Bloemenpracht in Amsterdam

Zware misdaden in de Amsterdamse Pijp halen niet meer het nieuws.

NRC-columnist Frits Abrahams ging uit wandelen in de Amsterdamse probleemwijk Geuzenveld. Hij had zijn kalashnikov meegenomen, lolbroekte hij. Een halve dag lang duurde zijn wandeling. En hee, wat gek, hij zocht zich suf maar liep tot zijn verbazing geen enkele gewelddadige Marokkaan tegen het manmoedige lijf. Wél trof hij een ‘rustige, groene tuinstad met veel ruimte en water’ aan. Abrahams roemde ‘de prettige sfeer’ in Geuzenveld.

Mijn werkkamer bevindt zich in een vredig ogend straatje in de Amsterdamse wijk De Pijp. Op de hoek is een wijnhandel die er na de renovatie prachtig uitziet. Ernaast is een Portugees restaurant dat ’s nachts de bloembakken buiten laat staan. De bloemenweelde is nog nooit vernield. Toch kent wie hier woont of werkt de Januskop van deze pittoreske werkelijkheid. De eigenaars van de wijnhandel werden met geweld door twee jongens in hun winkel beroofd. Op de andere hoek van de straat reed een auto niet zo lang geleden gevaarlijk dicht langs een fietsende man met achterop een kleuter in een kinderzitje. De man maakte de kardinale fout een waarschuwend tikje op het autodak te geven. Onmiddellijk stapte de chauffeur uit. Het was een jongen – en zal ik zijn etniciteit maar even weglaten? – van een jaar of twintig. Trefzeker sloeg hij de vader in één beweging met gebalde vuist recht in het gezicht. De man viel tegen de grond, de fiets kieperde om, en de kleuter – vastgegespt in het zitje – belandde met zijn achterhoofd op het plaveisel. Bloed, paniek, huilen, ontzetting. De jongen stapte in en reed weg. Hij is nooit gepakt, de man en het kind werden opgevangen door buurtbewoners. De man deed geen aangifte – wat zou dat uithalen? De pakkans was toch vrijwel nul.

Een half uur na dit incident herinnerde niets meer aan het geweld tegen vader en kind. De bloemen van het restaurant bleven gewoon in bloei. Heette ik Frits Abrahams, dan stapte ik over dit incident heen, omdat het toch vooral veelzeggend is dat de straat er doorgaans zo gezellig bij ligt. Tja. Drie straten verderop bevindt zich een nóg mooiere bloemenweelde dan bij het Portugese restaurant. Op die plek vroeg twee jaar geleden een man aan twee jongens of ze hun brommers niet voor zijn raam wilden zetten. De jongens sloegen hem dood.

Volgens de afdeling Statistiek & Onderzoek van de Gemeente Amsterdam worden in de wijk De Pijp veel minder geweldsdelicten gepleegd dan in Geuzenveld. Winkeliers in Geuzenveld lopen volgens deze gemeentestatistieken meer dan tien keer zoveel kans te worden overvallen dan winkeliers in Amsterdam-Centrum of Oud-Zuid, waaronder de wijk De Pijp ressorteert.

Abrahams citeerde een ‘goed ingewijde Nederlandse man’ die de problemen in Geuzenveld ‘beheersbaar’ noemt. Deze ingewijde stoort zich echter aan ‘de politiek en de media’ die ieder geweldsincident in de wijk opblazen tot ‘een catastrofe’. Met deze informatie verliet Frits Abrahams tevreden het zo prettige Geuzenveld.

Van de geweldsdelicten die ik noemde kwam alleen de moord op de man die een opmerking maakte over de voor zijn huis geplaatste brommers in het nieuws. Alle andere incidenten haalden de kranten niet, ook niet de stadskrant Het Parool. Ook voor het geweld in Geuzenveld geldt al sinds een aantal jaar dat nog maar weinig geweldsdelicten door de media worden gemeld, of er moet sprake zijn van een overtreffende trap van onnavolgbare agressie, zoals recent de mishandeling van ambulancepersoneel dat bezig was hulp te verlenen aan een slachtoffer van een steekpartij.

Dat alleen het topje van de ijsberg van geweldsincidenten in de wijk Geuzenveld nog de media haalt, werd nota bene vijf jaar geleden al gesignaleerd door een onderzoek van de Vrije Universiteit. In het rapport ‘Rollators en rotjongens’ werd, op basis van twee jaar onderzoek, verslag gedaan van de dagelijkse gang van zaken in en rond een zorgcentrum voor bejaarden en een psychiatrische inrichting in die wijk. Personeel en bewoners van beide zorginstellingen hadden vrijwel voortdurend te lijden onder bedreiging van en mishandeling door groepen jongeren, meldde de VU-onderzoeker. Vernieling, diefstal en georganiseerde inbraak waren eerder regel dan uitzondering. Niet één delict dat in of rond beide centra plaatsvond haalde destijds de pers. Eén van de conclusies van de VU-onderzoeker: „Het lijkt erop dat de groepen Marokkaanse jongeren het gemunt hebben op de zwakkeren in de maatschappij.”

Het kan soms goed uitpakken als een columnist als Abrahams zichzelf tot maat aller dingen verheft, maar als die schamele ervaring van een tot niets verplichtende wandeling door een probleemwijk wordt ingezet om de noden van de wijkbewoners te bagatelliseren, dan is die houding en werkwijze toch echt kwestieus. O ja, Abrahams meldt nog wel dat hij een jonge vrouw in die wijk kent die door groepjes jonge Marokkanen bij herhaling voor hoer werd uitgescholden als ze over straat liep. Dus kocht ze een scootertje, zodat ze die jongens kon ontlopen. Aha. Bejaarden en patiënten uit de zorginstellingen en andere sociaal zwakkeren in Geuzenveld: koop een scootertje, dan ben je van alle ellende af. Detailvraag: waar moeten die mensen dan naartoe rijden? Niet iedereen kan het zich zoals Abrahams veroorloven om na een ommetje de wijk weer te verlaten.

Het drama is wel dat Abrahams ongetwijfeld van zichzelf vindt dat hij een nobel en de-escalerend geluid laat horen en een tegenwicht biedt aan de monomane Geert Wilders. De waarheid moet zijn dat juist de morele zelfgenoegzaamheid van de Abrahamsachtigen voor de bewoners in Geuzenveld aanstootgevender zal zijn dan enerzijds de agressie van die Marokkaanse groepen jongeren en anderzijds de luidruchtige retoriek van alle Geerten Wilders bij elkaar.

Joost Zwagerman