'Bevrijd van de ketens van de schaatsbond'

Joan Haanappel (67) heeft de breuk van kunstrijders met de KNSB geïnitieerd. „De schaatsbond is een langebaanclub zonder respect voor kunstrijden.”

Joan Haanappel: „Ik kreeg een waakhond toegewezen, iemand die over mijn schouder moest meekijken. Dat was een regelrechte motie van wantrouwen. Toen knapte er iets.” Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold brussel, joan haanappel foto rien zilvold
Joan Haanappel: „Ik kreeg een waakhond toegewezen, iemand die over mijn schouder moest meekijken. Dat was een regelrechte motie van wantrouwen. Toen knapte er iets.” Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold brussel, joan haanappel foto rien zilvold Zilvold, Rien

Niemand hoeft haar passie voor het kunstrijden te delen, maar Joan Haanappel verlangt minimaal respect van mensen die met de sport te maken krijgen. Als bestuursleden van de schaatsbond KNSB hun neus ophalen voor de kunstzinnige tak van schaatsen komt ze in opstand. Wie minachting zaait, zal gramschap oogsten. Joan Haanappel was de tegenwerking van haar medebestuursleden dusdanig beu, dat ze een afscheiding in gang zette. Vorige week werd de oprichting van een zelfstandige bond voor het kunstrijden bekend gemaakt. Tot haar opluchting. „Nooit meer KNSB, nooit meer ondergeschikt aan het langebaanschaatsen.”

Op de bank in haar Brusselse woning is Joan Haanappel de rust zelve. Zij oogt allerminst als de vrouw die een revolutie in gang heeft gezet. De opstandeling toont zich een voorbeeldige gastvrouw, die koffie met een speculaasje serveert en broodjes aanbiedt. De woede zit van binnen. En niet zo’n beetje ook. De oud-kunstschaatsster stroomt over van verontwaardiging als ze vertelt over de desinteresse binnen de KNSB voor het kunstrijden en de manier waarop de bond haar heeft behandeld.

Ze vertelt over het moment dat ze in mei op het matje werd geroepen, want zo ervoer Joan Haanappel het gesprek dat de toenmalige bondsvoorzitter Carel Paauwe en secretaris Albert Hazelhoff met haar voerden. Ze had een brandbrief aan het bestuur gestuurd waarin ze haar frustraties over het beleid ten aanzien van het kunstrijden had geformuleerd en om een onderhoud met de commissie kunstrijden, afdeling topsport en het bestuur had gevraagd. Maar het gesprek verliep anders. Joan Haanappel vond geen verzoening, maar moest tot haar verbazing alleen opdraven. En alles wat ze bereikt had werd teruggedraaid.

Vier maanden later is ze de verontwaardiging nog niet voorbij. „Ik moest me meer bezighouden met het algemeen bestuur en minder met kunstrijden. Maar de limit was dat er een tweede bestuurslid op het kunstrijden zou worden gezet. Nou ja zeg, gekker moest het niet worden.” En met een cynische lach: „Ik kreeg een waakhond toegewezen, iemand die over mijn schouder moest meekijken. Dat was een regelrechte motie van wantrouwen. Toen knapte er iets. Ik heb als bestuurslid veel moeten slikken en menige traan gelaten, maar dit was te veel. Wat er toen gebeurde, kón echt niet.”

Joan Haanappels geest was rijp voor een schisma, en met haar iedereen die in Nederland iets met kunstrijden te maken heeft. Ze voelde: dat was het moment om door te pakken. „We praten al dertig jaar over een breuk met de KNSB, maar het kwam er nooit van. Nu moet het gebeuren, dacht ik. Weg bij die KNSB, weg bij de mensen die geen verstand van kunstrijden hebben.”

Het leek nog wel zo mooi toen Joan Haanappel vier jaar geleden werd gevraagd zitting te nemen in de commissie kunstrijden en later in het bondsbestuur van de KNSB. Tot haar grote verbazing. „Ik wist niet wat me overkwam”, vertelt de vrouw die eind jaren vijftig samen met Sjoukje Dijkstra furore maakte als kunstrijdster. „Ik ben natuurlijk allesbehalve een bobo. Toch heb ik het gedaan. Dit was de kans om iets te veranderen, nadat ik dertig jaar als televisiecommentator tegen het beleid van de KNSB had aangeschopt. Nu ga ik eindelijk begrip kweken voor de onvrede en de frustratie die er in het Nederlandse kunstrijden bestaat, dacht ik. En ik maakte een duidelijke afspraak binnen het bestuur: mijn prioriteit zou altijd bij het kunstrijden liggen, dat was mijn missie, die mocht niet in gevaar komen. Ik had afgedwongen dat kunstrijden onder de commissie viel, maar die status aparte wekte weerzin op het bondsbureau.”

En er kwam wat tot stand. De bezieling van Joan Haanappel leidde tot een herstructurering van de nationale selecties en de trainingscentra in Zoetermeer en Den Bosch, via haar contacten kon de vermaarde Canadees Niel Carpenter als bondscoach naar Nederland worden gehaald en zij liet, als onderdeel van de opleiding, de Nederlandse rijdsters in alle leeftijdscategorieën meedoen de internationale Challenge Cup in Den Haag, een wedstrijd waarvoor ze persoonlijk overheidssubsidie lospeuterde. Daarnaast werkte Joan Haanappel mee aan het televisieprogramma Dancing on Ice van RTL 4, dat samen met het concurrerende Sterren dansen op het IJs van SBS 6 de populariteit van kunstrijden vergrootte.

Voor Joan Haanappels gevoel ging het fout bij de bestuurswisseling, anderhalf jaar geleden. Met de aflossing als voorzitter van oud-politicus Jacob Reitsma, burgemeester van Wymbritseradeel, door Carel Paauwe, oud-topman van postbedrijf TNT en adviesbureau McKinsey, werd de bestuurscultuur zakelijker. En volgens Joan Haanappel ook killer en afstandelijker. Bovendien kregen in haar ogen de andere sporten binnen de KNSB dusdanig de overhand dat het kunstrijden werd veronachtzaamd. Verongelijkt: „Ik heb het laatste anderhalf jaar binnen het algemeen bestuur voortdurend moeten knokken om te behouden wat ik had. Alle zaken die het kunstrijden betroffen werden op wel tien weegschalen gelegd. Men vond het kunstrijden eigenlijk maar lastig. Waarom? Omdat de KNSB een langebaanclub is.”

Het onbegrip en desinteresse dropen er volgens Joan Haanappel vanaf. „De bestuursleden kennen onze sport niet. Wij stonden voortdurend in de schaduw van het langebaanschaatsen. Dat begrijp ik, omdat het een deel van ons culturele erfgoed is. Maar er was totaal geen respect voor het kunstrijden. En dat vind ik het ergste. Ik kon uitleggen wat ik wilde, maar men luisterde niet. Men wilde niet horen dat kunstrijden een atletische, elegante jurysport is die helemaal niets gemeen heeft met het langebaanschaatsen. Het was net alsof de volleybalbond en de basketbalbond in elkaar waren geschoven.”

Maar waar is dan de erfenis van kampioenen als Joan Haanappel. Sjoukje Dijkstra en later Dianne de Leeuw gebleven? Die is er volgens Joan Haanappel nooit geweest. „Het is een misverstand te denken dat Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel een product van de KNSB waren.” Op felle toon: „Wij waren een product van onze ouders. Die hebben alles betaald en trainers aangezocht, want bij de KNSB wisten ze van niets, nul komma nul. Ze hebben zelfs niets met onze populariteit gedaan. Het was de begintijd van de televisie. Kunstrijden leefde als een gek, iedereen keek ernaar. Een beter moment om het op te pikken was er niet. Maar de bond heeft het laten afweten.”

Hoewel Joan Haanappel naar haar zeggen heeft geleden onder de breuk – „,ik ben een week of drie zowel fysiek als psychisch behoorlijk aangeslagen geweest” – ging ze met de splitsing voortvarend te werk. Ze vond voormalige KNSB-bestuursleden Peter van de Burgt en Dirk Brauckmann – het tweetal dat haar binnen de KNSB had gehaald – bereid zitting te nemen in het bestuur van de nieuwe bond, evenals Frits Suèr, een spil achter alle volleybalsuccessen in Nederland. Beoogd voorzitter is Jan Wagenaar, directeur van het evenementen- en ijssportcentrum SilverDome in Zoetermeer. En naast Joan Haanappel neemt internationaal jurylid Mary Dotch zitting in het bestuur.

De steun is kamerbreed, van clubs tot juryleden en trainers, zegt Joan Haanappel. De oprichtingsvergadering, vorige week in Zoetermeer, duurde nog geen uur. Vol trots: „Twintig van de 28 aanwezige clubs waren unaniem: weg bij de KNSB. Na de stemming werd er spontaan geapplaudisseerd. En weet je wat het mooie is? Niemand wil lijmen met de KNSB. Die suggestie werd eensgezind van tafel geveegd. Is dat niet veelzeggend? Ja, de ontbrekende clubs worden nog benaderd. Er volgt volgende week een gesprek.”

Vanzelfsprekend werden er bemiddelingspogingen ondernomen. Joan Haanappel smalend: „Ja, nu is er interesse van de bond. Omdat ze gezichtsverlies lijden.” De eerste die haar belde was Jan Driessen, directeur communicatie van KNSB-sponsor Aegon, „Ik heb gezegd: ‘Jan, je moet het kunnen begrijpen, want je bent al jaren betrokken bij de schaatsbond. Het is te laat.’ Hij zei uiteindelijk de breuk niet leuk te vinden, maar wel begrip te hebben.”

De volgende die aan de lijn hing, was oud-schaatsster Sippy Tigchelaar, het KNSB-bestuurslid dat nu de portefeuille kunstrijden heeft. Joan Haanappel: „Ze vroeg of het zin heeft te praten. Ik zei: ‘Jazeker, over de vraag hoe we uit elkaar gaan.’ Ik hecht aan een harmonieuze afhandeling; ik wil niet met de KNSB rollend over straat. Ik ben geen ruziemaker en wil een elegante oplossing, vooral voor de sporters, want die mogen niet de dupe van het conflict worden.”

Overigens hebben de kunstrijders de KNSB niet overvallen met de splitsing, want drie weken geleden werd oud-farmacoloog prof. dr. Tjeerd van Wimersma Greidanus, een voormalige chef de mission, ingeschakeld om een gesprek te arrangeren. Het bondsbestuur ging daar niet op in. Beseft men wel dat de breuk definitief is? Joan Haanappel: „Dat neem ik toch aan. Als geen van clubs meer wil samenwerken, heeft de KNSB geen poot om op te staan.”

Mondiaal gezien is de nieuwe organisatie – die Bond Kunstrijden Nederland gaat heten – geen uitzondering. Omdat het kunstrijden in vrijwel alle landen een zelfstandige federatie heeft. „Zelfs in België”, schatert Joan Haanappel. „Naast Nederland is Japan een uitzondering. Maar daar is het kunstrijden zo groot, dat de langebaanschaatsers er wel last van zullen hebben, hahaha. Wat de internationale schaatsbond ISU ervan zal vinden? Als we eenmaal zijn geaccepteerd door sportkoepel NOC*NSF, zal de ISU ons met open armen ontvangen, want de Italiaanse voorzitter Ottavio Cinquanta heeft er bij de KNSB al meermalen op aangedrongen dat Nederland werk van het kunstrijden moet maken. Als gast van de Challenge Cup heeft hij daar Paauwe in een openbare speech al eens op gewezen. Vergeet niet dat kunstrijden veruit de grootste tak van sport binnen de ISU is. Daar worden miljoenen mee verdiend, niet met het langebaanschaatsen.”

Sinds de afsplitsing onafwendbaar is geworden, heeft Joan Haanappel een goed gevoel. Het vooruitzicht dat kunstrijden in Nederland eindelijk ontwikkeld kan worden, ziet ze als een grote doorbraak. En als haar ware nalatenschap. Ze voelt zich „bevrijd van de ketens van de KNSB”, de bond waarvan Joan Haanappel ironisch genoeg nog steeds Lid van Verdienste is.