'Agent vatbaar voor verlokking'

Met name jonge agenten blijken vatbaar voor het doorspelen van geheime informatie. Intern worden de gangen van een collega sneller nagegaan, zegt integriteitschef Keesman.

Politiecommissaris Piet Keesman over integriteit in korps Amsterdam
Politiecommissaris Piet Keesman over integriteit in korps Amsterdam

Een spionageaffaire als in Rotterdam heeft de Amsterdamse politie de afgelopen jaren niet meegemaakt, weet Piet Keesman, politiecommissaris en chef van het interne ‘Bureau Integriteit’. Maar de ‘lekkende’ agent die buiten de deur met vertrouwelijke dossiers zwaait, komt in Amsterdam ook voor. Landelijk liepen daar vorig jaar 126 onderzoeken naar, zo maakte de politie gisteren bekend. In Amsterdam vormde de loslippige agent de hoofdmoot van de 180 integriteitsonderzoeken in die stad. Het gaat om informatie richting criminelen, familie of bekenden.

„Het gros daarvan gaat om akkefietjes in de privésfeer”, aldus Keesman. „De politieman die in de bestanden controleert of de nieuwe partner van zijn ‘ex’ antecedenten heeft. Of zijn buurman, waar hij ruzie mee heeft, natrekt. Maar onderzoek naar het doelbewust lekken van informatie naar criminelen, tegen betaling of omdat een agent gechanteerd wordt, zijn in de zes jaar dat ik hier werk op de vingers van één hand te tellen.”

Toch is het lekken van vertrouwelijke informatie een van de meest voorkomende vergrijpen van agenten, zo bleek gisteren uit de landelijke registratie van integriteitsschendingen bij de politie. De Rotterdamse affaire is daar maar één voorbeeld van.

„Zoiets als in Rotterdam hebben wij hier niet meegemaakt. De geringste aanwijzing daarvoor zou bij ons bureau ook meteen hebben geleid tot inschakeling van de Rijksrecherche. Wij hebben vorig jaar noch de Rijksrecherche, noch de AIVD voor onderzoek naar dergelijke praktijken over de vloer gehad. Maar agenten zijn natuurlijk wel kwetsbaar voor verlokkingen. We komen het in de praktijk ook tegen in onze onderzoeken. Bijvoorbeeld bij correspondentie tussen criminelen waarin veel politiejargon voorkomt. Dat kon herleid worden tot interne politiemutaties die weer rechtstreeks te linken waren aan een eigen collega. Of de 55 uitdraaien uit onze politiebestanden die na een inval werden aangetroffen bij een pseudo-juridisch adviesbureau.”

Hoe voorkom je dit?

We hebben inmiddels een systeem ontwikkeld dat het beter mogelijk maakt om te achterhalen wie op welk moment in een computerbestand gezeten heeft en of die persoon daarvoor de bevoegdheid had. Dat was eerder ook al mogelijk, maar kostte vooral veel tijd en mankracht. We hebben nu de middelen én de bevoegdheid om dat veel sneller te achterhalen. Zodra we schriftelijke toestemming hebben van de korpsleiding om in een specifiek geval te onderzoeken in welke systemen een collega heeft gewerkt. We zoeken niet in het wilde weg. Dat zoeksysteem hebben we inmiddels wel verfijnd. Dat geldt overigens ook voor ongeoorloofd internetgebruik.”

De jonge garde is extra vatbaar voor de verlokkingen van buitenaf, blijkt elk jaar uit die landelijke integriteitsonderzoeken.

„Er stromen in het Amsterdamse politiekorps jaarlijks zo’n vierhonderd nieuwe collega’s in. Dan praat je over 1.600 mensen die in de eerste vier jaar van hun loopbaan zitten. En dat is een generatie die niet op voorhand als risicofactor beschouwd wil worden. Natuurlijk kan er een dame tussen zitten die verliefd wordt op de verkeerde persoon, liefde maakt blind. En natuurlijk komt het voor dat iemand dan moet kiezen tussen haar liefdesrelatie of de politie. Want overdag bij de politie werken en ’s avonds het bed delen met een crimineel, gaat niet samen.”

Voldoen de huidige antecedentenonderzoeken van nieuwe agenten?

„Dat antecedentenonderzoek wordt binnenkort uitgebreid. Maar verkeerde netwerken hoeven niet altijd te leiden tot een verbod om bij de politie te werken. We hebben hier een Marokkaanse collega in dienst die eerst werd afgewezen omdat zijn broer antecedenten had. Maar hij had zijn havo-diploma op zak en op zijn eigen gedrag was niets af te dingen. Natuurlijk is zo iemand beïnvloedbaar en kunnen er verkeerde banden ontstaan. Maar het is de vraag hoe je dat afbakent. Wij laten dan de eerste vier jaar een teamleider meelopen, die ook op zijn privécontacten let en hem zonodig adviseert over zijn grenzen.”