Het financiële plan

Terwijl de zenuwen door de financiële markten blijven gieren, kwamen gisteravond vertegenwoordigers van de Amerikaanse regering, de centrale bank en het Congres samen om te besluiten over het vorige week geopperde reddingsplan van 700 miljard dollar dat de angel uit de kredietcrisis moet halen.

De onderhandelingen zijn al even complex als het probleem dat zij moeten oplossen. Zelden moest zo’n zwaarwegend en ongewis besluit worden genomen onder zo’n grote tijdsdruk. Vorige week hielp alleen al het nieuws dat er een plan was om een dreigende onttakeling van het financiële systeem in de Verenigde Staten te voorkomen. Maar de opluchting op de financiële markten was van korte duur. Woensdag was de situatie al weer bijna even precair.

Centrale bankpresident Ben Bernanke en minister van Financiën Henry Paulson drongen afgelopen week voor het Congres terecht aan op haast. Maar een blanco cheque ter waarde van 700 miljard dollar gaat erg ver.

Het probleem is de wijze waarop het geld moet worden ingezet. Oorspronkelijk was het plan om er ‘giftige’ beleggingen van banken mee te kopen, om zo de bancaire sector vlot te trekken. Maar tegen welke prijs? Het kenmerk van de kredietcrisis is dat de waarde van de complexe financiële instrumenten die in het geding zijn, zeer lastig te bepalen is.

Als het voorgestelde Fonds ze, via een veilingsysteem, inkoopt tegen een te hoge prijs, dan kost dat de Amerikaanse samenleving uiteindelijk een grote som geld. Wellicht moet de staat bij een te hoge betaalde prijs dan grote verliezen nemen op zijn investeringen. Washington zou op die manier een indirecte subsidie verlenen aan banken, zonder daar iets voor terug te krijgen. Als het Fonds inkoopt tegen een te lage prijs, dan zou dat de werkelijke verliezen van banken zichtbaar maken, en kan blijken dat vele van die banken in wezen insolvabel zijn.

Geopperd is al dat de Amerikaanse staat wellicht beter aandelen in de banken kan kopen. Daarmee verwerft het meteen ook een directe of indirecte zeggenschap. Maar dat gaat nog veel verder tegen de liberale reflexen van het Witte Huis in. En het probleem hiermee is dat de puinhoop helemaal niet wordt opgeruimd: al het giftige spul blijft dan op de bankbalansen staan. Het wordt niet eenvoudig om een weg te bewandelen die aan alle bezwaren recht doet.

De omvang van het Fonds komt overigens neer op 2.300 dollar per inwoner, en het besteden van ‘geld van belastingbetalers’ ligt uiteraard gevoelig. Maar nog gevoeliger zou moeten zijn dat dit geld niet eens van belastingbetalers komt. De Verenigde Staten hebben al een begrotingstekort. Het extra kapitaal dat voor het Fonds nodig is, moet dus worden geleend. En dat gebeurt voor een belangrijk deel in het buitenland.

Dat er geleend moet worden van het buitenland, geeft een extra complicatie: het vertrouwen in het bancaire systeem moet worden hersteld. Maar dat mag niet ten koste gaan van het vertrouwen van de rest van de wereld in de Verenigde Staten en de dollar.