Defensie bevestigt feiten rond JSF

De ministeries van Defensie en Economische Zaken „nemen afstand” van recente berichtgeving over de besluitvorming rond de Joint Strike Fighter (JSF). Maar in een brief die gisteren naar de Tweede Kamer werd gestuurd, bevestigt Defensie de feiten die deze krant beschreef.

Zowel deze krant als het KRO-programma Reporter besteedden de afgelopen weken veel aandacht aan de besluitvorming rond de JSF in 2002. Op 9 september meldde deze krant dat bij een evaluatie van de kandidaten om het F-16 gevechtsvliegtuig op te volgen informatie van Europese concurrenten slechts beperkt is meegewogen.

Volgens Defensie en EZ wekt de berichtgeving de indruk dat er sprake was van „vooringenomenheid ten gunste van de JSF”, en suggereren de artikelen dat de vergelijking tussen de JSF en andere gevechtsvliegtuigen in 2000 „onzorgvuldig zou zijn uitgevoerd”. Volgens de departementen zijn „deze suggesties” niet terecht.

Defensie bevestigt wel dat er bij de ‘kandidatenevaluatie’ met drie scores is gewerkt, zoals deze krant schreef. De meest geavanceerde versies van de Eurofighter en de Rafale werden daarbij bestempeld als ‘het meest positieve’ (maar onwaarschijnlijke) scenario. Voor de „waarschijnlijke middenscore” werden minder geavanceerde types beschreven. Volgens Defensie terecht, omdat niet vast stond dat deze versies zouden worden ontwikkeld. Bij de JSF (waarvoor in 2000 alleen nog eisen op papier stonden) stond dat wel, aldus Defensie.

KRO Reporter meldde eerder deze maand dat de Kamer verkeerd was voorgelicht over de verwachte omzet in het JSF-project voor Nederlandse bedrijven. Het parlement wilde naar aanleiding van de berichtgeving een brief van staatssecretaris van Defensie De Vries (CDA). Binnenkort volgt er ook een debat.

Lees een drieluik over de JSF via nrc.nl/jsf