'Banen zijn er, juiste mensen niet'

Bij het Najaarsoverleg wil minister Donner praten over hoe meer jongeren, meer vrouwen en meer ouderen aan werk te krijgen om het personeelstekort op te lossen. „Maar er is ook een kwalitatief probleem.”

Minister Piet Hein Donner DENHAAG:27MEI2003 Minister Donner (Justitie). FOTO TWEEDE CAMER/HANS KOUWENHOVEN/ROEL ROZENBURG
Minister Piet Hein Donner DENHAAG:27MEI2003 Minister Donner (Justitie). FOTO TWEEDE CAMER/HANS KOUWENHOVEN/ROEL ROZENBURG Rozenburg, Roel

Minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) heeft een volle agenda. Tegen de achtergrond van de internationale financiële crisis heeft hij zijn handen vol aan de koopkracht, lonen, het ontslagrecht, en voorstellen van de commissie-Bakker over arbeidsparticipatie.

Daarom is de minister blij met het recente akkoord tussen de sociale partners over het ontslagrecht. In het Kamerdebat vorige week over de Miljoenennota suggereerde D66-leider Pechtold dat de premier met de werkgevers van VNO-NCW „een extra ketting aan die arme Donner” heeft gelegd. Onzin, zegt Donner. Alsof hij erop uit zou zijn dat sociale partners niet samenwerken. „De sociale partners hebben een afspraak gemaakt, die bedoeld is om een geschilpunt dat er lag, weg te werken zodat ze constructief kunnen samenwerken”, zegt hij. En nu de partijen elkaar weer gevonden hebben, hoopt het kabinet over ruim een week met werkgevers en vakbeweging aan het Najaarsoverleg over die onderwerpen te beginnen.

Donner heeft een plan met Nederland. Er moeten meer mensen aan de slag - om de personeelstekorten te lijf te gaan èn om het staatspensioen en de gezondheidszorg in de toekomst betaalbaar te houden aangezien het aantal ouderen stijgt. Het rapport van de TNT-topman Bakker, dat in juni verscheen, is het kompas van het kabinet om het aantal werkenden te vergroten, blijkt uit de Miljoenennota.

Als het aan Donner lag was de ontslagregeling al versoepeld en de pensioengerechtigde leeftijd opgetrokken. Voor de jonge liberalen, die Donner vorige week een Superman-outfit gaven (‘Donner durft’) is hij een held, omdat de CDA-minister veranderingen aankaart. Maar voor de vakbeweging, de PvdA en een deel van zijn eigen partij gaat hij te snel. Het ontslagthema verdween en de commissie-Bakker onderzocht hoe de participatie op de arbeidsmarkt kan worden bevorderd. Nu blijkt ‘Bakker’ de sociale partners kopschuw te maken.

Voelt u zich niet als Gulliver, vastgebonden aan handen en voeten, omdat u met uw plannen geen vaart kunt maken?

„Welnee, ministers worden niet benoemd vanwege hun persoonlijke opvattingen. Maar ze worden geacht verder te denken dan de lopende kabinetsperiode en kijken wat er nodig is voor het land. Het betekent niet dat als een meerderheid van de Kamer ergens tegen is, het toch moet gebeuren. Dan belanden we in een technocratie waarin deskundigen de dienst uitmaken. Dat neemt niet weg, dat we een aantal mensen hebben in Nederland die op grote afstand staan tot de arbeidsmarkt. Daar moeten we wel arbeidsplaatsen voor vinden. Maar voor banen heb je werkgevers nodig. We hebben op basis van het rapport-Bakker een ‘Plan van Aanpak’ naar de Kamer gestuurd dat we tijdens het Najaarsoverleg met de sociale partners willen uitwerken.”

Het ontslagvoorstel ligt ook op tafel. Vindt u het rechtvaardig dat iemand die 75.000 euro verdient, bij ontslag nu één jaarsalaris meekrijgt en iemand die 74.000 verdient het drievoudige krijgt?

„Daar hoort u mij niet over. Je kunt je altijd afvragen: is dat vreemd? Tegelijkertijd is het in ieder geval een antwoord op een vraagstuk van de hoge ontslagvergoeding bij mensen met hoge inkomens. In die zin moet het voorstel bekeken worden naar wat het wèl doet.”

Bent u van plan het ontslagakkoord te repareren?

„We moeten goed opletten in welke economische omstandigheden Nederland zit en vooral zorgen hier zo goed mogelijk doorheen te komen. Daarom vind ik het zeer bemoedigend als de sociale partners zelf aangeven dat ze op deze wijze de dingen die hun gescheiden houden, uit de weg willen ruimen. En dat ze met het kabinet willen praten over hoe een verantwoorde loonontwikkeling kan worden bereikt met behoud van koopkracht. Vakbeweging en werkgevers geven aan dat ze bereid zijn om in deze periode constructief mee te werken. Dan zit ik hier niet speciaal om te kijken: hoe kan ik weer een spaak in de wielen stoppen.”

De belangrijkste boodschap van de minister van Sociale Zaken is sociale rust?

„Arbeidsrust staat niet voorop, maar is wel een wezenlijke voorwaarde om die andere doelen te verwezenlijken. Op korte termijn kan de economie structureel versterkt worden door met een gematigde loonontwikkeling de inflatie te bedwingen. Hierdoor kan Nederland binnen Europa zijn concurrentiepositie verbeteren. Niet minder belangrijk is: hoe lossen we de problematiek van de arbeidsschaarste op? Daarvoor is nodig dat partijen niet nodeloos in conflict zijn.”

U signaleert een groot tekort aan personeel, terwijl de commissie-Bakker honderdduizenden mensen telt die in potentie kunnen en willen werken. Hoe wilt u die activeren?

„We verkeren in de vreemde situatie dat de werkloosheid daalt tot beneden de 300.000 (3,8 procent van de beroepsbevolking, red.) en we hebben ruim 225.000 onvervulde vacatures. Volgens Bakker staan er 900.000 mensen onvrijwillig langs de kant. Het gaat om mensen in de WW, in de bijstand, om jongeren met een handicap, ouderen en er is een grote groep, vooral moeders, zonder uitkering. Al deze mensen komen nu om verschillende redenen moeilijk aan het werk. Ze hebben of een te lage opleiding, missen het arbeidsritme, hebben een handicap.

„Voor werkgevers is het steeds moeilijker om goed opgeleide werknemers te vinden. Deze mismatch moeten we oplossen. De schaarste aan personeel gaat tal van publieke sectoren raken zoals de zorg, het onderwijs, bedrijven die geen goede vaklieden en hoog opgeleide technici kunnen vinden. Over enkele jaren komen we honderdduizenden mensen tekort.”

Wat verdient prioriteit?

„Essentieel is het probleem van scholing en inzetbaarheid van mensen. We komen niet alleen mensen tekort. Daarvoor nemen we maatregelen om jongeren tussen 18 en 27 aan de slag te krijgen, het voor vrouwen aantrekkelijker te maken meer uren in deeltijd te werken en ouderen op vrijwillige basis ook na hun 65ste te laten doorwerken. Er is ook een kwalitatief probleem. In steeds meer beroepen ontbreken de vaardigheden en kennis bij de werknemers. Bakker stelt terecht vast dat we wel geld steken in de afvloeiing van mensen, maar niet investeren om mensen naar ander werk te leiden als hun baan overbodig wordt. Hij stelt voor alle werknemers een werkbudget te geven waarvan bijscholing kan worden betaald. En de WW om te vormen tot een werkverzekering waarbij werkgevers verantwoordelijk zijn om personen wier baan overtollig wordt binnen een half jaar naar nieuw werk te leiden.”

Koerst Bakker op een individueler sociaal stelsel?

„De bonden zijn hier heel huiverig voor. Is dat niet het begin van het individualiseren van de sociale zekerheid, zeggen ze. Mensen kregen ook al de indruk dat we de AOW wilden afschaffen door het mogelijk te maken mensen na 65 jaar vrijwillig te laten doorwerken. Dat is onjuist. We willen er juist voor zorgen dat de AOW ook in 2040 nog bestaat. Nu werken vijf mensen voor elke gepensioneerde; we gaan naar een situatie waarin dat er nog maar twee zijn.

„Omvorming van de WW is niet aan de orde; het geld is er niet. Werkgevers vinden het teveel rompslomp. Maar als de lonen zich gunstig ontwikkelen, komt er ook weer ruimte om aan die inzetbaarheid, aan scholing, te werken.

„De voorstellen van Bakker zijn niet in één kabinetsperiode te realiseren. Belangrijk is al dat sociale partners zeggen: hé, daar zie ik mogelijkheden. Het proces begint met verandering, dan pas komt het kabinet met maatregelen. Een ding is zeker: we krijgen te maken met een situatie waarin er banen zijn, maar we de mensen voor de banen niet hebben. We moeten tijdens het Najaarsoverleg proberen een route te vinden om hier uit te komen.”