Het is niet leuk om links te zijn in Europa

Sociaal-democraten hebben het zwaar. Tien jaar geleden de dominante stroming, nu overheerst radeloosheid. De kredietcrisis biedt hoop omdat de vrije markt het zo spectaculair liet afweten.

Voor linkse Europeanen met een diepgeworteld wantrouwen jegens de heilzame werking van de vrije markt heeft de Amerikaanse kredietcrisis een gulden randje. De Verenigde Staten, onbetwist kampioen van het kapitalisme, ‘nationaliseren’ immers een deel van de financiële sector. Noodgedwongen zet een Republikeinse regering de ideologie van de vrije markt tijdelijk overboord. Toch niet zo perfect dus, dat kapitalisme.

De kredietcrisis is te ernstig voor Schadenfreude. Maar zelden werd, zeggen Europese sociaal-democraten, zo overtuigend aangetoond dat de overheid wel degelijk een belangrijke rol te spelen heeft in een kapitalistisch systeem als dezer dagen op Wall Street.

De Zweedse sociaal-democraat Pär Nuder, voormalig minister van Financiën, zegt: „De turbulentie heeft de aloude conflicten tussen overheid en markt, tussen arbeid en kapitaal weer op de voorgrond geplaatst en aangetoond dat de aanpak van sociaal-democraten de enig juiste is.” De crisis, zegt hij, is goed voor het zelfvertrouwen van links.

„Het is nu eenvoudiger dan ooit om een onderbouwd pleidooi te houden voor overheidsingrijpen”, constateert Olaf Cramme, directeur van het Britse Policy Network, een denktank van Labour. Cramme dwaalde deze week door de wandelgangen van het jaarlijkse Labourcongres.

„Hier in Manchester is iedereen ervan doordrongen dat Labour er in de peilingen zeer slecht voor staat. Maar dankzij de kredietcrisis bespeur je weer een sprankje hoop, een behoedzaam optimisme. De crisis wordt gezien als een reddingsboei voor de linkse politiek.”

Een beetje hoop kan centrum-links in Europa goed gebruiken. Het is tegenwoordig niet leuk om gematigd links te zijn.

Eind jaren negentig was vrijwel geheel West-Europa in handen van sociaal-democraten. Op de politieke kaart van West-Europa is rood nu vrijwel verdwenen. Centrum-links moet het doen met drie premiers en een demissionaire premier. In vier landen mocht centrum-links aanschuiven bij een centrum-rechtse regeringsleider.

Uit alle windrichtingen wordt linkse misère gemeld. De Duitse SPD heeft in vier jaar tijd vier voorzitters versleten. De nieuwe hoop voor de partij heet sinds deze maand Frank-Walter Steinmeier. De voormalige stafchef van bondskanselier Gerhard Schröder is een populaire minister van Buitenlandse Zaken met een reputatie van kundige ritselaar, maar onervaren in politieke campagnes.

De Franse PS scoort weliswaar in regionale en locale verkiezingen, maar verloor drie keer op rij de strijd om het presidentschap en zoekt een nieuwe leider. Nicolas Sarkozy heeft de PS eerst een fikse dreun verkocht en vervolgens linkse kopstukken (Bernard Kouchner, minister van Buitenlandse Zaken) en linkse thema’s (het milieu) gekaapt. In Oostenrijk hoopt de SPÖ onder aanvoering van Werner Faymann zondag verkiezingen te winnen. In de nieuwste peilingen was zijn voorsprong marginaal.

„Gematigd links in Europa wordt geconfronteerd met de ernstigste crisis sinds meer dan een halve eeuw”, schreef Labour-afgevaardigde Denis MacShane in een recent pamflet. „In heel Europa kampen centrum-linkse partijen met tumult terwijl ze proberen hun ideologie, hun waarden, hun aanhang en hun leiders te vernieuwen.”

De Italiaanse ex-communist Fausto Bertinotti gaat nog een stap verder. „Het bestaansrecht van links staat op het spel”, zei hij zaterdag tijdens een forum van de Franse krant Libératon. Zijn tegenstander in het debat, de leider van de PS, François Hollande, bestreed dat de ondergang van links onvermijdelijk is, maar klonk toch een tikje wanhopig. „Links is afgekoppeld van de burgers, maar ik geloof niet dat links voor eeuwig verdwenen is.”

Er zijn in de afgelopen jaren legio analyses gemaakt van de linkse neergang. Volgens Cramme is het grootste probleem dat sociaal-democraten ooit een homogeen electoraat hadden, maar nu kampen met een versnipperde achterban. „De grote, mooie theorieën over gelijkwaardigheid voldoen niet meer. Sommige aanhangers willen de verzorgingsstaat hervormen, anderen zijn daar als de dood voor.”

Daarnaast hebben sociaal-democraten de zorgen van de eigen achterban over immigratie en globalisering veel te lang genegeerd. In heel Europa maken mensen zich zorgen over immigratie, zet Cramme. „De reactie van links daarop was uiterst zwak: negeren of stigmatiseren. Je kunt mensen die zich zorgen maken over immigratie niet afdoen als ‘fascisten’.”

Een ander actueel thema, klimaatverandering is wel door de meeste linkse partijen snel opgepakt. „De boodschap is echter weinig opbeurend - minder rijden, meer betalen - en staat haaks op het verbeteren van de levensstandaard van de lagere middenklasse.”

De sociaal-democraten hebben in een aantal landen concurrentie gekregen van kleine partijen. De SPD weet zich geen raad met Die Linke, de PvdA worstelt met de stormachtige groei van de de SP. Rechtse populisten profiteren van de angst voor immigratie.

Nuder in Stockholm erkent dat sociaal-democraten het zwaar hebben, maar gelooft niet dat links een structureel probleem heeft, zoals vergelijkingen met de jaren negentig suggereren. Veel partijen hebben een prijs betaald voor regeringsdeelname. „Na twee of drie ‘rode’ termijnen ontstaat automatisch de roep om verandering.” Wel erkent hij dat veel hedendaagse politieke twistappels - nationale identiteit, orde en gezag - eerder bij het rechtse dan bij het linkse vocabulaire passen.

Links heeft nog steeds geen aansprekend verhaal, zegt Cramme. De kredietcrisis kan een voordeel zijn, maar een automatisme is dat niet. „Het is belangrijk dat centrum-links niet met idealistische vergezichten komt. Mensen zullen die idealistisch aanpak niet vertrouwen.” Daar komt nog bij dat kiezers in onzekere tijden traditioneel een voorkeur hebben voor conservatieve partijen.

Volgens Nuder moeten sociaal-democraten meer werk maken van hun traditionele thema’s zoals sociale rechtvaardigheid. „We zijn vergeten waar we vandaan komen. Ook sociaal-democraten hebben te veel op de markt gelet. We moeten de strijd tegen ongelijkheid weer oppakken.”