Verslag van het slagveld

Grunberg komt dichter bij het wezen van de mens.

Dat maakt ‘Onze oom’ de meest onontkoombare roman. die hij tot nog toe schreef.

Arnon Grunberg en Nederlandse ISAF-militairen voor een Hercules-transportvliegtuig in 2006. Foto Cynthia Bakker
Arnon Grunberg en Nederlandse ISAF-militairen voor een Hercules-transportvliegtuig in 2006. Foto Cynthia Bakker Bakker, Cynthia

Onze oom, de nieuwe roman van Arnon Grunberg, gaat over oorlog. Dat is voor het eerst in zijn snel uitdijende oeuvre, zou je kunnen beweren. Tegelijk heeft Grunberg nooit ergens anders over geschreven. In zijn optiek is het leven zelf oorlog. Of zijn romans zich nu afspeelden in Amsterdam-Zuid, op een geitenboerderij in Frankrijk of in de woestijn van Namibië: de hoogspanning van het slagveld heerste. Dit nieuwe boek voert ons naar het slagveld zelf.

Plaats van handeling is een niet nader genoemd Zuid-Amerikaans land, dat gebukt gaat onder een militaire dictatuur. De Organisatie die zich ertegen verzet blijkt echter niet veel beter. Al snel blijkt dat er op de vraag naar goed en fout geen eenduidig antwoord zal komen.

Dat is ook geen vraag die de personages bezighoudt. Zo is er majoor Anthony, die alleen maar bevelen uitvoert. Hij kan zich geen twijfel veroorloven: ‘weekheid was het begin van alle ondergang’. Daarnaast is er het meisje Lina, dat zich evenmin morele vragen stelt. Aanvankelijk omdat ze er te klein voor is, later omdat het antwoord haar niet kan schelen.

Wanneer deze twee elkaar ontmoeten heeft de majoor zojuist bij een onhandige arrestatie per ongeluk Lina’s ouders in hun bed laten doodschieten, en besluit hij het meisje met de lange vlechten te ‘redden’. Hij noemt het adoptie, zijn vrouw noemt het kinderroof. Lina zelf denkt dat dit een ‘test’ is die ze zo goed mogelijk moet doorstaan, want dan zullen haar ouders haar wel komen halen. Hoewel iedereen haar voortdurend wil redden, vergaat het deze kleine Lina niet erg goed in het leven. Ze sluipt weg uit het huis van de majoor, en komt terecht in een bergdorp in het noorden van het land waar ze in de goudmijn werkt. Ondanks de modder en het duister leeft Lina pas echt op wanneer ze onder de grond is: ‘Leven doe je waar anderen je niet of nauwelijks kunnen zien’.

Ook sterven blijkt iets te zijn wat je doet onder de grond, waar anderen je niet of nauwelijks kunnen zien. Dat geldt in ieder geval voor de majoor. Zijn ondergang bestaat eruit dat hij de leiding krijgt over een konvooi jonge soldaten die ten dode zijn opgeschreven. In de beschrijving van hoe de jongens worden opgeblazen leeft Grunberg zijn voorliefde voor het onsmakelijke en het absurde naar hartelust uit. De majoor overleeft, maar valt in handen van de rebellen. Het vonnis dat over hem wordt afgeroepen is simpel, maar doeltreffend: ‘U zult sterven door vergeetachtigheid’. Hij verdwijnt uit het blikveld van de lezer, zodat wij de wrede uitvoerders van het vonnis worden.

Zo is Onze oom in alles een Grunbergroman. Het draait om personages van wie je denkt dat ze niets meer te verliezen hebben, tot er aan het einde van het verhaal nóg meer te verliezen blijkt. Lina heeft niets om mee te beginnen, en toch blijkt haar nog veel afgenomen te kunnen worden. De gruwelijke gebeurtenissen zijn niet anders te omschrijven dan als het gestaag op hun noodlot afstevenen van de personages. Dat zijn, behalve Lina en de majoor, ook de vrouw van de majoor en haar minnaar, de luitenant-generaal. En ten slotte is er de Dirigent, de charismatische leider van de opstand en de laatste ‘redder’ van Lina. Wie verwacht dat we hier een goed mens treffen, komt bedrogen uit. Ook voor het verzet tegen de dictatuur blijken ijdelheid, lust en machtsdrift doorslaggevende factoren. Voor zover hij het goede doet, is dat uit eigenbelang, zoals hij zich maar al te goed realiseert: ‘Hij is geen opportunist en geen cynicus. Hij begrijpt dat het onrecht hem net zo hard nodig heeft als hij het onrecht. Dat is wat hij ziet, dat is wat hij voelt. Hij weet wat wederzijdse liefde is’.

Daarin lijkt de Dirigent op zijn schepper. Grunberg heeft de literatuur weliswaar niet afgezworen, maar heeft wel de oorlog als werkterrein gekozen. En ook hij heeft een dubbelzinnige relatie tot het onrecht. Wanneer hij op een van zijn ‘journalistieke missies’ naar Irak of Afghanistan gaat, is dat niet alleen om verslag te doen van wat hij ziet – hij gaat tevens op zoek naar stof, naar schrijfvoer. Ook voor de auteur geldt dat hij het onrecht nodig heeft.

Minder dan om de grote politieke vragen gaat het in deze roman om het persoonlijke: wat gebeurt er als je als militair je afstand verliest? Wat maakt dat iemand in het leger gaat? Wat maakt dat hij er in blijft? De beweegredenen om soldaat of revolutionair te worden zijn banaal – de een had geen zin in studeren, de ander had gewoon honger.

Alleen zo kun je schrijven over oorlog zonder morele standpunten in te hoeven nemen. Oorlog is er nu eenmaal, lijkt Grunberg te stellen, het enige wat we kunnen doen is hem recht in de ogen kijken. Dat is ook de enige manier waarop de roman kan ontsnappen aan zijn eigen lot: ‘De romankunst en de dichtkunst kunnen niet anders dan de moraal van de bourgeoisie uitdragen. Uitvindingen van de petite bourgeoisie zijn ze’, meent de Dirigent.

Hoe waar dat mag zijn, het maakt de Dirigent er niet overtuigender op in zijn rol van revolutionair. Nu is het er Grunberg ook niet om te doen diep psychologische portretten te schetsen. Waar het hem wel gaat, legt hij in de mond van een jonge journalist die figureert in de epiloog van de roman: ‘Ik probeer zo dichtbij mogelijk te komen. Bij het gevaar, bij de vernietiging, bij de dood’.

En dat is wat Grunberg ook doet, zo dichtbij mogelijk komen: oog in oog met het gevaar toont de mens zijn ware aard. Dat maakt Onze oom de meest onontkoombare roman die Grunberg tot nog toe schreef. Kon de lezer voorheen nog denken dat het ging om individuele psychopaten en hun moordlust: dat gaat hier niet meer op. We zijn het zelf, de mens die Grunberg al vele romans en krantenstukken lang probeert te naderen. En hij komt er steeds dichterbij.

Studenten van de UvA, deelnemers aan een cursus over ‘Arnon Grunberg als publieke intellectueel’, maakten een ‘schaduwrecensie’ van Onze oom. Lees de bevindingen via nrcboeken.nl en zie kader.

Arnon Grunberg: Onze oom. Lebowski, 633 blz. € 25,– (geb.)