Beperk toegang tot elektronisch kinddossier

De Eerste Kamerleden Dupuis en Duthler uitten op de Opiniepagina van 22 september kritiek op de bonte gegevensverzameling in het toekomstige elektronisch kinddossier (ekd). Ruim 1.100 gegevens per kind zouden worden opgeslagen en dat schendt de privacy van kinderen en ouders, zeker als in het gezin niets mis is. Dit onderdeel van de kritiek deel ik.

Het elektronisch kinddossier is niet nieuw. Het is de digitale opvolger van het al jaren bestaande papieren dossier dat onder meer door het consultatiebureau (tot 4 jaar) en de schoolarts (tot 19 jaar) binnen de GGD wordt vastgelegd. Hulpverleners hebben immers een wettelijke dossierplicht. Wat (evt. ook standaard) in dat dossier wordt vastgelegd is uitsluitend aan de beroepsgroepen van professionals en niet aan beleidsmakers. Hetzelfde geldt voor het elektronisch patiëntendossier, waarvan het ekd onderdeel wordt. Het ekd is dus van belang voor een goede behandeling.

Waar ik me veel méér zorgen over maak is de toegang tot het ekd. Zeker als deze gekoppeld gaat worden aan de verwijsindex risicojongeren (vir). Een ongelimiteerd aantal derden kan een melding over een `risicojongere` doen via die verwijsindex. Bijvoorbeeld de school, woningcorporatie, politie, kinderopvang, sociale dienst. Deze derden hebben niets te maken met behandelgegevens. De Kamerleden moeten een stokje steken voor ongebreidelde toegang tot het elektronisch kinddossier.