De micro-eeuw

Iedere goede spreker weet hoe moeilijk het is de aandacht van een publiek lang vast te houden. Er is zelfs een natuurlijk maximum: de micro-eeuw.

Deze merkwaardige tijdseenheid werd voor het eerst door de fysicus Enrico Fermi geïntroduceerd (hoewel soms ook de wiskundige John von Neumann als geestelijke vader wordt genoemd). Een micro-eeuw is per definitie gelijk aan een miljoenste van een eeuw en duurt iets minder dan een uur. Om preciezer te zijn: 52 minuten, 35 seconden en 76 honderdsten van een seconde. De micro-eeuw komt goed overeen met de traditionele lengte van een voorstelling, of het nu een hoorcollege op de universiteit of een les op de middelbare school is, een helft van een voetbalwedstrijd of een diepte-interview op de radio, een aflevering van een televisieserie of een typische symfonie van Beethoven. Veel langer dan een micro-eeuw houdt de gemiddelde mens er de aandacht niet bij.

Een spreker doet zijn publiek dan ook groot onrecht aan als hij deze natuurlijke grens passeert. Ik voel nog steeds de golf van wanhoop door de zaal gaan, toen een spreker eens precies op dat cruciale moment waarop alle batterijen van de toehoorders leeg waren, de genadeslag gaf met de woorden: “Dit besluit dan de inleiding van mijn verhaal, nu is het tijd voor de hoofdpunten.”

Is een micro-eeuw nu lang of kort? Honderd jaar is een zeer respectabele leeftijd, dus een micro-eeuw kunnen we beschouwen als een miljoenste deel van een bevoorrecht lang leven. Nu is het niet gemakkelijk een miljoenste voor te stellen. Wat is nu 0,0001 procent? Het is beslist niet veel, maar volkomen verwaarloosbaar is het ook weer niet. Een miljoenste is een kopje koffie voor een miljonair. Of de aanschaf van een mooie auto voor Bill Gates. Of een subsidie van een dikke ton voor de rijksoverheid. Of een enkel woord in À la recherche du temps perdu van Marcel Proust (de langste gepubliceerde roman). Of één stap tijdens een voettocht van Amsterdam naar Parijs. Of de spreekwoordelijke druppel in een emmer water.

Tijd is geld en als de mens ergens iets voelt dan is het wel in de portemonnee. Dus om een beter gevoel voor de waarde van een micro-eeuw te krijgen kunnen we ons misschien het best voorstellen dat iedereen bij de geboorte een ‘levensbudget’ van 1 miljoen micro-eeuwen krijgt toebedeeld. Hoe besteden we dit startkapitaal dan het beste?

Maar, pas op. Voordat we allerlei mooie plannen maken, komt eerst inspecteur Klaas Vaak langs. Die heft onmiddellijk een stevige slaapbelasting van 35 procent. Kleine kinderen zitten zelfs in het toptarief. De mens verslaapt meer dan een derde van zijn leven, gemiddeld zo’n achtenhalf uur per dag. Een tachtigjarige heeft daarmee een kleine dertig jaar (dag en nacht) geslapen. Nu is slapen zowel aangenaam als nuttig – zonder slaap word je eerst gek en ga je vervolgens dood – maar het is natuurlijk niet erg productief.

Ook de andere lichaamsfuncties eisen hun tol. Gemiddeld is de moderne mens per dag tweeënhalf uur exclusief bezig met koken, eten en drinken. Voeg daarbij nog een dik uur voor ‘persoonlijke verzorging’ – de tijd die we in douche, badkamer en toilet doorbrengen – en de zorg rondom de lichamelijke in- en output geeft een extra strafkorting van 15 procent. Al met al blijft na aftrek van bed & breakfast niet meer dan de helft van de oorspronkelijke inleg over. In het best denkbare geval kunnen we dus maar 500.000 micro-eeuwen vrij spenderen. Daarmee moeten we veel doen: werken, spelen, leren, een partner vinden, kinderen krijgen en opvoeden, ons amuseren, stukjes schrijven en lezen.

Deze volle agenda vraagt om een doordacht investeringsplan. Het is onverstandig om je micro-eeuwen onverantwoord rond te strooien. Nu beweren musici wel dat om een instrument goed te beheersen je zo’n 10.000 uur moet spelen. Zeg maar tien jaar lang iedere dag drie uur etudes oefenen. Hetzelfde gaat op voor vele andere specialismen. Om een topsporter, schaakkampioen, tandarts of natuurkundige te worden vraagt ook al gauw om een investering van 10.000 uur. Met een veertigurige werkweek komt zo’n inspanning neer op vijf jaar stug doorwerken en kan dus goed vergeleken worden een stevige universitaire studie. (Vele studies halen die 10.000 uur beslist niet.)

Een specialistisch vak eigen maken vraagt daarmee een investering van minstens 1 procent van het bruto levenskapitaal, of 2 procent van het nettobedrag na aftrek van slapen, eten en drinken. Dat lijkt misschien veel, maar ter vergelijking de volgende cijfers: De gemiddelde 21-jarige heeft al 10.000 uur besteed aan computerspelletjes (dat is één instrument) en heeft al 20.000 uur televisie gekeken (dat zijn er nog eens twee). Nederlanders keken in 2007 zelfs gemiddeld 3 uur en 14 minuten televisie per dag – bijna 4 micro-eeuwen! Over een heel leven genomen is de kijkbuisverslaving goed voor een tiental expertises. Stelt u zich eens voor wat voor indrukwekkend curriculum vitae in deze televisievrije uren kan worden opgebouwd: professioneel pianist en fluitist, vloeiend in Frans, Chinees en Russisch, toptennisser, scheikundige, egyptoloog, dichter en ook nog computerdeskundige. Maar, helaas, helaas, volstrekt onbekend met de afloop van alle soaps, quizzen en crimi’s.

In het licht van deze majeure uitgavenposten lijkt de besteding van een enkele micro-eeuw aan een interessante lezing, spannende wedstrijd, mooi muziekstuk of groot essay misschien niet veel. De tolerantie om naar anderen te luisteren neemt wel af met de jaren. Het leven mag dan steeds sneller lijken te gaan als we ouder worden, zoals zo treffend beschreven door de psycholoog Douwe Draaisma, de resterende tijd wordt steeds minder. Dus een micro-eeuw wordt een steeds groter deel van het resterende kapitaal. Het is dan ook te verwachten dat men met een slinkend budget wat zuiniger wordt en minder naar anderen luistert (en zichzelf liever hoort spreken).

De Poolse wiskundige Stanislaw Ulam heeft dat verschijnsel mooi en eerlijk beschreven in zijn autobiografie Adventures of a Mathematician. Volgens hem is een oudere wetenschapper als een oude bokser: hij kan nog wel een flinke klap uitdelen, maar niet langer een klap incasseren. Ulam schrijft dat als hij vandaag zou horen dat Albert Einstein een lezing zou geven, een helft van hem zou gaan jubelen en zich verheugen op die bijzondere gelegenheid. Maar de andere helft, en beslist niet de betere helft, zou stiekem denken: Laat die lezing maar zitten, ik geloof het wel. Ik ga lekker zelf wat bedenken. Die micro-eeuw houd ik nog even in mijn zak.