Gezag steunt op gedrag

De president van de Rotterdamse rechtbank heeft een probleempje. De core business van zijn organisatie is respect, gezag en ontzag, maar nu is er een jonge leerling-advocaat, Mohammed Enait, die op verbijsterend eenvoudige wijze een bommetje onder dat fundament heeft gelegd. Het is vast gebruik dat de aanwezigen in de rechtszaal opstaan wanneer de rechters binnenkomen, maar Enait weigert dat. Hij blijft zitten, met een persoonlijk beroep op zijn geloof. Dat stelt dat alle mensen gelijk zijn, en dat betekent volgens hem dat je niet voor een ander moet opstaan omdat je hem daarmee hoger plaatst dan jezelf.

Op zijn redenering is natuurlijk van alles aan te merken. Juist op grond van zijn gelijkheidsargument zou een ander bijvoorbeeld kunnen zeggen dat sommigen niet moeten blijven zitten terwijl anderen staan of lopen. Of zou Enait moeten weigeren een advocatenstage te volgen, want een stagiair is niet gelijk aan zijn patroon. Of zou hij de rechtspraak in het algemeen moeten mijden, want een wezenlijk aspect daarvan is dat sommige mensen zich boven anderen plaatsen door te oordelen en vonnissen uit te spreken.

Zo zijn er nog tientallen andere argumenten over en weer gegaan in de weken na het incident, op de opiniepagina’s, in de hoogste regionen van rechtspraak en advocatuur, en zelfs in de Tweede Kamer.

Het nerveuze gekakel en gefladder dat Enait met zijn actie heeft veroorzaakt is veel koddiger en veelzeggender dan zijn redenering of zijn gedrag. Zo schijnt de rechtbank intussen besloten te hebben dat Enait best mag blijven zitten als dat „geworteld is in zijn diepe geloofsovertuiging”. Afgezien van het punt dat ook dit een oordeel is, gaat de rechtbank er hiermee vanuit dat zij kan onderscheiden wat iemands innerlijke beweegredenen zijn. Ziet een diepgelovige die blijft zitten er anders uit dan een recalcitrante adolescent die wil uitproberen hoe ver hij kan gaan? En als dat verschil al zichtbaar is, hoe komt de rechtbank tot de conclusie dat Enaits uitdagende gedrag wijst op diepe gelovigheid? Eens temeer daar dit dezelfde jongeman is die eerder bij een sollicitatie op het Rotterdamse stadhuis werd afgewezen omdat hij weigerde een vrouw een hand te geven. Toen was er niets te merken van een passie voor menselijke gelijkheid, al dan niet geworteld in een diep gevoelde geloofsovertuiging. Enaits specialiteit is uitdagen, daar is hij goed in, en aan het eind van de dag lacht hij zich een stuip. En terecht.

Het is een ontluisterend schouwspel hoe de dames en heren in toga’s, die bij uitstek zijn bekleed met gezag, zich door een slimme snotjongen te kijk laten zetten. Zelfs als we moeten aannemen dat Enait voor een deel godsdienstig gemotiveerd is, dan nog gaat deze affaire vooral over dominantie. Wie heeft het hier voor het zeggen, dat is de vraag die hij met zijn gedrag aan de orde stelt. En hij brengt zijn grote broer mee, zijn diep gevoelde geloofsovertuiging. Honderden commentaren verbinden Enaits naam intussen aan het epitheton „orthodoxe moslim”. Daar is iedereen als de dood voor, dus geschrokken leveren onze edelachtbaren hun achtbaarheid in en buigen voor Enaits uitgedragen principes.

Enait is een beproever. Hij steekt een scherpe punt in de spanten van ons gezag, en hij prikt er dwars doorheen. Het probleem is niet dat hij prikt; het probleem is de molm en de houtrot die hij zichtbaar maakt. Het is een voortzetting in rechte lijn van de studentenacties van 1968, toen een handvol opgewonden standjes op hoge toon van hoogleraren en universiteitsbestuurders eisten dat zij zouden opkrassen. „Neem ons niet kwalijk dat wij er zijn”, mompelden zij bangig, ze gingen, en bewezen zo het gelijk van de uitdagers. Wie zich zo laat wegsturen, verdient niet dat hij er zat.

Gezag moet gedragen en verdedigd worden, anders is het geen gezag meer. Waarom heeft bijvoorbeeld niet een van de rechters Enait terzijde genomen en hem een klein college rechtsfilosofie gegeven? Met de uitleg dat ritueel gedrag van alle spelers wezenlijk bij rechtspraak hoort, om het persoonlijke element weg te halen uit veroordeling en straf. En dat opstaan voor de rechtbank bij ons nu eenmaal hoort bij dat rituele gedrag.

Waarom? Omdat we het zo bepaald hebben, daarom. Voor een deel is het net zoiets als wanneer mammie zegt dat je je modderlaarzen moet uittrekken bij de achterdeur. Het gaat in dat opzicht ook om territorium: „Als je in dit domein wilt meespelen, dan doe je dat op mijn condities.” De rechters in Rotterdam hebben bangig hun territorium uitgeleverd aan de uitdager. Dat is riskant, want een capitulatie smaakt voor elke winnende uitdager altijd naar meer.

Ons waardenrelativisme doet ons de das om, vindt de conservatieve schrijver Theodore Dalrymple. Misschien. Maar wat ons zeker net zoveel schaadt, is dat we weigeren het gedrag te vertonen dat bij gezag hoort. Misschien is dat omdat we nooit een voorbeeld hebben gehad; we hebben het nooit geleerd.

Onze laatste gezagsdragers waren die van vóór 1968 en dat waren geen goede. Wij hebben geen antwoord op de altijd aanwezige uitdagers in de samenleving. Die nemen dan de macht over, en we verdienen niet beter. Zij staan met gebalde vuist en modderlaarzen te schreeuwen in de woonkamer, en wij kennen slechts drie registers om te antwoorden. Terugschreeuwen, waarmee we zelf ook boze pubers worden en de sfeer in huis verder verknoeien; capituleren, waarmee we ons maatschappelijk interieur aan vandalen overleveren, of bassend vanuit de hoogte brommen dat er zwaarder gestraft moet worden.

Op alle manieren zetten we zo ons eigen fundamentalisme tegenover het hunne. Maar met rust, gezag en argumenten ons persoonlijk gewicht inzetten, dat lukt ons niet. En wat er bovenal ontbreekt is een beetje luchtigheid. „Zo mijnheer Enait, nu al moe?” Wie ergens een grap over kan maken, staat erboven. Die heeft gezag.

Eén ding is duidelijk. Als de jongeheer Enait eventueel met zijn juridische carrière niet verder komt, kan hij een briljante toekomst tegemoetzien op het gebied van publiciteit en marketingcommunicatie. De hoeveelheid aandacht en publiciteit hij met minimale middelen heeft losgemaakt, is briljant.