Een onderzoeker is geen Frankenstein

Deeltjesversnellers die de wereld zouden laten vergaan, frauderende kloonexperts: het imago van de wetenschap is sensationeel en misleidend.

Onderzoekers, doe iets!

Illustratie Ruben L. Oppenheimer
Illustratie Ruben L. Oppenheimer Oppenheimer, Ruben L.

Ruim twee weken geleden ontketende het in werking stellen van ’s werelds grootste deeltjesversneller in Genève een lawine van media-aandacht. Ook het NOS Journaal besteedde ruim aandacht aan de proef. „Doemdenkers op zoek naar aandacht kregen hun zin de laatste dagen”, zei nieuwslezer Philip Freriks. „Ze voorspelden dat de wereld zou worden opgeslokt door een groot zwart gat. De boosdoener zou de superdeeltjesversneller zijn die vandaag in Genève in gebruik is genomen.” Waarna hij met opluchting in zijn stem zei: „Na het aftellen bleek de wereld gewoon nog te bestaan.”

De voorstelling van zaken in de media was inderdaad misleidend. Er werden in de ring in één richting deeltjes geïnjecteerd, zodat van botsingen geen sprake kon zijn. Bovendien bleef de energie van die deeltjes ver onder het maximum. Maar al zouden er superbotsingen hebben plaatsgevonden, dan nog zou dat hoogstens een minuscuul zwart gat hebben opgeleverd, dat binnen de kortste keren zou zijn verdampt. Zo’n zwart gat kan bovendien geen kwaad. Wat zich in de LHC op gecontroleerde wijze voltrekt, doet zich sinds jaar en dag al ongecontroleerd op aarde voor.

Maar ondertussen zijn natuurkundigen wel weer in verband gebracht met onbezonnen types die het voortbestaan van de wereld op het spel zetten. Biologen ondervinden een vergelijkbaar wantrouwen. Gemanipuleerd voedsel, ontsnappende virussen, prutsen met de erfelijke code, varkensharten in de mens, klonen voor reserveorganen: stereotypen als Faust en Frankenstein zijn nog springlevend.

Het valt niet te ontkennen dat baanbrekend onderzoek tot dilemma’s leidt en risico’s met zich meebrengt. Maar hoe kunnen bèta’s zich tegen dit soort beeldvorming te weer stellen? Afwachten en hopen dat de wetenschapsjournalistiek verkeerde berichtgeving corrigeert, is geen wijze strategie. Om te beginnen zijn wetenschapsjournalisten met een bèta-achtergrond dun gezaaid. Journalisten zijn bovendien geïnteresseerd in nieuws, en dus trekt een frauderende Koreaanse kloonexpert meer aandacht dan het legioen onderzoekers dat wel verantwoord bezig is.

Onderzoekers doen er daarom goed aan om zelf in actie te komen. Het tij zit mee: de belangstelling voor bètawetenschap bij het grote publiek is de afgelopen jaren sterk gegroeid. De inspanningen van instellingen als het platform bètatechniek lijken vruchten af te werpen. Wel bestaat de verplichting om het leuk te houden: sciencetainment voert de boventoon.

Toponderzoekers maken hun opwachting op festivals als Lowlands en figureren in vrolijke tv-programma’s als Hoe?Zo! (Teleac) en – serieuzer – Dat kan beter (VPRO). Ze discussiëren over actuele kwesties in wetenschapscafés, doen onder het motto ‘ongehoorde kennis’ mee aan Spinozadebatten en verzorgen op zondagmorgen Paradiso-lezingen. Het gaat zelfs zo goed met de belangstelling voor wetenschap dat de aloude Wetenweek dit jaar is opgewaardeerd tot Oktober Kennismaand.

Ook binnen de wetenschap groeit de waardering voor vakgenoten die erin slagen een breed publiek aan te spreken. Vroeger waren dat ‘uitslovers’ die waren ‘vastgelopen’ in hun onderzoek; successen als popularisator zaten je carrière als onderzoeker in de weg. Carl Sagan, die wereldwijd miljoenen wist te boeien met tv-series als Cosmos, werd door jaloerse collega’s buiten de Amerikaanse Academie van Wetenschappen gehouden.

Maar tegenwoordig is outreach gewenst, en krijgen jonge onderzoekers trainingen om zich in de buitenwereld te manifesteren. Gezien de Nederlandse aspiraties op het gebied van onderzoek en innovatie zijn zulke ontmoetingen met het publiek van landsbelang. Dus is het zaak de pret niet te bederven. Natuurlijk gaat het in toponderzoek om wapenfeiten aan het front. Maar zonder fondsen blijft dat front buiten beeld.

De Large Hadron Collider is het duurste instrument uit de geschiedenis. De samenleving, die dat geld opbrengt, heeft er recht op te horen wat de aanschaf van zo’n deeltjesversneller rechtvaardigt. Universiteiten en onderzoeksinstituten zouden wetenschappers die actief de buitenwereld opzoeken dus moeten koesteren.

Nu is die waardering veel te weinig expliciet. Alles draait om peer reviewed artikelen in toptijdschriften. Outreach is leuk om te melden, maar komt in de jaarverslagen op de laatste plaats. Dat is niet slim. Onderzoekers die door hun optredens Faust en Frankenstein naar de achtergrond dringen, zijn letterlijk goud waard. De KNAW doorziet dat en neemt het voortouw. „Friend raising komt vóór fundraising”, zei Robbert Dijkgraaf bij zijn installatie in mei.

Inmiddels ligt de Large Hadron Collider door een technisch mankement voorlopig stil. Dat geeft onderzoekers de kans om de argwanende burger in de Kennismaand Oktober op al die festivals en open dagen uit te leggen wat er echt aan de hand is.

Dirk van Delft is bijzonder hoogleraar Materieel erfgoed van de natuurwetenschappen aan de Universiteit Leiden en oud-wetenschapsredacteur van NRC Handelsblad.

Lees alles over het programma van de Oktober Kennismaand via oktoberkennismaand.nl