Geraakt in het hart

Mislukte militaire operaties herleven als computerspelletjes. „Geen oorlogsverheerlijking maar historische fictie.”

Beelden uit ‘Brothers in arms’
Beelden uit ‘Brothers in arms’

Het miezert. Er hangt oranje rook in de lucht. Het is half september en we staan in een weiland in de buurt van Son, vlak boven Eindhoven. Verderop, tegen een boom zit iemand die lijkt op een soldaat, met een verband om zijn hoofd. Het is een zogenaamde re-enactor', iemand die zo accuraat mogelijk doet alsof het oorlog is, uit een buitengewone interesse in de geschiedenis. Een cameraman filmt een meisje met een felgroene jas en een microfoon in haar hand. Op de achtergrond trekken twee nepsoldaten een parachute uit beeld.

De scène is georkestreerd door Ubisoft, een Franse uitgever van videogames, en is deel van een perstour met als doel de promotie van Brothers in Arms: Hell's Highway. Een tactisch schietspel dat zich exact op deze plek afspeelt, maar dan 64 jaar geleden.

Toen sprongen duizenden parachutisten van het 502nd Parachute Infantry Regiment uit hun vliegtuigen voor de grootste luchtmobiele operatie aller tijden. De missie van de mannen die hier landden: haast je naar Son en verover de brug over het Wilhelminakanaal. Bruggen waren van groot belang in Operation Market Garden, het plan om Nederland te bevrijden, nog voor de winter van 1944.

Een van de re-enactors komt vragen, „Moeten we het nog een keer doen met de parachute?” De cameraman schudt zijn hoofd.

John Antal, tot 2003 kolonel in het Amerikaanse leger, staat bij een groepje journalisten en legt uit. „De Duitsers werden verrast door de operatie, maar kregen de plannen al snel in handen. Ze waren er goed in zich vlug aan te passen aan de situatie en het tij te keren.”

Voor de neus van de parachutisten werd de brug over het Wilhelminakanaal opgeblazen. Een van de tegenvallers die ervoor zorgden dat Market Garden vertraagde en uiteindelijk faalde. Waardoor de hongerwinter kon gebeuren.

John Antal, tegenwoordig als historicus werkzaam bij het Texaanse Gearbox Software dat de Brothers in Arms-spellen maakt, spreekt luid, duidelijk en bloedserieus. En hij komt al met antwoorden voordat er vragen zijn gesteld.

„Waarom zouden mensen een game willen spelen die gaat over zoiets gruwelijks als oorlog? Omdat het voorziet in een menselijke behoefte. Er waren altijd al verhalen die vertellen waarom het soms goed is om te vechten. Om geen slaaf te hoeven zijn, om niet te hoeven sterven. Verhalen zijn belangrijk om de wereld om ons heen beter te begrijpen.”

Computertechnologie maakt het nu mogelijk om verhalen op een nieuwe manier te brengen, zegt Antal. „Als een tijdmachine brengt dit spel je terug naar een plek die echt heeft bestaan. Die plek is het decor voor waargebeurd menselijk drama. Hopelijk maakt deze game mensen ervan bewust hoe hard er is gevochten in Nederland. We willen dat spelers zeggen: wow, ik heb hier iets van opgestoken, of: dit heeft me geraakt. Het hoofd of het hart, een van beide.”

We stappen in de touringcar en rijden verder. Onderweg wordt A Bridge Too Far vertoond, de film uit 1977 over Market Garden, met name de verloren Slag om Arnhem. De titel slaat op de brug over de Rijn bij Arnhem, niet op de brug bij Son.

Af en toe wordt de film onderbroken door Antal om uitleg te geven over de omgeving. Hij was hier eerder om research te doen met zijn team. „De huizen, de wegen, de weilanden, alles legden we vast. Daarnaast gebruikten we al het referentiemateriaal dat we konden vinden. Foto's. Plattegronden. Daardoor is alles in het spel nu precies zoals het was in 1944.”

De Hell's Highway uit de titel van het spel zit ook in A Bridge Too Far. Twee personages bevinden zich op de enige verharde weg van Eindhoven naar Arnhem, die al snel deze bijnaam kreeg. Zegt een personage tegen de kolonel: „Hoe moeten we ons in godsnaam aan de planning houden op een weg als deze?” Zegt de kolonel: „Je moest eens weten. Het stuk waar we nu op zitten?” „Ja?” „Dat is het bréde stuk.”

A Bridge Too Far loopt slecht af. Maar dat is een film. Games draaien om winnen en games waarin je verliest, zijn per definitie niet leuk om te spelen. Iemand vraagt dan ook: „Kun je de uitslag van Market Garden beïnvloeden in het spel?” „Nee. Je kunt de geschiedenis niet veranderen. Behalve de geschiedenis van jouw patrouille”, zegt Antal.

In Hell's Highway bestuurt de speler sergeant Matt Baker. Samen met zijn troepen moet hij zich door Eindhoven en de nabijgelegen dorpen vechten. Baker is John Antals antwoord op de paradox van een leuke game over een mislukte militaire operatie. „Baker is een sergeant, geen generaal. Zijn strijd is een stuk kleiner dan de grote oorlog. Als de speler wint, door zijn leiderschap en zijn gevechtsvaardigheid, wint Matt Baker.”

Baker kan in feite vier dingen: rondrennen, schieten op vijanden, met een druk op de knop dekking zoeken achter muurtjes, en commando’s geven aan zijn patrouilleleden. De speler kan zijn manschappen zo positie laten innemen of laten aanvallen. Tactisch denken wordt aangemoedigd en een roekeloze aanpak is vrijwel nooit de beste.

Overigens gaan de manschappen van de speler nooit dood. Ze raken alleen ‘uitgeschakeld’ en keren dan later in het spel terug. Ook kan de speler hen niet zelf neerschieten, per ongeluk of met sadistische of experimentele motieven. Ingrepen die de game leuk moeten houden. Die moeten zorgen dat de speler blijft winnen.

Door al dat winnen wekken games als deze wel automatisch de indruk oorlog te willen verheerlijken. Antal is het hier niet mee eens. „Dit spel is geen oorlogsverheerlijking, maar historische fictie. Het probeert spelers iets te laten ervaren. Na afloop willen we dat ze snappen waarom die mannen zich hebben opgeofferd, wat een moeilijke tijd het was en dat oorlog slecht is.”

Laatste vraag. Worden oorlogsgames ooit zo realistisch dat ze de rol van echte oorlogen kunnen overnemen? „Echte oorlog is lelijk, grof en vreselijk. Je wilt het zo veel mogelijk vermijden. Maar slavernij en moord is nog erger. Als je familie wordt aangevallen, verdedig je ze dan? Ja. Als je land wordt aangevallen, verdedig je het dan? De meeste mensen zeggen ja. Goede mensen zeggen ja. In de Tweede Wereldoorlog stonden we oog in oog met het vreselijke kwaad van het fascisme. Dat moest vernietigd worden. Het was een verschrikkelijke oorlog, maar we moeten hem niet vergeten. Als films en boeken hieraan kunnen bijdragen, moeten games dat ook kunnen. En dat doen doen wij.”

De bus arriveert in Sint-Oedenrode. Daar bezoeken we het kasteel dat vier dagen lang het hoofdkwartier van de geallieerde operatie was. Nu vindt er een bruiloft plaats. Het is inmiddels hard aan het regenen en Antal zegt: „Er zit ook regen in het spel. Dat ziet er erg realistisch uit.”

Een wat oudere man komt aanfietsen en begint aan niemand in het bijzonder te vertellen over vroeger. „Ons mam zei, er zijn soldaten op straat.” Het meisje met de groene jas is alweer in de bus gaan zitten. Een re-enactor op een motorfiets bromt voorbij en ondanks dat zijn kostuum inmiddels is doorweekt, is de oorlog nu een stuk leuker dan 64 jaar geleden.

Brothers in Arms: Hell's Highway is verkrijgbaar voor PlayStation 3, Xbox 360 en pc.