Een perfecte haal met het mes

‘Sex and the Fifties’: de nieuwe roman van Philip Roth kan gemakkelijk als een appendix bij zijn Grote Amerikaanse Trilogie worden beschouwd.

Philip Roth Foto Andrew Harrer Author Philip Roth poses for a portrait in New York, U.S., on Wednesday, Sept. 3, 2008. Turning a Philip Roth book into a movie is like translating ancient Greek into modern English: Something crucial often gets lost in the translation. Ever since ``Goodbye, Columbus'' was made into a pitch-perfect 1969 movie starring Richard Benjamin and Ali McGraw, filmmakers have struggled to make sense of Roth's works. Photographer: Andrew Harrer/Bloomberg News
Philip Roth Foto Andrew Harrer Author Philip Roth poses for a portrait in New York, U.S., on Wednesday, Sept. 3, 2008. Turning a Philip Roth book into a movie is like translating ancient Greek into modern English: Something crucial often gets lost in the translation. Ever since ``Goodbye, Columbus'' was made into a pitch-perfect 1969 movie starring Richard Benjamin and Ali McGraw, filmmakers have struggled to make sense of Roth's works. Photographer: Andrew Harrer/Bloomberg News BLOOMBERG NEWS

Al voordat hij een kwart is gevorderd in deze korte roman wordt de lezer door Philip Roth met een intrigerend raadsel geconfronteerd. De verteller, de 19-jarige student Marcus Messner, heeft dan al veel over zijn jeugd onthuld en we kennen hem al behoorlijk goed; wat een brave Joodse zoon hij is; hoe de ondraaglijke bemoeizucht van zijn vader hem ertoe drijft het plaatselijke college in Newark te verlaten en zijn heil vijfhonderd mijl verderop te zoeken op een veel duurder college in Winesburg, Ohio (titel en locatie van een klassieke roman van Sherwood Anderson uit 1919.)

Messner is een brave jongen, een ijverige student, die zijn vader altijd heeft geholpen in diens kosjere slagerij. Een vader, die ten onder dreigt te gaan aan de angst dat zijn enige kind toch hetzelfde verkeerde pad op zal gaan als Eddie Pearlgreen, de zoon van een van zijn klanten, die is aangetroffen in een poolhall. In een poolhall, kan het vreselijker? Maar we schrijven het jaar 1951, een tijd van diepgewortelde angsten voor allerhande verderf waarvan de opmars van de goddeloze communisten in Korea misschien wel het ergste is. Als Marcus op een avond in de bibliotheek zit te studeren raakt zijn vader helemaal buiten zinnen, zoekt alle poolhalls in de buurt af, maar vindt zijn zoon uiteraard niet.

Dit is allemaal geweldig, met de van Roth vooral in zijn recente werk bekende heftigheid beschreven, al blijft het enigszins merkwaardig dat hij de lezer de climax van het conflict, die tot Marcus’ verhuizing naar Ohio zal leiden, onthoudt. Terwijl het toch een zware ingreep in het gezin tot gevolg heeft: om het collegegeld te kunnen betalen moet de slagersknecht Isaac ontslagen worden en moet moeder terug in de winkel.

Hiernamaals

Dat lezen we allemaal in het eerste hoofdstuk, dat vrijwel het hele boek beslaat en dat is getiteld Under Morphine. Maar dan, op pagina 54 onthult hij dat hij dit alles vertelt vanuit het hiernamaals dat hij zich, als niet-gelovige, altijd had voorgesteld ‘zonder klok, zonder lichaam, hersens, een ziel, een god – zonder wat dan ook van enige maat, vorm of substantie, absolute ontbinding. Ik wist niet dat het niet alleen niet zonder herinnering was maar dat herinnering alles zou zijn’.

Maar zoals de titel van het lange hoofdstuk al aangeeft, is het niet in het hiernamaals maar onder invloed van morfine dat Marcus Messner zich dit alles herinnert. Wat hem tot die staat heeft geleid wordt pas onthuld in een kort laatste hoofdstukje dat in de derde persoon enkelvoud, door de verteller Roth, is geschreven. Ik zal hier niet alle details prijsgeven, maar ik kan me voorstellen dat er lezers zijn die zich hier enigszins bekocht voelen.

Maar juist die knik in de opbouw is een techniek die Roth blijkbaar dierbaar is en die hij wel vaker toepast. In elk geval biedt de heftige ontknoping de auteur de kans het gelijk aan de kant van de tragisch geobsedeerde vader Messner te leggen, die zijn zoon tijdens een van hun conflicten de tegeltjeswijsheid heeft voorgehouden dat ‘de kleinste misstap in het leven tragische consequenties kan hebben’. ‘You sound like a fortune cookie,’ antwoordt Marcus.

Het is niet zozeer de expliciete manier waarop Roth in die coda vaders gelijk verwoordt, als wel de ongemene heftigheid waarmee hij dat doet: niets wordt aan de lezer overgelaten, Roth ramt zijn woede over het lot van de arme Marcus erin alsof de Koreaanse oorlog gisteren eindigde, in plaats van meer dan een halve eeuw geleden.

Roth maakt van de Marcus Messner op Winesburg een bewuste loner die de uitnodigingen van studentendisputen afwijst en zich na een tweetal aanvaringen met kamergenoten terugtrekt op een eenpersoons zolderkamertje. Dat trekt de aandacht van de Decaan, die hem in een lange en vrij briljante dialoog probeert te afficheren als de zonderling die Marcus nadrukkelijk weigert te zijn. Hun felle aanvaring resulteert erin dat Marcus het tapijt van het kantoortje onderkotst, terwijl in zijn hoofd de regels resoneren van het Chinese volkslied zoals gezongen door Chinese soldaten, Amerika’s bondgenoten in de oorlog tegen Japan: ‘Verontwaardiging vervult de harten van al onze landgenoten/ Sta op! Sta op! Sta op!’

Het is deze verontwaardiging die de titel van het boek is, en die niet alleen Messners ‘hart vervult’ maar ook door zijn hoofd (en, daar maakt hij geen geheim van, door dat van diens schepper, de auteur) raast; verontwaardiging over de botheid van zijn kamergenoten, over de verplichting eens per week de kapel te bezoeken, over het antisemitisme, over de verstikkende moraal en autoritaire verhoudingen zoals die heersen in Winesburg.

Geen boek van Roth zonder een dosis seksualiteit. Hier beperkt die zich weliswaar tot één enkele pijpscène, maar dit incident is heel nadrukkelijk in de tijd geplaatst, en ingebed in de moraal van de jaren vijftig. De weldoenster verschijnt in de persoon van zijn klasgenote Olivia Hutton die Marcus al bij hun eerste afspraakje perplex doet staan door zijn mannelijkheid in haar mond te nemen. Hij hoeft er niet eens zijn best voor te doen, nee, ‘there was no battle’ constateert hij tot zijn verbijstering. Maar voor jaren-vijftig-Marcus is de handeling dermate schokkend dat hij na ampel beraad concludeert dat er iets mis moet zijn met Olivia. Ze deed het omdat haar ouders gescheiden zijn, besluit hij. Nee, ik deed het omdat ik je zo aardig vond, zegt ze. Maar Marcus kan niet geloven dat zoiets kan bestaan en hun prille verhouding dreigt te ontsporen – en ontspoort uiteindelijk ook dankzij een strategie van moeder Messner, verwoord in een scène die het absolute hoogtepunt is van dit boek.

Zelfmoordpoging

Moeder Messner vindt Olivia maar niks voor haar ‘lange, prachtige jongen’, vooral niet nadat ze het litteken heeft gezien op Olivia’s pols, gevolg van een zelfmoordpoging. En ook Marcus is geobsedeerd door het litteken, dat bij hem de herinneringen aan zijn vaders slagerij naar boven haalt, het rituele slachten, de emmers bloed die zijn schort besmeurden en die tot aan zijn enkels op de vloer stroomden. ‘Mijn punt is:’ overweegt Marcus, ‘dat is wat Olivia had geprobeerd te doen, zich van kant maken volgens de kosjere specificaties door haar lichaam van bloed te ontdoen. Was ze succesvol geweest, had ze de taak deskundig verricht met één enkele perfecte haal van het mes, dan zou ze zichzelf kosjer gemaakt hebben in overeenstemming met de rabbijnse wet. Het litteken dat Olivia verraadde kwam uit een poging haar eigen rituele slachting te verrichten.’ Bloed, het is de rode draad in dit boek, van Messners slagerij, via Olivia’s pols tot aan het gruwelijke einde.

Ik veronderstel dat deze roman, in de categorisering die Roth zelf van zijn boeken aanbrengt, tot de ‘Roth-books’ gerekend gaat worden, maar Indignation zou ook gemakkelijk als een appendix bij zijn Amerikaanse Trilogie beschouwd kunnen worden, in de zin dat ook dit boek, net als American Pastoral, I Married a Communist en The Human Stain, zeer nadrukkelijk tegen de achtergrond van een ingrijpende gebeurtenis in de Amerikaanse geschiedenis is geplaatst. Na respectievelijk de jaren zestig, de McCarthy-tijd en de Lewinsky-affaire is dat hier de Korea-oorlog en zijn Roths woede en frustratie over de politiek van zijn land bijna tastbaar. Het zou zelfs deel vier genoemd kunnen zijn van wat dan een tetralogie ware, wanneer hij Nathan Zuckerman tot verteller had gemaakt, maar die lijkt hij definitief als personage achter zich gelaten te hebben.

‘Schrijven, schrijven, schrijven,’ het is het enige wat Philip Roth nog wil doen. Hij bevindt zich op zijn 75ste in de herfst van zijn schrijverscarrière, maar dan zonder de connotaties van aftakeling die met daarmee worden geassocieerd. Hij heeft zichzelf in de dikwijls korte romans van de laatste jaren helemaal losgemaakt van de conventie dat er bepaalde regels voor compositie zouden zijn, alsook voor dosering van de verontwaardiging die hem de titel van deze prachtige roman verschafte.

Nadat het overheersende thema van de laatste paar romans vooral de ouderdom en de naderende dood was en hoe die te bezweren door begeerte en seks, is hij hier weer teruggekeerd naar een jongere hoofdpersoon, zonder zijn oerthema’s te verloochenen. Het is een prachtig crescendo geschreven verhaal, in een retorische toon die behalve verontwaardiging ook dikwijls ironische effecten moet uitdrukken.

Bloed sijpelt en spettert als een rood spoor door het hele boek. Het bloed op de vloer van Messners kosjere slagerij, het bloed op de pols van Olivia, en tenslotte Marcus’ eigen bloed als hij als soldaat in Korea in stukken wordt gehakt door ‘Indignation’! schreeuwende Chinezen.

Dit is alweer Roths zesde roman sinds de eeuwwisseling. Nadat hij in de jaren negentig in een uitbarsting van uitzonderlijke creativiteit een serie romans publiceerde die hem alle Amerikaanse literaire prijzen opleverde, lijkt die creativiteit naarmate hij ouder wordt nog toe te nemen. En hoewel die aanhoudende uitbarsting behalve briljante hoogtepunten (The Plot Against America) ook teleurstellingen (The Dying Animal) opleverde, is het een fenomeen dat zijn weerga niet kent in de Amerikaanse literatuur.