Feiten ondergeschikt in debat over Marokkanen

‘Het land staat in brand”, zei parlementariër Griffith (VVD) tijdens een spoeddebat deze week in de Tweede Kamer. En zij meende ieder woord. De VVD ging het verst in haar pogingen de oorlogstaal van de PVV te imiteren. Onderwerp was de overlast van Marokkaanse jongeren in Gouda en stadswijken elders. De Kamer als geheel was in de greep van de overtreffende trap. Op alle fronten de aanval inzetten, SP. Vuist op tafel, CDA. Parasiteren, ChristenUnie. Straatterreur, SGP. De harde aanpak is blijkbaar politiek verplicht. Net als een bagatelliseerverbod, met als neveneffect dat de problemen erger worden gemaakt. Dankzij de burgemeester van Ede heeft nu het pleidooi om de „harde kern” van Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren in „internaten te heropvoeden”, wind in de zeilen. Ook hun ouders dienen „aangepakt”. Of zij in hun huizen mogen blijven, lijkt een kwestie van tijd.

Nog één rondje Wilders-retoriek en ook het laatste restje rechtstatelijk denken verdampt. „Buurtrechters” dan wel „vliegende brigades” van „stadsmariniers” zouden het onrecht moeten bestrijden. Het was feest voor de partijpolitieke copywriters. Nieuwe termen gevraagd om daadkracht uit te drukken: wie biedt er meer? Met gemak werd voorbijgegaan aan feiten en cijfers. Onlangs stelde het SCP vast dat op discipline gestoelde opvoedingsinstituten een averechts effect hebben. Het opjagen en arresteren van jonge, lichte daders leidt ertoe dat ze juist meer overtredingen gaan plegen.

Terwijl ingrijpen in het gezin, binnen de context van school of werk, effectiever is. Gezagsuitoefening en opvoeding binnen de eigen cultuur hebben ook effect, zoals experimenten met straatcoaches tonen. Gedragstherapie gericht op zelfcontrole, voorwaardelijk straffen en afdoening buiten de gevangenis helpen meer dan insluiten. Daarmee is niet gezegd dat het demonstreren van overheidsgezag achterwege moet blijven. Gevoelens van onveiligheid en vervreemding in de wijken zijn reëel. Ze beperken zich ook niet tot autochtone bewoners. Maar het stigmatiseren van ‘Marokkanen’ leidt tot uitstoting, desintegratie en vijandschap. Ook zij zijn slachtoffer.

Van burgemeesters mag worden verwacht dat ze hun bevoegdheden durven toe te passen. Confrontatie waar nodig en preventie waar mogelijk. Dat vraagt om wijsheid en terughoudendheid. Precies waar het veel parlementariërs aan ontbrak. Er kan al veel: samenscholingsverboden, avondklokken, fouilleren, cameratoezicht. Met ‘gedragsbevelen’ naar Brits voorbeeld wordt ervaring opgedaan. De overheid rukt aan alle kanten op met elektronische kinddossiers, ‘verwijsindexen’ voor risicojongeren inclusief etnische achtergrond. In deze wijken is het snelrecht al opgevolgd door het ‘supersnelrecht’. De buurtrechter en het wijkjustitiekantoor zijn al lang geëvolueerd naar een netwerk van Veiligheidshuizen waarin reclassering, justitie en bestuur samenwerken. In de wijk Overwei, aanleiding tot de opwinding, daalde de criminaliteit sinds 2005 met 30 procent. In heel Gouda met 45 procent. Er is dus vooruitgang, de hysterie ten spijt. Ordeproblemen in dichtbevolkte wijken, eenzijdig samengesteld, met hoge werkloosheid, lage scholing en veel problemen lijden onder politieke simplificaties. Veel crimineel gedrag is bekend gedrag, van alle tijden. Met geduldig en gematigd bestuurlijk handelen is al veel gewonnen.