Rookverbod

Reikhalzend zie ik uit naar volgende week woensdag als minister Klink van Volksgezondheid en zijn inspecteurs van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) de cafés van Nederland langsgaan om ‘onmiddellijk boetes’ uit te delen aan rokende bezoekers en gedogende kroegbazen.

Feestelijke taferelen kondigen zich aan.

Aan de tap heeft stamgast Nelis – verhuizer van beroep met een passie voor Japanse vechtsporten – net ‘een rondje voor iedereen’ gegeven als een kleine, tenger gebouwde man hem vanachteren op zijn schouder tikt, hem wijst op de sigaret in zijn mondhoek en zegt: „Ik m-moet u be-boeten.”

„D-dat m-moet je v-vooral doen”, zegt Nelis, terwijl hij zijn (vierde) borrel met een gevaarlijk soort rust op de bar terugzet.

„Nelis, niet doen!” roepen enkele andere bezoekers, die nog in iets nuchterder nevelen verkeren, maar het is al te laat. Volledig beroofd van zelfs maar de geringste autoriteit belandt de inspecteur van de Voedsel en Waren Autoriteit op het plaveisel voor het café.

Zal onze politie het vanaf woensdag aankunnen, net in een periode dat ze ook de lastige Marokkaanse jeugd van de straat moet houden? Het lijkt me wat veel gevraagd.

Om het verhaal over Nelis af te maken: ik voorzie hele veldslagen rond cafés als koddebeiers de belaagde inspecteurs van Klink moeten komen ontzetten. Niet alleen Nelis neemt het niet langer, ook de andere boven hun theewater geraakte stamgasten zullen zich ermee gaan bemoeien. Want als de drank in de man is, is het beest nooit ver.

We krijgen ongeregeldheden van Vaals tot Winschoten – en dan? Er zal een moment komen dat de burgemeester, ook al overwerkt met de hete adem van Wilders in de nek, moet kiezen: de Marokkaantjes of de rookverslaafden. Als Klink goed naar zijn collega Ter Horst heeft geluisterd, weet hij dat hij dan nergens op hoeft te rekenen. En terecht, want er zijn problemen en problemen.

Bij het handhaven van het rookverbod begin ik me, ook als niet-roker, steeds meer af te vragen of het sop de kool wel helemaal waard is. Ik heb het toegejuicht, dat rookverbod, en ik geniet er vooral in de restaurants nog steeds met volle, schone teugen van, maar het valt niet te ontkennen dat ook de nadelen zich steeds meer manifesteren.

Joop Braakhekke vertelde op de televisie dat de sfeer in zijn restaurant tegenwoordig zoek is. Allerlei eters staan geregeld op om even buiten te paffen. Ik herken dat. Laatst zat ik tijdens een diner tegenover iemand die een keer of vijf wegliep. Het kwam ons gesprek niet ten goede. Ik dacht eerst dat hij naar de wc moest, maar opeens zag ik hem buiten staan roken, huiverend in de kille avondlucht met nog vijf andere eters. Het is een vertrouwd beeld aan het worden.

Wat erger is: rond de cafés zie je op straat inmiddels een wildgroei aan losse tafeltjes en stoeltjes vanwaar drukke, rokende cafégangers de buren grote overlast bezorgen. Daar komen straks nog die vechtjassen van Nelis bij. Is dat wat we gewild hebben?

Het rookverbod voor restaurants zou ik graag gehandhaafd zien – Braakhekke redt zich wel – maar dat voor de cafés? Wat zeg je Nelis? Weg ermee? Natuurlijk Nelis.