat ‘helemaal niet goed’ in de ambulance die naar mij onderweg is, en de ambulancebroeder wil met mij overleggen. Het zweet breekt me uit. Help, ik weet niets, doe alsjeblieft vooral wat je goeddunkt. Maar we doen wat mij goeddunkt en zo’n slecht idee blijkt het niet. Mijn vertrouwen groeit weer een beetje. Na zo’n weekend kan ik het ziekenhuis moeilijk verlaten. Het is al bijna middernacht als ik aan de administratie begin. Ik loop nog even langs bij een jonge patiënt. Hij denkt dat hij de enige is met zijn probleem maar ik weet helaas wel beter. We smeden wilde plannen voor een platform (lees: borrel) voor jongeren met zijn kwaal. Een volgend project wordt geboren en ik kan niet wachten.

Maandag

Twee hele dagen vrij ter compensatie van het weekend en in voorbereiding op de komende nachtweek. Terwijl ik mezelf een ontbijt in de stad had beloofd, begint de dag met een uitgebreid gesprek met Joke, onze secretaresse en onbetwiste koningin van dit VNVA-project. Voor ik het weet zit ik al weer midden in het maken van afspraken met sprekers en het beantwoorden van de mail die toestroomt. Nieuw dilemma; de vrouwenpagina van de Telegraaf wil aandacht aan ons besteden. Zet een hulplijn in en vraag de rest van de commissie om advies. ’s Avonds naar concert van Eva de Roovere in Carré. Schoonheid die clichés doorbreekt, zoals ze zelf zingt. Daar drinken we op. De laatste drukproeven van het fotografieproject blijken nog te moeten worden gecontroleerd voor ze naar de drukker gaan. Zesentwintig studenten hebben evenveel vrouwelijke artsen gevolgd en hun indrukken fotografisch vastgelegd. Dit zal geëxposeerd worden op het congres op 3 oktober. De laatste dagen loopt het contact wat moeizaam en ik zet om 2 uur ’s nachts de allerlaatste puntjes op de i’s.

Dinsdag

Mijn hoofd is vol. Er kan echt niets meer bij. Flarden van de nog steeds groeiende to-do lijst en de reanimatie-richtlijnen wisselen elkaar af. Er komt een brief van een VNVA-lid. Hartverwarmend. De leden die net als de vereniging dit jaar 75 jaar zijn geworden zijn dit jaar gratis uitgenodigd voor het congres. De brief begint met Geachte collega, Beste Maayke. Het feit dat ze mij, een onbekende en met al ons leeftijdsverschil, nog steeds als collega ziet, vervult me met ontroering en een gevoel van trots. Vrouwen doen het samen. Heerlijk solidariteitsgevoel. Ewout, goede vriend en de literatuurcriticus die ik zou willen zijn, belt en bereidt me vast voor op de recensie die hij heeft geschreven over het nieuwste werk van mijn geliefde Herman Brusselmans. Ik schijn zijn enige vrouwelijke fan te zijn en ik ken de kritieken. Ze zijn aan mij niet besteed. Ik verheug me op het boek en de recensie. ’s Avonds talloze mislukte pogingen voor mijn openingsspeech. Dit is de kans voor het delen van mijn visie, maar hoe vertaal ik die? Met Tom Waits en de regen op de achtergrond vertrouw ik erop dat de woorden nog gaan komen.

Woensdag

Vandaag de eerste nachtdienst. Het is bijzonder om ’s nachts door die verlaten gangen te lopen. De nacht is rustig, al word ik ieder uur gebeld met de meest bizarre vragen gezien het tijdstip. Ik ben redelijk uitgeput. Ik krijg het koud en voel me zielig. Terwijl de rest van de wereld in het theater zit of een boek leest op de bank (kortom: zich op plekken bevindt waar ik zou moeten zijn, al heb ik geen bank), ben ik hier. En red ik geen levens, zeg geen wijze woorden, stel geen briljante diagnosen, maar zie allerlei mensen met minder klachten dan ik nu. Wat overdag zo’n efficiënt idee leek, overdag congres en ’s avonds werk, valt the morning after zwaar tegen. Maar de overdracht valt mee, mijn publiek is gelukkig mild vandaag. Bizar dat dit piepkleine optreden meer zorgen baart dan de optredens volgende week. Onderweg naar huis blijkt een nieuwe crisis met een van de sprekers. Ik draag het met een gerust hart over. Ik moet naar bed.

Donderdag 25 september

Na paar uur toch weer die wekker. Ik mag niet verslappen nu, nog maar een week te gaan. Goed nieuws, we mogen op de radio. Het gaat zo goed nu, alles stroomt en komt op de een of andere manier samen. Ongelooflijk en geweldig. Mijn huis ligt bezaaid met lekkernijen die mij door de komende nachten heen moeten helpen. Op chocoladekoekjes kun je de Inca Trail en nachtdiensten door.

Als ik mij voorstel als de dienstdoende dokter kijkt de oude dame verrast en wat verheugd omhoog. Ik heb deze reactie al zo vaak gezien en kijk er allang niet meer van op. Misschien zijn het mijn blonde haren, misschien is het de leeftijd, maar ik word nog vrijwel dagelijks met zuster aangesproken. Onzin dat die tijden allang achter ons liggen. Mijn tactiek blijkt vannacht overigens niet te werken, want mijn patiënt vraagt de verpleging nadat ik haar uitgebreid heb gesproken alsnog waar de dokter blijft. Ruim 135 jaar na Aletta en 75 jaar Vereniging Nederlandse Vrouwelijke Artsen verder blijft er nog genoeg te doen. Verder is de nacht hectisch en frustrerend. Nog vijf te gaan.