Bril nummer drie

Denkt u dat we van de apen afstammen? Het is de onvermijdelijke vraag.

Minstens één keer per jaar krijg je de gewetensvraag voor je kiezen. Soms op een onverwacht moment, maar afgelopen week zag ik ‘m van ver aankomen.

Tijdens de les Mens & Maatschappij kwam de evolutieleer de les binnengewandeld. Ik zag uit mijn ooghoeken Darwin aanschuiven tussen de 12- en 13-jarigen van wie, denk ik, zo’n 70 procent meedoet aan de ramadan.

‘Gelooft u in God?’

In de loop der jaren heb ik vele varianten op die vraag gehad. Denkt u dan ook dat we van de apen afstammen? Bent u christelijk of katholiek ? Zijn uw kinderen gedoopt?

Op het moment van de vraag was ik moe. De schooldag naderde zijn einde, sommige leerlingen keken hologig van de honger ins Blaue hinein en ik deed de deur open voor wat extra zuurstof.

‘Of ik in God geloof’’, ik deed of ik erover nadacht en liep terug richting mijn bureau. ‘Nou neuh, ik geloof niet dat ik geloof.’ Een meisje met ongelooflijk mooie blauwe ogen, die bij de kennismakingsmiddag in juni nog met een onbedekt hoofd zat , keek mij nieuwsgierig aan.

‘Geloofden uw ouders niet?’ ‘Jawel, mijn moeder was vrij gelovig.’ Ik dacht aan mijn moeder die geregeld geld opstuurde naar Amerikaanse dominees zoals Jerry Fallwell, of hoe de man ook moge heten.

Er werd op mij ingezoomd door 22 paar ogen en je zag ze in gedachten het beeld herschikken dat ze tot dat moment van mij hadden. Het was niet noodzakelijkerwijs negatiever, maar wel anders. ‘Maar waar gelooft u dan wel in?’ Ik geloof in verhalen, antwoordde ik naar waarheid. Ik geloof dat elk mooi verhaal er één is en dat er niet genoeg mooie verhalen kunnen zijn. ‘Wat vinden jullie een mooi verhaal uit de Koran?’

Er werd gretig gehapt naar die uitgegooide hengel en de verschillende verhalen vlogen de klas in. Als iemand het verhaal niet goed vertelde, de details niet goed verwoordde, werd hij of zij snel gecorrigeerd . Nadat Ibrahim, Adam en Eva en hun appel en zo nog een paar personages waren gepasseerd, ging de bel. ‘Volgende keer gaan we door met dat evolutieverhaal’, brulde ik boven de bel uit . ‘Moeten we dat geloven?’, werd er gevraagd

‘Nee, maar je moet het wel weten.’ En daar hebben ze geen probleem mee, dingen die je moet weten, dat hoort bij school. Hoe vreemd, saai of langdradig dan ook.

Als docent verzin je van alles om ze erbij te houden en als het lukt, krijg je daar een adrenalinekick van. Niets leukers dan gespannen gezichtjes die wachten op de ontknoping van je verhaal. Soms volgt er een onverwacht cadeau op je inspanningen.

Aan de hand van Odysseus van Imme Dros vertel ik elke M&M-les een klein stukje. Ik ben geen kenner en zou genadeloos bij een kennisquiz over dat onderwerp door de mand vallen, maar als ik de avond van tevoren weer een stukje uit het boek van Dros lees, kan ik de volgende dag weer zorgen dat er een mooi verhaal verteld wordt. Laatst pakte een leerling schielijk een boek uit haar tas en liet het mij vanaf haar plaats zien. In de gauwigheid zag ik de woorden ‘Imme Dros’ voordat het boek weer in haar tas verdween.

In de pauze bleef een leerling in mijn lokaal zitten. Hij is nogal langzaam en houdt ervan om in de pauze door te werken. Ja, ze bestaan, dat soort leerlingen. Hij praat nogal lijzig en bekijkt de wereld vanachter kekke brillenglazen. Terwijl ik mijn bureau een beetje fatsoeneerde, schreef hij gestaag verder.

‘Moet jij niet eens pauze gaan houden’, vroeg ik? Maar hij negeerde mijn vraag en kwam met een tegenvraag . ‘Zal ik u het verhaal verder vertellen van mijn brillen?’ Tijdens de mentorles had hij al een poging gedaan, maar bij bril nummer drie had ik hem moeten afkappen, omdat de klas zeer ongedurig werd. Hij had namelijk al aangekondigd dat hij aan bril nummer zes toe was. Ik ging er maar voor zitten en hij pakte zijn verhaal onmiddellijk bij bril nummer drie op. Houd er rekening mee, we hebben nog een kwartier, waarschuwde ik hem.

‘Geen probleem juf, anders gaan we de volgende pauze verder.’

Joyce de Grand

De auteur is docent op een middelbare school in Amsterdam-Oost