Donororgaan onvindbaar

Het aantal orgaandonoren daalt, en dus heeft Nederland een serieus probleem.

Maar de betrokken partijen zijn het niet eens met de aanpak van minister Klink.

Wie had gedacht dat de aangescherpte Nederlandse arbowetgeving ongunstig uitpakt voor nierpatiënten? Nu er minder glazenwassers van hun ladder vallen, zijn er voor nierpatiënten minder orgaandonoren. Zieken die wachten op een nier, hart, long of lever van een ander, ondervinden ook direct last van de toegenomen verkeersveiligheid.

De daling van het aantal potentiële donoren en de grootscheepse weigering van nabestaanden om de organen van hun geliefden af te staan, stellen Nederland voor een serieus probleem. Daar waren alle genodigden op een hoorzitting over orgaandonatie in de Tweede Kamer het gisteren over eens. En daarover verschillen ze ook niet met minister Klink (Volksgezondheid, CDA). Maar van alle aanwezigen (vertegenwoordigers van belangenorganisaties en wetenschap) was er niemand die de aanpak van Klink ondersteunt.

De ziekenhuizen, de intensivisten, de patiënten, de publieksvoorlichters en de onafhankelijke Gezondheidsraad pleiten allemaal voor een nieuw registratiesysteem. Nu moeten donoren of hun nabestaanden toestemming geven. In het voorgestelde actieve donor registratiesysteem (ADR) wordt iedere Nederlander die niet expliciet ‘nee’ zegt als potentiële orgaandonor beschouwd. Wie niet reageert op herhaaldelijk registratieverzoeken, wordt automatisch donor. Een door de minister ingestelde Cöordinatiegroep Orgaandonatie pleitte in juni ook voor dit systeem in het Masterplan Orgaandonatie. Het aantal donoren zou daarmee met 15 procent stijgen. Maar Klink legt het advies naast zich neer.

Hij gelooft niet in de winst ervan. Ook is hij er principieel tegen dat mensen donor worden die dat misschien niet willen, maar dat uit nalatigheid of andere redenen niet vastleggen. Klink gaat naast een betere voorlichting, wel íéts veranderen. Mensen krijgen de mogelijkheid aan hun donorschap de voorwaarde te verbinden dat nabestaanden het met de orgaandonatie eens moeten zijn.

Gisteren was er slechts één organisatie die het met Klink eens is dat er geen nieuw registratiesysteem moet komen: de artsenfederatie KNMG. Maar de KNMG vindt het weer zorgelijk dat op het donorformulier een extra keuze komt waarin de rol van de nabestaanden wordt versterkt. „Daarmee zou het aantal donoren kunnen dalen”, zei KNMG-woordvoerder Gert van Dijk. Die zorg uitte ook de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) en het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ).

De KNMG vindt de voorspellingen van de Coördinatiegroep in het Masterplan rammelen. Een geschatte winst van 15 procent is volgens de KNMG gebaseerd op publieksonderzoek waarvan de uitvoerders zelf zeggen: „De effectiviteit van het alternatieve beslissysteem blijkt niet groter dan de effectiviteit van het huidige systeem.” Uit dat publieksonderzoek blijkt ook, stelde de KNMG, dat 50 tot 75 procent van de mensen niet begrijpt wat er gebeurt als ze niet reageren. Zij worden als donor geregistreerd zonder het te weten. „Dan gaat het ook om mensen die geen Nederlands spreken, mensen die functioneel analfabeet zijn, psychiatrische patiënten, zwervers, alcoholisten, dementen en verstandelijk gehandicapten. Iedereen die niet alert genoeg is bij het openen van de post, geen post krijgt, of de post niet begrijpt, zal als donor worden geregistreerd”, zei Van Dijk. De KNMG wil liever dat ziekenhuizen die veel donoren hebben, als voorbeeld dienen voor de slechtst scorende ziekenhuizen in het land. Dan zouden de wachtlijsten voor niertransplantatie verdwenen zijn.

De andere aanwezigen zien dat niet als oplossing. De huidige situatie is „onacceptabel”, zei woordvoerder De Fijter van de Nederlandse Transplantatie Verenging. Bert Hermans van de verenigde ziekenhuizen (NVZ) zei ook helemaal niet blij te zijn met de ontwikkelingen van dit moment en de koers van Klink. Het internationale samenwerkingsverband Eurotransplant wees op de grote verschillen tussen landen. Nederland en Duitsland lopen sterk achter bij België en Oostenrijk. Jaarlijks komen zo’n 28 donoren per miljoen inwoners beschikbaar in België, 22 in Oostenrijk en slechts 16 in Nederland. „Het is toch opvallend dat in België en Oostenrijk een geenbezwaarsysteem bestaat, terwijl Nederland het toestemmingssysteem hanteert”, zei Arie Oosterlee van Eurotransplant.

De Federatie van Medische Centra (NFU) zei dat het meestal gaat om relatief jonge mensen wier nabestaanden de beslissing heel moeilijk vinden. Er zou volgens de NFR meer nadruk moeten komen op de troostrijke kant van orgaandonatie. Het leed van de ouders van een overleden kind kan verzacht worden met de gedachte dat er een ander leven mee is gered.