Volgens de christenen kan ik niet functioneren

Raar misschien, maar alle uitspraken van Van Middelkoop in Vrij Nederland waarover de generaal Couzy b.d., de militaire vakbonden en de halve Tweede Kamer zich deze week zo buitensporig opwonden, lieten mij bij het lezen volkomen koud.

‘Het woord gezag zit niet echt in mijn vocabulaire’. Nou en? Eisenhower moet in z’n hart een zachtaardige opperbevelhebber zijn geweest, die niet eens weerstand kon bieden aan het meisje dat zijn jeep bestuurde. En toch Duitsland verslagen.

‘Ik ben nooit in dienst geweest’. Ik ook niet. Is Plasterk soms op de kunstacademie geweest? Of mevrouw van der Hoeven op de Economische Hogeschool? Of Rouvoet op de Pabo?

‘Tijdens de twee dagen keuring voelde ik meteen: dit is helemaal niets voor mij, hier zou ik doodongelukkig van worden’. Precies wat elke gezonde Hollandse jongen bij zichzelf dacht als hij in z’n onderbroek tien diepe kniebuigingen moest maken voor de militaire keuringsdokter. In elke lichting had je natuurlijk branieschoppers die liever vandaag dan morgen aan het soldatendiner (rats, kuch en bonen) begonnen, maar voor hen is later gelukkig het beroepsleger uitgevonden.

‘Ik maak geen deel uit van de krijgsmacht, ik ben slechts minister’. Heel modern. Alle ware leiders zijn managers, die afstand bewaren tot de werkvloer. De omroep wordt niet aangestuurd door iemand die iets van rado of televisie weet, zomin als Jeroen van der Veer ooit eigenhandig een jerrycan olie voor Shell heeft opgeboord.

Redelijke man, die Van Middelkoop, dacht ik halverwege het daderprofiel. Altijd beter dan zijn voorganger Henk Kamp over wie nog werd verteld dat hij op legerkampen impulsief de tenten binnenstormde om met soldaten te praten, waardoor hij ‘de populairste defensieminister in decennia werd’. Uitslover.

Pas tegen het einde van het artikel rezen bij mij de Kamervragen, die dus door niemand zijn gesteld.

Argwaan bekroop me al meteen toen Van Middelkoop vertelde over z’n verleden bij het Gereformeerd Politiek Verbond, waar hij zestien jaar lang de nederige taak van fractiemedewerker vervulde. De aanstaande minister bleef er gemotiveerd onder, en zegt achteraf: ‘De plicht om ook politiek tot eer van God te werken is wat mij dreef’. Scheiding van kerk en staat, alla, maar Eimert erkent geen cesuur tussen geloof en werk. Sterker: ‘Ik begrijp niet hoe mensen die geen geloof hebben structuur kunnen geven aan hun leven’.

Dat was verdomme de tweede keer in zeven maanden dat een lid van het kabinet u en mij en nog een paar miljoen overige burgers waar ze de managers van zijn, met christelijke kapsones de les lezen omdat wij ons verbeelden dat we het ook zonder geloof in hun God kunnen rooien. De eerste keer was in februari van dit jaar, toen minister-president Balkenende op het nationale Catshuis een ploeg van de Amerikaanse evangelische omroep Hour of Power ontving, en parmantig tegen de camera zei:

‘Fundamenteel wat mij betreft is mijn eigen geloof. Omdat je zonder het geloof ook niet kunt functioneren. Dat hoef ik de kijkers van Hour of Power niet duidelijk te maken’.

De premier kan zich – vuisten op z’n lessenaar – wel kwaad maken op Kamerleden die alle moslims uit de samenleving willen ‘wegzetten’, maar wat doet hij, samen met de fundamentalistische medestanders in z’n kabinet, voor agnosten zoals u en ik, die geen structuur in hun leven hebben, dus allicht ook niet kunnen functioneren? De verwatenheid waarmee hij en zijn vrome vrienden ons bejegenen, begint langzamerhand intimiderende vormen aan te nemen.

Ik luisterde nog even terug naar wat Middelkoop zei tegen de radioverslaggever die hem de vakbondskritiek liet horen. De gezaghebbende christen repliceerde: ‘Ik zou de heren willen vragen wat matiger te zijn in de beoordeling van hun minister’.

Godzalmeliefhebben.

Jan Blokker