Opinie

Magere Hein

In het urinoir van het eetcafé naast de Nieuwe Kerk komt de Dood naast mij staan. Met zijn zeis in zijn vrije hand doet hij een klaterende plas.

„Dat functioneert nog goed”, merk ik op. Hij draait zijn krijtwitte kop naar mij toe. Ik zie de Dood in de ogen. „Italiano”, zegt hij met een grafstem.

Als ik even later de Dam oversteek zie ik hem, omringd door toeristen, op een omgekeerd bierkratje staan. Doodstil.

Otto Holzhaus