Gegokt en verloren

De kredietcrisis kan het begin van een catastrofe zijn, denkt de Italiaanse bedrijvendokter Guido Rossi.

‘We moeten alles vergeten wat we tot nu toe deden om crises op te lossen’ Foto C. Basso/Hollandse Hoogte Guido Rossi, former stock market regulator, was named as the emergency administrator of the crisis-ridden Italian football federation (FIGC). He has been given the task of cleaning up the sport in the aftermath of the match-fixing scandal that has rocked Italian football. Foto: Cannarsa Basso / Grazia Neri / Hollandse Hoogte
‘We moeten alles vergeten wat we tot nu toe deden om crises op te lossen’ Foto C. Basso/Hollandse Hoogte Guido Rossi, former stock market regulator, was named as the emergency administrator of the crisis-ridden Italian football federation (FIGC). He has been given the task of cleaning up the sport in the aftermath of the match-fixing scandal that has rocked Italian football. Foto: Cannarsa Basso / Grazia Neri / Hollandse Hoogte Basso, Cannarsa

In de jaren zestig kostte een eenvoudige tv omgerekend 250 euro, nu is dat minder dan de helft. Is dit vooruitgang? De Italiaanse jurist en filosoof Guido Rossi (77) meent van niet. Sterker nog, de keiharde concurrentie en de globalisering die leiden tot prijsverlagingen van tv’s en andere consumptiegoederen, tasten de burgerrechten aan.

Rossi is niet zomaar een onheilsprofeet. Hij kent het kapitalisme van binnenuit. Jarenlang was hij crisismanager bij grote Italiaanse bedrijven en ook was hij voorzitter van de Italiaanse beursautoriteit. Na zijn laatste reddingsoperatie bij Telecom Italia in 2007 wil Rossi niet langer crisismanager zijn. De afgelopen jaren schreef hij verschillende boeken over de dreigende implosie van het kapitalisme, zoals het dit jaar verschenen Il Mercato D’Azzardo (De gokmarkt).

Guidone, noemen ze hem in Italië, grote Guido. Hij draagt geen strak grijs pak, zoals gebruikelijk onder de bankiers in Milaan die hij jarenlang controleerde en adviseerde. In een luchtige witte zomerbroek en een verkreukeld colbert tref ik hem voor de hoofdingang van zijn kantoor in Milaan. Binnen brengt hij in herinnering dat het kapitalisme van de aandeelhouders begon met de Verenigde Oost-Indische Compagnie in 1600. Hij pakt een zilveren model van een Oost-Indiëvaarder van een boekenplank. Hij vraagt naar Grönink, doelend op Rijkman Groenink, de afgetreden topman van ABN Amro die hij adviseerde tijdens de overname van Anton Veneta door ABN Amro. „Hij heeft een prachtig huis in Toscane”, weet Rossi. Daar zal hij nu wel genieten van zijn gouden handdruk, concluderen we.

Sprekend over de exorbitante salarissen van topmannen, brandt hij los. Hij citeert uit zijn recente boeken over de verwording van het kapitalisme in Italië en de rest van de wereld. Was in de jaren zestig het salaris van een directeur bij General Electric zestig maal zo hoog als dat van een arbeider, nu is dat bij de Amerikaanse detailhandelketen Wal-Mart negenhonderd keer. „De rijke leiders hebben elke relatie met de maatschappij verloren. Ze sluiten zich af, isoleren zich en zijn alleen nog met zichzelf bezig. Ze hebben alleen belangstelling voor de staat en parlementen als ze die via lobby’s kunnen gebruiken om wetten aangenomen te krijgen die hun goed uitkomen. De enige binding die de topondernemers in Italië nog met het gewone volk hebben, loopt via de voetbalclub waarvan ze eigenaar zijn.”

Vanuit zijn kantoor kijkt Rossi uit op de Italiaanse aandelenbeurs die hij ooit als beurswaakhond controleerde. Hij volgt de kredietcrisis op de voet, een crisis waarvoor hij de afgelopen jaren al diverse keren waarschuwde. In De Gokmarkt stelt Rossi dat de financiële wereld zijn doelen voorbij is geschoten. De geglobaliseerde financiële markten zijn volgens hem losgezongen van de concrete economie. Spaarders en beleggers ervaren dat dagelijks. Koersen stijgen en dalen om onverklaarbare redenen. Banken vallen plotseling om en solide gewaande bedrijven als Parmalat, Enron en Ahold zijn financiële kaartenhuizen gebleken.

Volgens Rossi is er alle reden om een spoedige ineenstorting van het totale systeem te vrezen.

In Perchè Filosofia (Waarom Filosofie, 2008) roept hij denkers en gewone burgers op in verzet te komen tegen de perverse logica van het hedendaagse superkapitalisme met zijn winstbejag en het consumentisme. Zo niet, dan ziet het er volgens Rossi somber uit voor de mensheid. Een catastrofe kan alleen worden voorkomen als er niet alleen in de financiële wereld, maar ook op het gebied van milieu, klimaatverandering en internationale asielwetgeving een duidelijke en strenge regie wordt gevoerd.

Een dramatische conclusie voor iemand die een bewonderaar is van de Verenigde Staten en de vrijemarkteconomie. Hij kent de Amerikaanse financiële wetgeving op zijn duimpje sinds hij in 1954 in Harvard studeerde. Het staat voor hem als een paal boven water dat de VS de rest van de wereld heeft geïnfecteerd met een superkapitalisme dat nu de democratische rechtsstaat vernietigt. Het superkapitalisme heeft volgens Rossi geleid tot een gespleten hedendaagse westerse mens. Die is tegelijkertijd burger en consument/investeerder.

Tot eind jaren zeventig bestond deze gespletenheid niet, legt Rossi uit in Waarom filosofie? „Er was tot enkele decennia geleden sprake van een democratisch kapitalisme, waarin de verlangens van de consument en de rechten van de burger in evenwicht waren”, schrijft hij. „De arbeiders waren vertegenwoordigd door vakbonden. Maar nu heeft een winkelketen als Wal-Mart de vakbonden afgeschaft.”

Als consument wil de moderne mens steeds goedkopere producten, maar als burger betaalt hij daarvoor de rekening. Tv’s worden nu in het Verre Oosten tegen afbraaklonen gemaakt door rechteloze werknemers. Maar ook de westerse werknemers die nog betrokken zijn bij de distributie van tv’s hebben niet meer dezelfde bescherming als hun collega’s veertig of vijftig jaar geleden. Die is niet meer betaalbaar in de concurrentieslag met de Aziaten.

De burger wordt ook in zijn rechten beperkt door zijn rol als investeerders en aandeelhouders, vindt Rossi. Als investeerder wil hij steeds hogere rendementen. Maar hij investeert niet meer zelf, hij laat dit over aan banken, hedgefunds en pensioenfondsen. Die steken geld in futures, derivaten en andere ondoorzichtige investeringsvormen die niets met de reële economie te maken hebben, maar deze wel ernstig kunnen ontwrichten.

„Multimiljardair en mega-investeerder George Soros rekende voor dat er wereldwijd door die fondsen voor 45 triljoen is ‘geïnvesteerd’ in de zogenaamde credit default-swaps”, zegt Rossi. „Hiermee kan de investeerder erop speculeren dat een bedrijf zijn leningen niet kan afbetalen. 45 triljoen is ingezet in een gokspel van mensen die hopen dat bedrijven als General Motors in elkaar storten. Dat is vijf maal de waarde van de staatsobligaties die de VS hebben uitgegeven. De hedgefunds, maar ook de grote pensioenfondsen heeft men volstrekt niet meer onder controle.”

Mede hierdoor is de economische crisis van nu ook veel diepgaander dan die van 1929, meent Rossi. „Men heeft gegokt en verloren.” Maar dat is nog niet alles. Vroeger werkten de midden- en hogere klassen veel meer voor de overheid en voor publieke instellingen. Nu zijn ze veel vaker actief als advocaat, consultant, financiële whizzkid of informaticus in bedrijven die alleen hun eigen belang voor ogen hebben. „Dat is heel ernstig”, zegt Rossi. „Want juist deze klasse heeft van oorsprong de taak het systeem te corrigeren als de democratie in gevaar komt.”

Bovendien is bijna niemand nog in staat om te beseffen dat de democratie in gevaar is. Want de moderne mens is een homo videns geworden, een kijkende mens, die via televisie en internet vooral in beelden communiceert. En op tv is de democratie in gevaar moeilijk in beeld te brengen. Op tv werkt de taal van de marketing het best. „Politici en ook journalisten denken steeds meer in die marketingtermen”, zegt Rossi. „De bedrijven hebben de rest van de wereld geleerd dat marketing de sleutel tot succes is.”

De Amerikaanse presidentskandidaat laat dat als geen ander zien. „De taalfilosoof Noam Chomsky heeft onlangs de taal van Obama geanalyseerd”, aldus Rossi. „Hij kwam tot de conclusie dat zijn politieke project een marketingstrategie is. Bij slogans als „change” en „yes, we can” gaat de vorm boven de inhoud. Dat verkoopt.” Terwijl de essentie van democratie juist inhoud en discussie is, gaat Rossi verder. Voor discussie is vrije nieuwsgaring nodig, maar die bestaat bijna niet meer in hedendaagse samenlevingen. In Italië is geen krant echt onafhankelijk. Ze zijn voor het merendeel in handen van industriëlen en bankiers. Rossi: „Als de democratie gegarandeerd wordt dankzij de vrijheid van informatie, dan moeten we vaststellen dat de democratie niet meer bestaat.”

In Italië is goed te zien hoe groot de destructieve invloed van het superkapitalisme op de democratie is. Voor de zakenman-premier Silvio Berlusconi dient de staat zijn bedrijf. Hij bestrijdt instituties als de rechterlijke macht en noemt rechters publiekelijk „imbecielen”. Met zijn mediaconcern controleert Berlusconi al twintig jaar de homo videns die alleen na half twaalf ’s nachts soms serieuze journalistiek te zien krijgt. „Er is sprake van een democratie van de onwetendheid”, meent Rossi. „Zelfs rechters hebben het gevoel dat ze op tv moeten optreden. Vonnissen en zelfs aanklachten worden door hen op tv becommentarieerd.”

Om dit soort verschijnselen aan de kaak te stellen, zijn „generalistische filosofen” nodig, meent Rossi in Perchè Filosofia. Die moeten zich concentreren op economie en recht, de twee factoren die volgens hem bij uitstek het welzijn van de mens bepalen. „Om het kapitalisme weer onder controle te krijgen moet het recht functioneren en dienen er grenzen te worden gesteld aan wat binnen de liberale markteconomie wel en niet mag.”

Drie jaar geleden gaf Rossi zelf het voorbeeld in de strijd tegen de belangenverstrengeling in de Italiaanse financiële wereld. Samen met Justitie en ABN Amro ontmaskerde hij Antonio Fazio, de hyperkatholieke president van de Italiaanse bank. Die had toegestaan dat de Banco Popolare di Lodi onderhandse akkoorden sloot met dubieuze financiers om ABN Amro af te houden van de overname van de Italiaanse bank Anton Veneta. „Het kostte me veel moeite om ABN-topman Rijkman Groenink ervan te overtuigen dat we strafrechtelijke actie moesten ondernemen”, zegt hij. „Als we niks hadden gedaan, had ABN Amro de greep op Anton Veneta verloren.”

Rossi blijft dan ook geloven dat misstanden te corrigeren zijn. De oplossing voor de huidige financiële crisis moet van Europa komen. „Ik zou bijvoorbeeld het Europese Parlement sterker maken. Nu heeft de Europese Commissie te veel macht en is die weer kwijtgeraakt aan de lobbyisten.”

En waarom niet ook een soort security exchange commission van Europa opzetten? Een organisatie die de handel in derivaten en andere vage financiële producten moet beperken en controleren. Het moet een onafhankelijke autoriteit zijn, zoiets als de beurswaakhond. „We moeten op een totaal andere manier gaan denken”, zegt hij. „We moeten de moed hebben om alles te vergeten wat we tot nu toe deden om crises op te lossen. Als er niks gebeurt, verbrandt het kapitalisme zichzelf. En dan is het maar afwachten wat ervoor in de plaats komt.”