Ze vinden Dinglish spreken afdoende

Talenstudies aan de UvA mogen straks in hun tweede en derde jaar maar een kwart van de tijd besteden aan de taal.

Ze dreigen ten onder te gaan aan puur rendementsdenken.

Illustratie Milo
Illustratie Milo Milo

De afgelopen decennia heeft zich aan universiteiten een omwenteling voorgedaan die het onderwijs en onderzoek aan sommige faculteiten dreigt te verstikken. Een bedrijfscultuur met rendementsdenken en steeds verdere verschoolsing maakt dat een intellectueel steeds minder op de universiteit te zoeken heeft.

In zijn boek Topkitsch en slow science schetst hoogleraar cultuurfilosofie René Boomkens de ontwikkeling van het academische onderwijs sinds de jaren zeventig. Boomkens’ boek is zeer herkenbaar voor wie de bezuinigingsplannen kent die het taal- en letterkundeonderwijs aan de Universiteit van Amsterdam dreigen te treffen. Het plan heet ‘Van volkstuinen naar landschapstuin’. Deze metafoor dekt precies de lading: alles wat eigen aan een talenopleiding is, zal sterk beperkt worden, totdat er een voor iedereen toegankelijke landschapstuin overblijft. Dit betekent dat talenstudenten het tweede en derde jaar van hun bachelor nog maar een kwart van hun tijd mogen besteden aan de taal van studie. Voor het overige moeten algemene vakken worden gevolgd die voor iedereen toegankelijk zijn en dus alleen in het Nederlands of in het Engels worden gegeven.

Daarmee dreigt de doodsklap voor het talenonderwijs aan de UvA. De uitholling, die werd ingezet met het terugbrengen van de studieduur van zes naar vier jaar, heeft ervoor gezorgd dat de student amper nog de vreemde taal onderwezen krijgt. De sterfhuisconstructie die het onderwijs – voorheen van nul naar near native – nog verder terugdringt, maakt dit überhaupt onmogelijk. Het betekent een kaalslag voor de Nederlandse cultuur. Als doekje voor het bloeden wil men een buitenlands verblijf verplicht stellen, zodat men daar de taal kan leren. Uiteraard is ook dit idee een ordinaire bezuinigingsmaatregel: het collegegeld wordt doorbetaald en de student gebruikt geen voorzieningen. Kassa voor de UvA.

Het spook van rendementsdenken waart al enige tijd rond. Eén van de gotspes van het Studiehuis waren de zogeheten ‘handelingsdelen’: verplichte opdrachten waaraan geen cijfer werd verbonden. Dit domweg uitvoeren zonder naar kwaliteit te kijken, is in de afgelopen jaren ook aan de letterenfaculteit ingevoerd: ‘inschrijven = meedoen = afmaken’. Dit komt neer op een eindeloze stroom aan knullige opdrachtjes die wekelijks moeten worden ingeleverd. Cijfers lager dan een 5,5 zijn daarbij zeldzaam, want dit verzwakt de positie van de docent. Ook druist het in tegen het rendementsdenken dat zoveel mogelijk studenten in een zo kort mogelijke tijd wil laten afstuderen.

Het zal dan ook niet verbazen dat het Toekomstplan Taal- en Letterkunde afkomstig is van het hoofd Bedrijfsvoering. In het plan staat letterlijk dat de afdeling winstgevend moet zijn. Uiteraard moet het talenonderwijs een breed georiënteerde student afleveren en het aanbod moet concurreren met andere universiteiten en opleidingen. Een van de paradoxen is dat het programma beter moet aansluiten op de arbeidsmarkt, maar ook wetenschappers van hoog niveau moet afleveren.

Maar het werkelijke effect van de plannen is dat de taalopleidingen ernstig in gevaar komen. Vooral de kleine studies zullen lijden onder de vermindering van het personeel (variërend van 30 tot 60 procent). Juist deze kleine studies zijn als minor (bijvak van andere studies) razend populair – soms is maar liefst 75 procent van de ingeschreven studenten afkomstig van andere opleidingen.

De rampzalige gevolgen van het Studiehuis zijn nu ook aan de universiteiten merkbaar: de student weet niets meer, maar kan wel hele werkstukken bij elkaar googlen. Het Toekomstplan Taal- en Letterkunde is een knieval voor deze generatie. Het leren van een vreemde taal op academisch niveau zal in de voorgestelde structuur niet meer mogelijk zijn. Scripties worden alleen nog in het Engels of Nederlands geschreven, de grote werken van de wereldliteratuur zijn alleen nog toegankelijk in vertaling.

Het voorkomen van deze plannen dient een nationaal belang. De kwaliteit van literaire vertalingen zal verschralen, net als de talenkennis buiten de universiteit. De wendbaarheid van Nederland in internationaal gezelschap zal afnemen.

De geesteswetenschappen zijn slachtoffer van de de universiteitsbestuurders en de nationale overheid, die de exacte wetenschappen voorrang verlenen en die een obsessie hebben voor de Angelsaksische wereld. Hierin is Poldernederlands en Dinglish inderdaad voldoende.

Erik Schoonhoven heeft Italiaans gestudeerd. Jonathan Oudendijk studeert nu Italiaans. Hella Haasse is schrijfster en heeft Scandinavische Talen gestudeerd.

Bezoek ook hun online platform via reddetalen.nl